Woensdag stelde Europees Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen in Antwerpen de Clean Industrial Deal voor, een plan dat de Europese industrie uit de crisis moet halen. Eén van de speerpunten in dat plan is dat Europa meer wil inzetten op circulaire economie. Dat wil zeggen dat gebruikte producten in de toekomst veel minder zouden mogen worden verbrand of naar andere werelddelen uitgevoerd. In plaats daarvan wil Europa dat bedrijven waardevolle materialen uit die producten halen, zodat die kunnen worden hergebruikt.
Vooral de recyclage van stoffen uit autobanden lijkt in Europa enorm aan populariteit te winnen. En zeker in Vlaanderen. Maar liefst drie bedrijven bereiden de bouw voor van een fabriek die autobanden moet recycleren. Het Amerikaanse bedrijf Bolder Industries wil zijn recyclagefabriek begin 2027 openen in het NextGen-district, op de oude Opel-site in de Antwerpse haven.
Kwaliteit
Volgens de krant De Tijd wil ook de Nederlandse tankopslaggroep VTTI in de Antwerpse haven een fabriek bouwen om olie en koolstof uit afgedankte autobanden te halen. De vergunningsaanvraag wordt volgens de krant volop voorbereid. En dan is er nog het Belgische bedrijf Laupat Industries, dat dit jaar zijn bandenrecyclagefabriek wil bouwen in Ruien, een deelgemeente van Kluisbergen. Laupat wilde eerst ook naar de oude Opel-site in de Antwerpse haven komen, maar vond daar geen geschikte locatie.
Voorts wil het bedrijf Circtec een recyclagefabriek voor autobanden opstarten in de haven van Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Waarom schieten al die bedrijven nu plots als paddenstoelen uit de grond? “Omdat er bedrijven zijn die de voorbije jaren hebben bewezen dat ze de klok rond pyrolyse-olie en recovered carbon black (zwarte koolstof, red.) uit autobanden kunnen halen”, zegt Wim Van den Broeck, directeur projectontwikkeling van het Amerikaanse bedrijf Bolder Industries.
“Wij zijn een van die bedrijven. Sinds 2021 hebben we een fabriek in Maryville in de Verenigde Staten die deze twee stoffen continu en op grote schaal uit autobanden haalt. We hebben bewezen dat we die recyclage op een kwalitatieve manier kunnen doen, en dat ons productieproces altijd hetzelfde product levert. Als er iets mis is met een band, kan je bijvoorbeeld makkelijk nagaan of het aan onze gerecycleerde producten ligt of niet.”
Europees hoofdkwartier
“Dit jaar openen we een nieuwe fabriek in Indianapolis. Begin volgend jaar willen we beginnen te bouwen in het NextGen-district in de Antwerpse haven. Begin 2027 zou de fabriek opengaan. We gaan de pyrolyse-olie die we uit de autobanden halen, verkopen aan chemiebedrijven, die er plastic van kunnen maken. Het carbon black zal aan producenten van autobanden worden verkocht. De winst voor het milieu is dat er dus minder olie zal moeten worden opgepompt voor de productie van autobanden, omdat we die olie recupereren. Bovendien komt die ‘recovered carbon black’ nu vooral vanuit China en Rusland. Wij kunnen die binnenkort ook in Europa maken, waardoor we voor dit soort producten stapje voor stapje minder afhankelijk worden van Azië.”
“De 32 miljoen euro die we kregen van het Europees innovatiefonds is cruciaal, maar ik wilde ook gewoon graag een fabriek openen in mijn eigen stad.”
Wim Van den BroeckAls de fabriek in Antwerpen begin 2027 opengaat, zullen er vijftig mensen werken. “Op termijn willen we dat uitbouwen naar zo’n honderd werknemers, omdat we in Antwerpen ons Europese hoofdkwartier voor onderzoek en ontwikkeling willen neerzetten”, zegt Wim Van den Broeck.
Troeven
De Europese industrie zit in een recessie, bedrijven klagen over de hoge loon- en energiekosten en vorig jaar zijn er in de Belgische chemiesector meer dan 1.100 jobs verdwenen. De economische sterren staan dus niet gunstig. Waarom investeert Bolder Industries dan toch in Antwerpen? “Omdat hier een grote haven is, waardoor we makkelijk autobanden kunnen aanvoeren. En omdat Antwerpen de grootste chemiecluster van Europa heeft”, zegt Van den Broeck. “Cruciaal is ook de subsidie van 32 miljoen euro, die we hebben gekregen van het Europese innovatiefonds. Mede dankzij die subsidie openen we een fabriek in Antwerpen. Bovendien wilde ik als Antwerpenaar ook een fabriek in mijn eigen stad openen. Ook het beleid van het Antwerpse havenbestuur heeft de doorslag gegeven. De haven heeft ons altijd heel goed gesteund. Met de ontwikkeling van het NextGen-district wil ze een centrale rol spelen in de circulaire economie.”