Frites with mayonnaise © Getty Images

Meer dan één op de vier Antwerpse fastfoodzaken maakt veel kans op faillissement: “Slechts 13 procent is financieel gezond”

Het eten dat fastfoodzaken serveren is doorgaans niet gezond en hun financiën zijn dat in veel gevallen ook niet. Slechts 13 procent van de Antwerpse pizzeria’s, pita- en kebabzaken, hamburgerrestaurants en afhaalchinezen staat er op financieel vlak écht goed voor. De Antwerpse frituren scoren met 16 procent niet veel beter.

De meeste fastfoodzaken zijn geen financiële goudmijnen. Dat is het minste dat we kunnen zeggen na een uitgebreide financiële doorlichting van 260 frituren en 370 andere fastfoodzaken, verdeeld over de hele provincie Antwerpen. Het gaat om eetgelegenheden die we handmatig hebben geselecteerd en waarvan hun bestaan op het internet of sociale media makkelijk terug te vinden is. GraydonCreditsafe, een specialist in bedrijfsinformatie, heeft de financiële gezondheid van al die bedrijven op basis van onze selectie volledig doorgelicht.

Laten we beginnen met de Antwerpse fastfoodzaken. In 2024 heeft 20 procent van die zaken verlies gemaakt. Dat is dus één op de vijf. En dat was dan nog een uitstekend jaar. Want in de periode 2020-2023 schommelde het aantal fastfoodzaken in de provincie Antwerpen dat verlies maakte rond de 30 (!) procent. “Mogelijk is het aantal fastfoodzaken dat verlies maakt in 2024 sterk gedaald, omdat de schulden die ze hebben moeten aangaan na de coronacrisis grotendeels zijn afbetaald”, zegt Eric Van den Broele, directeur onderzoek en ontwikkeling van GraydonCreditsafe. Een andere mogelijke verklaring is dat de gasprijs in 2024 lager was dan in de jaren ervoor. Gas is een belangrijke kostenpost voor veel fastfoodzaken.

27 procent maakt veel kans op faillissement

Alleen kijken naar winst of verlies is niet voldoende om een echt goed beeld te geven van de financiële gezondheid van de hele sector. Want een restaurant dat drie jaar na elkaar verlies maakt, en dan een keertje winst, zit natuurlijk nog altijd in de problemen. Daarom heeft GraydonCreditsafe enkele jaren geleden een systeem bedacht om bedrijven onder te verdelen in categorieën van financiële gezondheid. Het doet dat op basis van de jaarrekeningen die bedrijven publiceren, maar ook op basis van andere factoren, zoals de mate waarin een bedrijf stipt is in de betaling van facturen of bijdragen aan de sociale zekerheid.

En dan komt GraydonCreditsafe tot een opvallende conclusie: slechts 13 procent van de Antwerpse fastfoodzaken is financieel écht gezond. “Normaal gezien ligt het aantal financieel gezonde bedrijven in een sector tussen de 30 en 40 procent. Die 13 procent is dus wel érg laag”, zegt Eric Van den Broele. “Meer zelfs: 27 procent, dus meer dan een op de vier, Antwerpse fastfoodzaken zijn er zodanig slecht aan toe, dat er een grote kans is op een faillissement. Tenzij die ondernemers nog eigen spaargeld van hun privérekening in de zaak zouden kunnen steken, of ze subsidies krijgen van de overheid. Maar dat is onder de huidige regering-De Wever eerder onwaarschijnlijk.”

“En dan zijn er nog heel wat andere fastfoodzaken die wel nog genoeg reserves hebben, maar bij de eerste schok ook in zware problemen komen”, zegt Eric Van den Broele. “Met een schok bedoel ik bijvoorbeeld: de gasprijzen die fors stijgen en de prijsstijging die niet volledig aan klanten kan worden doorgerekend, of de straat die door wegenwerken maandenlang openligt waardoor de kebabzaak minder makkelijk bereikbaar is, of de aardappelprijzen die fors de hoogte inschieten, noem maar op.”

