Fernand Huts veroordeeld voor wegsluizen miljoenen naar belastingparadijs Jersey © Marc Herremans - Mediahuis / BELGA

Fernand Huts veroordeeld voor wegsluizen miljoenen naar belastingparadijs Jersey

Katoen Natie, het bedrijf van Fernand Huts, is woensdag voor de rechtbank van Antwerpen veroordeeld voor het wegsluizen van meer dan 180 miljoen euro aan dividenden naar het belastingparadijs Jersey zonder daar in ons land de verschuldigde roerende voorheffing op te betalen. Dat meldt de rechtbank in een persbericht en wordt bevestigd door Reinhard Van Hecke, de advocaat van de fiscus.

De zaak heeft betrekking op drie aan elkaar gelieerde Belgische Katoen Natie-bedrijven: Katoen Natie, Katoen Natie Terminals en Jongerius Technology. Deze drie bedrijven keerden in 2020 dividenden uit aan twee moedervennootschappen in Luxemburg. Dat geld vloeide daarna verder naar een trust gevestigd op het belastingparadijs Jersey. Daarbij werd telkens geen roerende voorheffing betaald.

De bedrijven waren van mening dat ze die niet waren verschuldigd en verwezen naar de Europese moeder-dochterrichtlijn, waardoor winstuitkeringen van dochtervennootschappen naar moedervennootschappen binnen de Europese Unie in beginsel vrij van belasting zijn.

De rechtbank spreekt dat nu dus tegen en spreekt van “een kunstmatige constructie die was opgezet met als doel het ontwijken van de Belgische bronbelasting”. De rechtbank merkt voorts ook nog op dat het geld korte tijd later al belastingvrij naar ons land terugkeerde onder de vorm van leningen die werden omgezet in kapitaal.

“De rechtbank besloot dat de enige bedoeling achter deze constructie was om roerende voorheffing te vermijden, waardoor er sprake is van fiscaal misbruik”, zo klinkt het. “De belastingadministratie mocht daarom de toepassing van de vrijstelling weigeren en roerende voorheffing heffen op de uitgekeerde dividenden.”

In het totaal moeten de drie bedrijven zowat 54,5 miljoen aan onterecht ontweken roerende voorheffing betalen. Oorspronkelijk had de fiscus de achterstal op een hoger bedrag begroot, waardoor de bedrijven de te veel betaalde som terugbetaald zullen krijgen.

Geen extra boete

Opvallend is nog dat de fiscus geen extra boete heeft gevraagd. “De administratie was van mening dat de principiële verschuldigdheid van de roerende voorheffing veel belangrijker was dan een achterhoedegevecht te moeten voeren over verhogingen of interesten of wat dan ook”, zo duidt Van Hecke die beslissing.

Sowieso kan de rekening voor Huts de komende jaren nog fors oplopen, want voor de drie betroffen bedrijven loopt ook nog een rechtszaak omtrent het jaar 2019 en er zijn ook nog een aantal andere aan Katoen Natie verbonden vennootschappen die de revue moeten passeren. “De eindafrekening voor de Katoen Natie-groep zal nog een stuk hoger uitvallen”, zo besluit Van Hecke.