Fernand Huts Katoen Natie Foto: Belga

Katoen Natie heeft in één klap 1.500 mensen extra in dienst, met dank aan Bedrijfsbijbel van Fernand Huts

Het Antwerpse bedrijf Katoen Natie krijgt er met de overname van het 114 jaar oude Franse familiebedrijf Bils-Deroo in één klap 1.500 werknemers bij. Daardoor heeft de logistieke groep van ondernemer Fernand Huts nu 18.500 mensen in dienst in dertig landen. De reden voor dat wereldwijde succes staat in een bijbel die Huts in 1989 zelf heeft geschreven. “We passen de principes van mijn bijbel vandaag nog altijd met succes toe”, zegt hij.

Katoen Natie heeft met de overname van 80 procent van de aandelen van Bils-Deroo een grote vis te pakken. Bils-Deroo heeft in het noorden van Frankrijk 780.000 vierkante meter aan magazijnen en een vloot van 220 vrachtwagentrekkers en 500 opleggers. “Dat er in één klap 1.500 werknemers bijkomen, heeft vooral te maken met de sector van consumentengoederen en de e-commerce waarin Bils-Deroo zit”, zegt Patrik Naenen, een van de topmanagers van Katoen Natie. “Die sector is heel arbeidsintensief. Met Bils-Deroo leveren we producten aan bedrijven, die ze op hun beurt rechtstreeks aan de eindconsument leveren.”

Intussen stelt Katoen Natie niet minder dan 18.500 werknemers tewerk in 30 landen, van België tot Mexico en van Saoedi-Arabië tot Ghana. In 2024 heeft de groep wereldwijd een nettowinst van 258 miljoen euro gemaakt. Dat succes is te danken aan allerlei principes die eigenaar Fernand Huts in 1989 in de officiële Bedrijfsbijbel van de groep heeft neergepend. “We hebben ons wel eens afgevraagd of we die principes moesten aanpassen aan de nieuwe tijd, maar dat bleek niet nodig. De basisprincipes gaan uit van gezond verstand, en zijn ook vandaag nog actueel”, zegt Fernand Huts.

We lichten vijf basisprincipes van de Bedrijfsbijbel van Katoen Natie uit.

1. “Wij geloven in diversificatie en specialisatie”: van cacao tot auto-onderdelen

Katoen Natie doet van alles: het slaat bijvoorbeeld chemiegoederen van producenten in de Antwerpse haven of in Houston in de Amerikaanse staat Texas op in magazijnen en rijdt ze met vrachtwagens naar de klanten van die chemiebedrijven. Maar het bedrijf slaat bijvoorbeeld ook cacao van Afrikaanse leveranciers op en transporteert die naar chocoladeproducenten zoals Ferrero en Barry Callebaut. Of het levert auto-onderdelen waarmee autofabrieken wereldwijd aan de slag kunnen gaan. Kortom: Katoen Natie is van alle markten thuis. Als het in één markt of land ietsje minder gaat, kan dat in een andere markt of land worden gecompenseerd.

Katoen Natie transporteert onder meer cacao naar chocoladeproducent Barry Callebaut. © HAND OUT

Daarnaast behoren ook de tweeduizend werknemers van Indaver, dat afval van bedrijven en gezinnen verwerkt, tot de Katoen Natie-groep.

2. “Wij zijn eigenaar van onze infrastructuur”: dus niet aanwezig in China

Katoen Natie is eigenaar van bijna al zijn magazijnen, vrachtwagens, vorkheftrucks en installaties. “Daardoor hebben we een stevige ruggengraat en hebben de banken veel vertrouwen in ons, waardoor we dus vrij grote overnames kunnen doen”, zegt Fernand Huts. “Het voordeel van zelf eigenaar te zijn van onze infrastructuur is dat we geen huurgelden moeten betalen”, zegt Patrik Naenen. “We houden de winstmarges die verhuurbedrijven anders aan ons zouden verdienen, liever in onze eigen onderneming. En als een magazijn dan even leeg staat, bijvoorbeeld omdat een klant van ons minder produceert, is dat iets minder erg.”

Door dat eigenaarsprincipe is Katoen Natie niet aanwezig in bijvoorbeeld China of in staten die vandaag nog tot de invloedsfeer van Rusland behoren. “De rechtszekerheid in die landen is te klein. Als we daar een eigendom verwerven, weten we niet of we die over vijf jaar nog zullen hebben”, zegt Patrik Naenen. “Dan wordt het investeringsrisico te groot. Maar wij hebben bijvoorbeeld wel magazijnen in Thailand, waar we goederen vanuit China ontvangen, en ze verder verdelen naar bedrijven en consumenten.”

Magazijnen van Katoen Natie in Thailand. © Katoen Natie

3. “Wij geloven in decentralisatie”: lokale managers mogen mee beslissen

Fernand Huts is wel de eigenaar van Katoen Natie, maar beslist er lang niet alles. Hij is op de hoogte van alle grote lijnen, maar geeft veel beslissingsmacht aan lokale managers van zijn aparte afdelingen. Een mogelijke investering hoeft dus niet altijd voorbij vijf managers te passeren voordat die wordt afgeklopt.

4. “Ga nooit met een probleem naar je baas, maar geef een lijst met alternatieven”

“We hebben een heel vlakke structuur in plaats van een strikte hiërarchie”, zegt Patrik Naenen. “Iedereen kan bij mij of andere managers binnenstappen met ideeën, onafhankelijk van zijn of haar plaats in onze organisatie, en dan overleggen we samen. Maar dat wil wel zeggen dat ik efficiënt moet omspringen met mijn tijd. Als iemand een probleem heeft, zal ik uitleggen hoe dat kan worden opgelost, zodat die werknemer dat in de toekomst zelf kan aanpakken.”

“Om in bijbeltermen te blijven: wij leren de mensen vissen, in plaats van ze vissen te geven. In sommige landen, bijvoorbeeld in Ivoorkust of in Aziatische vestigingen, is dat minder evident, omdat daar een andere maatschappijcultuur heerst. Maar na een tijd zijn ze het ook in pakweg Thailand wel gewend dat de grote baas een praatje komt maken met de vorkliftchauffeur, in de overtuiging dat hij veel van de mensen op de werkvloer kan leren en weet dat we de meeste problemen alleen als team kunnen oplossen.”

5. “Praat niet altijd over het werk”, ook niet tijdens bedrijfsevenementen

“We organiseren regelmatig evenementen voor werknemers van Katoen Natie met één regel: praat niet over het werk”, zegt Patrik Naenen. “In Antwerpen zijn er bijvoorbeeld teamleiders die alle jarigen elke maand uitnodigen voor een ontbijt. In Houston nemen sommige teamleiders hun mensen mee naar een waterpark. Dat schept een band, waardoor mensen elkaar beter kennen, en ze ook in het bedrijf elkaars problemen sneller helpen oplossen.”

De omslag van de Bedrijfsbijbel van Katoen Natie, die in 1989 is gemaakt. © Katoen Natie, Belga