In totaal zijn er acht genomineerden, waarvan er vijf uit de provincie Antwerpen komen.
Dit zijn de Antwerpse genomineerden:
1. Oleon uit Oelegem (Ranst): veel minder energie nodig om de Netflixen van deze wereld af te koelen
Belangrijk om: energie- en waterverbruik te beperken
Datacenters zijn het kloppende hart van de digitale wereld. Ze zorgen ervoor dat alle computersystemen blijven draaien, van de streamingdienst Netflix tot systemen voor artificiële intelligentie.
“Door de opkomst van artificiële intelligentie hebben datacenters alsmaar meer rekenkracht nodig”, zegt Maarten Trautmann, manager van Oleon. “Dat betekent dus ook dat ze meer energie nodig hebben. Meer energie betekent meer warmte, en die warmte moet worden afgevoerd. In je laptop is dat eenvoudig: daar zit een ventilator in. Maar voor hele grote datacenters zal zo’n systeem in de toekomst niet meer volstaan.”

“Dankzij onze uitvinding kunnen datacenters ventilatoren ontmantelen en bijgevolg minder energie verbruiken”
Maarten Trautmann
“Wij hebben daarom als alternatief in onze fabriek in Oelegem de koelvloeistof QLOE (spreek uit als Chloë, red.) ontwikkeld”, zegt Beau Van Vaerenbergh, onderzoeks- en ontwikkelingsingenieur van Oleon. “Die vloeistof is voor 100 procent van plantaardige origine, vooral uit Europa. Door onze koelvloeistof is er veel minder energie nodig om servers te laten afkoelen, omdat koelen met een vloeistof efficiënter is dan via lucht.”

“Dankzij onze uitvinding zullen in de komende jaren veel meer nieuwe vloeren in sportzalen uit gerecycleerd materiaal bestaan”
Vanessa Doms
“Door de biologische weekmaker die wij produceren, die we trouwens Proviplast 2755 noemen, kan het productieproces van pvc ook nog eens aan lagere temperaturen gebeuren, waardoor er dus minder energie nodig is”, zegt technisch directeur José Vanheule. “Door de lagere temperatuur worden de pvc-moleculen minder beschadigd, blijft het pvc-materiaal na de recyclage dus zuiverder, en kan het beter worden gerecycleerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat dankzij onze uitvinding in de komende jaren veel meer nieuwe vloeren in sportzalen uit gerecycleerd materiaal zullen bestaan.”
3. Anorel uit Hove: kalium voor bijvoorbeeld meststoffen niet meer uit mijnen, maar uit voedingsindustrie halen
Belangrijk om: grond- en meststoffen groener te produceren én minder afhankelijk te worden van Rusland en China
“Wij verzamelen assen die ontstaan door de verbranding van plantaardige reststromen uit de voedingsindustrie”, zegt Josephine Cafmeyer, directeur bij Anorel. “Bijvoorbeeld assen van omhulsels van zonnebloempitten. Die assen worden in een database gezet, met telkens hun chemische en fysische eigenschappen. Op basis van die gegevens bepalen we op welke manier we er het kalium kunnen uithalen, in de vorm van kaliumcarbonaat. Dat wordt dan ingezet als meststof voor de serreteelt, en kan ook als grondstof voor de industrie worden gebruikt, bijvoorbeeld voor glas, metaal en verf.”
“We zorgen er mee voor dat Europa meer zelfvoorzienend kan worden. En we leveren een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het milieu”
Josephine Cafmeyer
“Door onze innovatie wordt Europa minder afhankelijk van kalimijnen uit bijvoorbeeld Rusland, en van de import van kaliumcarbonaat uit China”, zegt Josephine Cafmeyer. “We zorgen er dus voor dat Europa meer zelfvoorzienend kan worden. En we leveren ook een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het milieu. Dankzij onze innovatie zijn er minder vervuilende mijnactiviteiten en energie-intensieve productieprocessen nodig.”

