Logo gvaAntwerps bedrijf dat duizenden darmoperaties kan voorkomen, wil noteren op Nasdaq Tim Knotnerus, de ceo van Agomab, laat Brussel links liggen en gaat meteen naar New York. © Katrijn Van Giel

Antwerps bedrijf dat duizenden darmoperaties kan voorkomen, wil noteren op Nasdaq

De Antwerpse biotechbelofte Agomab wil 100 miljoen dollar ophalen via een notering op Nasdaq. Zijn troef: de ontwikkeling van een geneesmiddel tegen de ziekte van Crohn.

Een medicijn dat honderdduizenden operaties overbodig kan maken – dat klinkt als een potentiële kaskraker in de medische wereld. Vandaar dat biotechinvesteerders met spanning uitkijken naar de geplande beursgang van het Antwerpse bedrijf Agomab Therapeutics. Daar wordt hard gewerkt aan zo’n middel.

Agomab diende op 16 januari de aanvraag in bij de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq. Ceo Tim Knotnerus mikt op een opbrengst van 100 miljoen dollar (84 miljoen euro). De Nederlander is volgens Het Financieele Dagblad momenteel in de Verenigde Staten om investeerders warm te maken voor het potentiële wondermiddel dat hij met zijn team heeft ontwikkeld. Dat middel luistert vooralsnog naar de wetenschappelijke naam ontunisertib. De 100 miljoen dollar heeft hij nodig voor de onderzoeken die zullen uitwijzen of het echt zo goed werkt als Knotnerus hoopt. De eerste onderzoeksresultaten, die in november bekendgemaakt werden, zijn hoopgevend. Maar het is nog te vroeg om te weten of het middel echt toekomstpotentieel heeft. Daar zijn nog jaren van peperduur onderzoek voor nodig.

1,4 miljoen mensen

Maar als het lukt, lijkt Agomab een potentiële knaller in huis te hebben. Want, zo legt het bedrijf uit in de ingediende prospectus, het middel kan honderdduizenden patiënten helpen voor wie nu geen specifiek medicijn beschikbaar is. Het gaat om mensen die lijden aan de ziekte van Crohn, een chronische ontsteking van de darmen. In de zeven meest beloftevolle markten, waaronder de VS, Duitsland, Groot-Brittannië en Japan, lijden 1,4 miljoen mensen daaraan.

Van die groep krijgt 46 procent door de ontstekingen last van fibrose, ofwel overmatige aanmaak van bindweefsel, waardoor de darmen vernauwen. Dat gaat vaak gepaard met pijn, kramp, misselijkheid en soms zelfs ondervoeding. Het middel van Agomab is het eerste medicijn dat die vorm van fibrose aanpakt. Tot nu toe waren alleen operaties mogelijk om de aandoening te behandelen.

Een tweede medicijn in ontwikkeling is gebaseerd op dezelfde technologie, maar mikt op een dodelijke vorm van fibrose in de longen. In de zeven grootste markten lijden 240.000 mensen aan die ziekte, met een mediane levensverwachting van vijf jaar.

Van Gent naar Antwerpen

Agomab werd in 2017 opgericht. Het kwam voort uit een samenwerking tussen het Gentse biotechbedrijf Argenx en Paolo Michieli, een wetenschapper aan de universiteit van Turijn. Samen slaagden ze erin heel specifieke antilichamen te ontwikkelen. Vandaar de naam van het bedrijf: het is een afkorting van agonistic antibodies. Vier jaar later nam het Gentse bedrijf zijn Spaanse concurrent Origo Biopharma over, die actief was in een vergelijkbaar onderzoeksdomein. In 2024 verhuisde Agomab “om logistieke redenen” van Gent naar Antwerpen. Mogelijk speelde de bereikbaarheid vanuit Nederland een rol: ceo Knotnerus woont bij Amsterdam. Er is ook een laboratorium in Spanje en een kantoor in de VS.

Het bedrijf heeft tot nu toe al 299,7 miljoen aan durfkapitaal verzameld. Dat toont aan dat geldschieters brood zien in het ontwikkelingspotentieel. Tot de investeerders behoren hoog aangeschreven fondsen zoals Fidelity, EQT Life Sciences, het durfkapitaalfonds van het Duitse farmabedrijf Boehringer Ingelheim, en ook de farmareuzen Pfizer en Sanofi. Onder leiding van Knotnerus heeft Agomab zich een erg internationaal profiel aangemeten. Ook in het aandeelhouderschap is de Belgische inbreng beperkt. Het Vlaamse fonds V-Bio Ventures is wel aandeelhouder, net als Invus, de investeringsvennootschap van de familie Wittouck.

Euronext overbodig

Met een notering op Nasdaq kiest Agomab ervoor om de Amerikaanse kapitaalmarkt rechtstreeks aan te spreken. Ook andere Vlaamse biotechbedrijven, zoals Ablynx, Galapagos of Argenx, kozen voor deze beurs in New York. Maar zij hadden of hebben ook een notering op Euronext Brussel. Dat vindt Agomab overbodig. Dat is niet zo vreemd. Voor bijvoorbeeld Argenx ligt het gemiddeld verhandelde volume in de Verenigde Staten vier maal zo hoog als in Brussel. De Amerikaanse kapitaalmarkt is nu eenmaal omvangrijker. Agomab is niet het enige Belgische biotechbedrijf dat rechtstreeks naar Nasdaq trekt. Het Waalse iTeos, dat intussen niet meer bestaat, liet zes jaar geleden ook de Belgische beurs links liggen ten voordele van Nasdaq.