Goes oogcentrum Op familiefeestjes probeert de familie Goes niet over pupillen en lasers te praten. © Sarah Van den Elsken

“Op familiefeestjes proberen we niet over ons werk te praten”: Goes Oogcentrum op Linkeroever herbergt drie generaties oogartsen

Achter Goes Oogcentrum op Linkeroever schuilen drie generaties oogartsen: Frank senior (85), Frank junior (56), en de jongste generatie, bestaande uit Stéphanie (28) en William (27). De nestor was een pionier in België, de benjamin studeert momenteel in Engeland. Frank senior en junior hebben alvast “blind” vertrouwen in de volgende generatie.

“Welkom, wij zijn alle vier dokter Goes.” De familie Goes telt drie generaties oogartsen en ziet daar zelf de humor van in. Frank Goes senior (85) richtte de familiepraktijk 58 jaar geleden op. Eerst was die gevestigd in de Plantin-Moretuslei, daarna verhuisde ze naar de Van Eycklei en uiteindelijk naar de Willem Klooslaan op Linkeroever. In 2011 nam zoon Frank Goes junior (56) het oogcentrum over. Vandaag werkt ook zijn dochter Stéphanie (28) er. Over enkele maanden studeert haar broer William (27) af. Je raadt het al: ook als oogarts.

Frank Goes senior (85) richtte de familiepraktijk 58 jaar geleden op in de Plantin-Moretuslei. © Sarah Van den Elsken

“Ik betwijfel of het beroep me had aangesproken in de tijd dat mijn vader als oogarts startte”, zegt Frank junior. Hij werpt een blik op zijn vader, die begrijpend knikt. “Bijna alle oogartsen werkten in een ziekenhuis. Groepspraktijken bestonden niet”, pikt hij in. “Bovendien waren er nauwelijks behandelingen. Een cataractoperatie (de meest voorkomende ingreep aan het oog, waarbij de arts de vertroebelde ooglens vervangt door een kunstlens, red.) was de enige operatie de we kenden. Zelfs die was enkel mogelijk als de patiënt aan beide ogen een cataract had. De job bestond voornamelijk uit kijken en vaststellen.”

Pionier

Toch was Frank senior ambitieus. Je kunt hem zelfs een pionier noemen. “Ik had vier duidelijke doelen en heb ze stuk voor stuk waargemaakt”, zegt hij trots. Hij doelt op het oprichten van een groepspraktijk, opereren buiten het ziekenhuis, zelf een hoornvliestransplantatie uitvoeren en werken met lasers. “Zo’n hoornvliestransplantatie was toen de moeilijkste operatie die er bestond. We deden die met de vrije hand.” Inspiratie deed hij op tijdens werkbezoeken in de Verenigde Staten.

In 2011 nam zoon Frank Goes junior (56) het oogcentrum van zijn vader over. © Sarah Van den Elsken

Ook vandaag blijft Goes Oogcentrum mee met de nieuwste technologieën. Het is een grote praktijk met vijf artsen, verschillende optometristen die metingen uitvoeren, en orthoptisten die gespecialiseerd zijn in stoornissen in de ontwikkeling van de ogen. “We werken met het belangrijkste zintuig. Dat vraagt de beste zorg en de beste apparatuur”, zegt Frank junior. “Je kunt geen precisiewerk leveren met verouderde technieken.” Het centrum is vooral bekend om zijn specialisatie in goed zien zonder bril, dankzij lasers of multifocale implantlenzen. “Dat is een enorm comfort om mensen te kunnen bieden.”

Rebel

De passie waarmee Frank junior nu over oogchirurgie spreekt, was er nochtans niet altijd. “Ik zag hoeveel voldoening mijn vader uit zijn werk haalde, en wist dat hij er goed in was, maar zoals veel kinderen was ik een beetje rebels. Ik wilde niet hetzelfde doen als hij”, vertelt de zoon van Frank senior. Hij koos wel voor geneeskunde, maar was vastberaden een andere specialisatie te volgen. “Tot ik het vak zag evolueren en het steeds interessanter vond. De combinatie van fijn technisch werk en exacte wetenschap sprak me aan. Bovendien kunnen we het effect van onze behandelingen heel concreet meten bij de patiënt.”