4. Fairbrics uit Antwerpen: CO2 opvangen uit industrie en omzetten in polyester die gebruikt wordt voor de productie van kleding
Belangrijk om: kleding en schoenen op een duurzamere manier te produceren
“Wij gebruiken als eerste bedrijf ter wereld opgevangen CO2 van de industrie, om er polyester mee te maken die uiteindelijk in T-shirts, schoenen en andere kledingstukken terechtkomt”, zegt Benoît Illy, medeoprichter van Fairbrics. “Vandaag doen we dat op een beperkte schaal met een proefinstallatie op de bedrijvenzone BlueChem in Hoboken. We krijgen de CO2 in flessen aangeleverd van het Franse bedrijf Air Liquide. Het Zweedse kledingbedrijf H&M heeft ons polyester als proef al gebruikt om er T-shirts mee te maken en was zo positief dat het inmiddels zo’n 10 procent van de aandelen van ons bedrijf heeft gekocht.”
“Wij gebruiken als eerste bedrijf ter wereld opgevangen CO2 van de industrie, om er polyester mee te maken die uiteindelijk in T-shirts, schoenen en andere kledingstukken terechtkomt”
Benoît Illy
Kledingketen H&M bevestigt dat het investeert in Fairbrics. “Dit bedrijf was in 2020 al een van de winnaars van onze Global Change Award, waarmee we duurzame innovaties in de mode ondersteunen”, zegt Cecilia Alpstig, woordvoerder van H&M. “We willen innovaties in een vroeg stadium detecteren en opschalen. Intussen zien we dat Fairbrics voortdurend progressie en technische doorbraken maakt. Het is alleen nog te vroeg om te zeggen wanneer kledingstukken op basis van afgevangen CO2 in de winkels zullen liggen.”

5. Plastics2Chemicals-fabriek van Indaver in Antwerpse haven: met technologie worden yoghurtpotjes en vleesschaaltjes gerecycleerd tot dezelfde yoghurtpotjes en vleesschaaltjes
Belgangrijk om: de plastic afvalberg tot een minimum te beperken
“Een wereldwonder.” Zo noemt Fernand Huts, die met zijn bedrijf Katoen Natie de eigenaar is van Indaver, de nieuwe fabriek die Indaver in de Antwerpse haven heeft geopend. De fabriek heet Plastics2Chemicals en is een wereldprimeur voor de chemie.
Indaver is het eerste bedrijf dat yoghurtpotjes en vleesschaaltjes recycleert tot hun oorspronkelijke bouwstenen, zonder enige vorm van vervuiling. Daardoor kunnen de potjes en schaaltjes die we met z’n allen in de blauwe PMD-zak gooien, opnieuw worden gerecycleerd tot dezelfde potjes en schaaltjes. Indaver heeft daar een speciale technologie voor ontwikkeld, samen met onderzoekers van de universiteiten van Antwerpen, Gent en Leuven. Via het zogenaamde systeem van ‘chemische recyclage’ moet er dus geen nieuwe olie meer worden opgepompt om bijvoorbeeld yoghurtpotjes mee te maken.

“Natuurlijk worden de potjes en de schaaltjes uit de blauwe zak al heel lang gerecycleerd, maar tot hiertoe werden die dan herwerkt tot helmen, emmers of plastic poorten”, zegt Karl Huts, CEO van Indaver en de zoon van Fernand Huts. “Dus niet tot producten voor de voedingsindustrie, omdat ze daar na de recyclage niet proper genoeg voor waren. Bovendien kunnen die helmen, emmers of poorten aan het einde van hun levensduur vaak niet meer opnieuw worden gerecycleerd, waardoor ze bijvoorbeeld worden verbrand. Door onze chemische recyclage kunnen we yoghurtpotjes en vleesschaaltjes eindeloos recycleren, zonder aan kwaliteit te verliezen.”