De site ligt tussen de park-and-ride en het recyclagepark aan de Havanastraat. Ze wordt de uitvalsbasis voor stadsreiniging, de groendienst, het voertuigencentrum, de dienst dierenoverlastbeheer, de materiaaldienst voor evenementen en de afdeling onderhoud van straten en pleinen.
Vandaag zitten die diensten verspreid over verschillende kleinere locaties. Volgens schepen voor publiek domein en stadsreiniging Ken Casier (N-VA) is de centralisatie noodzakelijk. “Veel van onze huidige sites zijn verouderd. Onze ploegen staan dagelijks buiten, in weer en wind. Het is logisch dat we hen een moderne uitvalsbasis bieden, met fatsoenlijke kleedruimtes, een refter en werkplaatsen die aan hedendaagse normen voldoen.”
Het nieuwe gebouw moet het werk niet alleen vlotter laten verlopen, maar ook de samenwerking tussen diensten vergemakkelijken. De kantoren liggen samen in één lichte vleugel met grote ramen, zodat er overal veel daglicht binnenvalt. Ook in de magazijnen en werkplaatsen komt natuurlijk licht binnen via glaspartijen en daklichten. De stille ruimtes, zoals kantoren, worden bewust apart gehouden van luidere activiteiten in het voertuigencentrum. Het gebouw is bovendien zo ontworpen dat het later makkelijk kan worden aangepast, met onder meer een grote open magazijnruimte zonder kolommen en extra hoge verdiepingen.


Duurzaamheid is een andere pijler van het project. Het gebouw wordt volledig fossielvrij en moet evenveel energie opwekken als het verbruikt. Dankzij een goed geïsoleerde buitenkant en een compact ontwerp blijft de energievraag laag. Verwarming en koeling gebeuren via een geothermische warmtepomp, aangevuld met warmte uit het stadsnet. Op het dak komt een groot veld van zonnepanelen, samen goed voor alle energie die het gebouw zelf nodig heeft. Regenwater wordt zoveel mogelijk opgevangen en hergebruikt, bijvoorbeeld voor de groendienst en voor het wassen van vuilniswagens.
Casier benadrukt dat de stad nog geen exacte berekening maakte van de jaarlijkse energiebesparing, maar volgens hem staat de richting vast. “We hebben nog niet op alle bestaande locaties zonnepanelen of waterrecuperatie. Hier komt dat allemaal samen. Het wordt een toonbeeld van hoe we als stad energie-efficiënt kunnen bouwen.”
62 miljoen
Het project gaat gepaard met een aanzienlijke investering. Schepen voor patrimonium en voorzitter van AG Vespa Koen Kennis (N-VA) raamt de totale kost op 62 miljoen euro. Het stadsbestuur bekijkt tegelijk wat er moet gebeuren met de huidige, veelal verouderde locaties. “We hebben de kans om een deel van dat oude patrimonium af te stoten en een nieuwe bestemming te geven. Die gebouwen blijven nu geld kosten. Door te verkopen creëren we ruimte voor partners om er iets nieuws mee te doen”, zegt Kennis.

In totaal worden zeven locaties verlaten wanneer de diensten verhuizen naar Technische Cluster Noord. Wat er met deze 7 locaties in de toekomst gebeurt, staat nog niet vast. Dat is momenteel nog in onderzoek. De toekomstige functies hangen af van de specifieke locatie van die gebouwen.
De werf zelf is een van de grootste lopende stadsprojecten. Ze steunt op 879 funderingspalen, gebruikt 18.000 ton hergebruikt betonpuin en krijgt een waterbuffer groter dan een olympisch zwembad.
Voor de medewerkers verandert er weinig aan de tewerkstelling, al zal hun dagelijkse werking er anders uitzien. De stad bevestigt dat het personeelsbestand gelijk blijft, maar verwacht dat de gedeelde infrastructuur en nabijheid van diensten de samenwerking tussen ploegen zal vereenvoudigen.
2027
Als de planning standhoudt, trekken de eerste teams in de loop van 2027 in het nieuwe gebouw. Een exacte openingsdatum is er nog niet, maar volgens Casier blijft de ambitie ongewijzigd. “Het begin van 2027 wordt wellicht nipt, maar in de loop van dat jaar moet de verhuis kunnen beginnen.”