Inmiddels is Frank junior verantwoordelijk voor het wetenschappelijke programma op het jaarlijkse oogartscongres en zetelt hij in de raad van bestuur van de Laser Vision Clinics. Van rebellie is geen sprake meer. “Ik opereerde zelfs de ogen van mijn vader. Dat hij me daarmee vertrouwde, was een eer. Als ik ooit een oogoperatie nodig heb, zal ik eens naar mijn kinderen kijken”, zegt hij glimlachend naar de jongste generatie.

Doktertje spelen

Voor Stéphanie en William was het oogcentrum altijd al een tweede thuis. “Als papa op zaterdag patiënten moest zien, kwamen wij als jonge kindjes mee. Niets was zo geweldig als doktertje spelen op de onderzoeksstoelen. Daarmee omhoog en omlaag gaan: je kunt het je wel voorstellen”, lacht de dochter. “Of we crosten rond met plakkers met dierenprintjes op één oog.” Later, als student, installeerden ze hun bureau in een kamer achter in de praktijk.

Stéphanie specialiseerde zich aan de KU Leuven en volgde een opleiding in Het Oogziekenhuis Rotterdam. © Sarah Van den Elsken

Stéphanie specialiseerde zich aan de KU Leuven en volgde een opleiding in Het Oogziekenhuis Rotterdam, met focus op ooglidcorrecties. “Eigenlijk overwoog ik kindergeneeskunde. Maar toen ik samen met papa de voor- en nadelen afwoog, besefte ik dat oogheelkunde beter paste bij hoe ik mijn werkleven zie. Er zijn veel mogelijkheden: werken in een ziekenhuis, een praktijk of zelfstandig. Voltijds of deeltijds.”

Duwtje in de rug?

William studeert ook aan de KU Leuven en volgt het laatste jaar van zijn opleiding in het Verenigd Koninkrijk. Als voorzitter van de Belgische assistentenvereniging van oogartsen is hij nu al ambitieus, al dacht ook hij eerst aan een andere specialisatie. Zijn opa gelooft dat hij hem een duwtje gaf. “Zo heb ik het niet ervaren”, lacht William. “Maar ik denk wel dat ik er anders nooit aan had gedacht. Tijdens de geneeskundestudies komt oogheelkunde nauwelijks aan bod. Het zou een gemiste kans geweest zijn.”

William studeert ook aan de KU Leuven en volgt het laatste jaar van zijn opleiding in het Verenigd Koninkrijk. © Sarah Van den Elsken

Op familiefeestjes probeert de familie Goes niet over pupillen en lasers te praten. “Ik heb nog twee kinderen: een orthopedisch chirurg en een economiestudent”, grinnikt Frank junior. Maar onvermijdelijk glipt er al eens een vraag door de mazen van het net. “Ik durf mijn kleinkinderen al eens naar de nieuwste ontwikkelingen of meest toonaangevende specialisten vragen”, geeft Frank senior toe. Ook hun vader leert bij van wat Stéphanie en William op de schoolbanken opstaken. “Al blijft mijn vader mijn grootste leermeester”, zegt Stéphanie. “Als eigenaar van een praktijk heb je eigenlijk twee jobs: die van arts en die van ondernemer. Dat tweede aspect zie je niet op school en leert hij me.”

“Dat ze in mijn voetsporen zouden treden, is voor mij nooit noodzakelijk geweest”, voegt Frank junior toe. “Als ze een beetje zoals mij zijn, zouden ze dan net afhaken. Het enige wat telt, is dat mijn kinderen gelukkig zijn. Vanzelfsprekend ben ik even trots op hun broer en zus.” Wel hebben zowel hij als Frank senior blind vertrouwen in de volgende generatie. Ze lachen. “Dat woord blind gebruiken we natuurlijk niet graag.”