Het aantal failliete bouwbedrijven in de provincie Antwerpen stijgt al vijf jaar op rij. In vergelijking met vijf jaar geleden is het aantal faillissementen in de sector zelfs meer dan verdubbeld.
Pavel Gocyk (51) uit Boechout kan ervan meespreken. “Ik heb als dakwerker vele jaren in loondienst gewerkt, maar in 2021 heb ik mijn eigen bedrijf GP opgericht. Ik had in de eerste maanden veel werk, en heb zelfs zeven mensen in loondienst genomen”, vertelt hij. “Maar na een tijd begon het aantal opdrachten te verminderen en kon ik niet meer concurreren met de prijzen van mijn concurrenten. Vooral veel bedrijven met buitenlanders in dienst, konden opdrachten veel goedkoper uitvoeren dan ik. Dat is opmerkelijk, omdat de materiaalprijzen de afgelopen jaren voor iedereen sterk zijn gestegen.”

Omdat Pavels werkboek steeds leger werd, heeft hij voor de zomer van vorig jaar het faillissement aangevraagd. “Ik zit nu al een dik halfjaar zonder inkomen. Mijn spaargeld is bijna op. Mijn vrouw kan niet werken omdat ze zware rugproblemen heeft. En we hebben kinderen van 17 en 13 jaar. Tot hiertoe merken ze nog niets van de financiële problemen. Ik eet nog liever zelf niet dan dat mijn vrouw en kinderen geen eten zouden hebben. Maar nu moet er wel iets veranderen. Ik ga een nieuw dakwerkerbedrijf oprichten, maar dan met weinig of geen personeel.”

Twee nieuwe problemen
Pavel heeft zijn bedrijf ook failliet zien gaan doordat de renovatiedrang na corona fors is verminderd. “Daarom piekt het aantal faillissementen ook al enkele jaren na elkaar. Maar sinds vorig jaar zijn er nog twee zorgwekkende factoren bijgekomen”, zegt Niko Demeester, gedelegeerd bestuurder van Embuild, de sectorfederatie van de bouw. “Er komen voor het eerst sinds lang ook minder startende bouwondernemers bij. En ten tweede: ook veel solide bouwbedrijven die al lang bestaan en door de jaren heen financiële reserves hebben kunnen opbouwen, komen nu in de problemen.”
Een voorbeeld daarvan is het bedrijf Plastiek Van Wauwe, een leverancier van kunststofmaterialen voor de bouw uit Deurne, dat na een geschiedenis van 65 jaar het faillissement heeft aangevraagd. Nochtans is er een grote nood aan extra woningen, bijvoorbeeld omdat het aantal eenoudergezinnen stijgt en er meer vrijgezellen zijn dan vroeger.
“We verwachten dat de bouw in 2026 langzaamaan herstelt, en dat het in 2027 echt beter wordt”
Niko Demeester
“Maar er is ook de bouwshift, waarbij de open ruimte maximaal wordt gevrijwaard”, stipt Niko Demeester aan. “Die bouwshift is terecht, maar dat betekent wel dat de schaarse bouwgronden die er nog zijn duurder zijn geworden. En het betekent ook dat we meer in de hoogte zullen moeten bouwen en er meer kleinere appartementen nodig zijn. We moeten dan van één klassieke gezinswoning bijvoorbeeld drie of vier appartementen voor alleenstaanden kunnen maken.”

Maar veel gemeentebesturen willen de stijging van het aantal appartementen afremmen, omdat ze het niet goed vinden voor het ‘karakter’ van hun gemeente, of omdat veel inwoners er tegen zijn”, zegt Niko Demeester. “Het is dus vaak heel moeilijk om aan een bouwvergunning te geraken. Maar dat gebrek aan woningen betekent ook dat wonen in een gemeente voor de volgende generaties onbetaalbaar dreigt te worden.”
Hoopvol voor de toekomst
Toch is Demeester hoopvol voor de nabije toekomst. “De Vlaamse regering heeft de renovatieregels onlangs versoepeld. Wie een woning met een energielabel E of F koopt, moet dat binnen de zes jaar renoveren tot het betere label D, maar voorlopig niet meer verder tot een nog beter label. De regels zijn nu duidelijk en stabiel. We denken dus dat het aantal renovatieopdrachten weer zal toenemen. Daarbij komt nog dat veel gemeentebesturen ook forse investeringen in openbare gebouwen hebben aangekondigd. Dat zorgt voor extra werk. We verwachten dat de bouw in 2026 langzaamaan herstelt, en dat het in 2027 echt beter wordt.”