Frituren

En de frituren? Die doen het iets beter dan de andere fastfoodzaken. Het goede nieuws hier is dat ‘slechts’ 17 procent van de Antwerpse frituren er zodanig slecht aan toe zijn, dat er een grote kans is op een faillissement. Dat is nog altijd veel, maar wel een duidelijk betere score dan de pizza-, kebab- en hamburgertenten van de Antwerpse regio. Het slechte nieuws is dat slechts 16 procent van de frituren écht gezond is.

Waarom veel zaken het slecht doen

Kort samengevat: er zijn fastfoodzaken en frituren die goed hun boterham verdienen, maar ze zijn met weinig. Hoe komt dat eigenlijk? “Er zitten veel cowboys in deze sector, die niet weten hoe ze een kleine horecazaak moeten uitbaten, maar er toch aan beginnen”, zegt Eric Van den Broele.

Dat wordt bevestigd door Gert Laurijssen, oprichter van Foodservice Alliance, een bureau dat de voedingssector van dichtbij volgt en analyseert. “De gemiddelde levensduur van een kebabzaak in de provincie Antwerpen is minder dan negen maanden”, zegt hij. “Je ziet dat vaak niet aan de buitenkant, want de naam van die zaak, de vitrine, het aanbod en misschien zelfs het personeel blijven vaak of soms hetzelfde. Maar tussendoor verkoopt de eigenaar zijn zaak voor een appel en een ei door aan iemand anders, omdat de zaak toch niet zo winstgevend of makkelijk te leiden was als hij had verwacht. De volgende eigenaar richt dan een nieuwe vennootschap voor de zaak op en denkt dan dat hij wel succesvol kan zijn, want het hele interieur staat er al, en de opstartkosten zijn laag. Maar die volgende eigenaar slaagt er dan vaak ook niet in om de zaak structureel rendabel te maken.”

Chinese frituristen

En de frituren? “Dat is een ander verhaal, maar daar hebben de hoge gasprijzen de laatste jaren voor een zware kostenpost gezorgd”, zegt Gert Laurijssen. “Veel frietketels draaien op gas. De uren dat er geen frieten uitkomen, omdat er bijvoorbeeld een tijdje geen klanten komen, kosten enorm veel geld. Daardoor verdwijnt de winstmarge als sneeuw voor de zon.”

“Veel frietketels draaien op gas. De uren dat er geen frieten uitkomen, omdat er bijvoorbeeld een tijdje geen klanten komen, kosten enorm veel geld”

Gert Laurijssen

“Intussen is ook één op de vier Belgische frituren in handen van een Chinese uitbater. Uit ons onderzoek blijkt dat een groot deel van de frituren met Chinese uitbaters zich veel meer focust op goedkopere producten. Ze kopen hun snacks niet bij pakweg Mora of Vanreusel aan, maar bij private labels, die goedkoper zijn, maar ook van een lagere kwaliteit. Ik vrees dat de kwaliteit van een deel van die Chinese frituren negatief afstraalt op de hele sector van frituren. En daar komt dan nog eens de steeds groter wordende concurrentie van fastfoodketens zoals McDonald’s en Kentucky Fried Chicken bij. Jongeren met een etnische achtergrond gaan vaak naar dat soort ketens, omdat ze er vlees kunnen eten van dieren die geslacht zijn volgens hun eigen geloofsovertuiging. Bij frituren zie je die jongeren praktisch niet.”

Bernard Lefèvre, de woordvoerder van Navefri, de sectorvereniging van de frituren, ziet de toekomst positiever in. “Je moet het ook zo zien: al die hamburger- en pizzarestaurants serveren ongeveer hetzelfde, terwijl er tussen frituren wél veel variatie is”, zegt hij. “Een frituur is iets dat je kan aanbevelen aan iemand, terwijl een fastfoodketen gewoon een fastfoodketen is.”