Umicore stapte in september naar de provincie omdat het zijn omgevingsvergunning aangepast wilde zien. Het metaalverwerkend bedrijf is het niet eens met de strenge berekeningsmethode rond lood-in-bloedwaarden bij kinderen. Bij zo’n test mag maar 5 procent van de kinderen boven de norm zitten, en die norm verstrengt volgend jaar. Bovendien stelde Umicore dat er nog andere bronnen van loodvervuiling zouden zijn, buiten zijn fabriek, waardoor het bedrijf niet als enige verantwoordelijk kan worden gehouden.
Hoewel de deputatie erkent dat Umicore de voorbije jaren bijkomende investeringen deed om de uitstoot te verminderen, houdt de provincie voet bij stuk. De adviesinstanties – Zorg en Gezondheid, de Vlaamse Milieumaatschappij en het Departement Omgeving – gaven wel een gunstig advies om de gemiddelde lood-in-bloedwaarde tijdelijk te verhogen van 2 µg/dl naar maximaal 3 µg/dl.
Op 1 januari 2030 voert de provincie opnieuw een verstrengde norm in: een gemiddelde lood-in-bloedconcentratie van maximaal 2 µg/dl. Tot die tijd blijft Umicore verplicht om elke overschrijding van de huidige norm grondig te onderzoeken.
“Als tot dan uit een vingerprikcampagne blijkt dat de gemiddelde waarde boven 3 µg/dl uitstijgt, moet Umicore onmiddellijk een actieplan opstellen”, zegt gedeputeerde Luk Lemmens, bevoegd voor omgevingsvergunningen.