De chemieproducten van BASF zitten in smartphones, tandpasta, het tapijt waarop we lopen, in het dashboard en de sproeivloeistof van auto’s, in de nieuwe chips voor artificiële intelligentie, in pijpleidingen, in de televisie, in…. Nu ja, in zowat alles dus. De Duitse multinational maakt wereldwijd meer dan 50.000 chemieproducten en is daarmee de wereldleider. De grootste productiesite bevindt zich in het Duitse Ludwigshafen, waar meer dan dertigduizend mensen werken. De tweede grootste BASF-vestiging ter wereld ligt in Antwerpen, waar voorlopig nog 3.600 mensen aan de slag zijn.
Maar de Europese chemiesector krimpt vandaag snel. In België alleen al zijn er vorig jaar meer dan duizend banen verdwenen, en dit jaar is het minstens zo erg. Dat komt onder meer omdat de energiekosten in Europa veel hoger zijn dan in het buitenland. Amerikaanse en Aziatische bedrijven kunnen chemieproducten daardoor veel goedkoper produceren.
BASF zet zich schrap en heeft een nieuwe strategie uitgedacht. “Een onderdeel daarvan is dat we voor al onze vestigingen de familiecultuur moeten omvormen tot een sportclubcultuur, waarbij toegevoegde waarde het doel is”, zegt Markus Kamieth. “In een sportteam zijn mensen ook loyaal voor elkaar en proberen ze elkaar te helpen, maar moet iemand die niet bijdraagt aan de overwinning zich misschien niet al te best voelen.”
BASF wil in Antwerpen 600 jobs schrappen tegen eind 2028, weliswaar zonder gedwongen ontslagen. Gaat dat genoeg zijn om de crisis in de Europese chemie te doorstaan?
Markus Kamieth: “Dat kan ik niet beloven, omdat niemand weet in welke mate de wereld de komende jaren zal veranderen. We leven in een turbulente tijd op geopolitiek vlak. We kunnen nu alleen ons best doen om zo open en transparant mogelijk te communiceren over de besparingen waar we ons doorheen moeten bijten. Er hebben nog nooit zoveel installaties in Antwerpen stilgelegen als vandaag. Bovendien zijn ook de personeelskosten de jongste jaren fors gestegen. Daardoor is de productiviteit van onze werknemers in Antwerpen in zijn geheel significant gedaald. We moeten dus fiks schrappen in het aantal jobs. Of deze besparing genoeg zal zijn? Geen idee. De wereldpolitiek en de handelsrelaties tussen landen veranderen pijlsnel.”
De vakbonden in de chemiesector zeggen nochtans dat het niet zo slecht gaat met BASF. In Antwerpen hebben jullie vorig jaar nog een nettowinst van een half miljard euro gemaakt. Er is zelfs een algemene stakingsaanzegging in de chemiesector. De vakbonden vinden dat de werkgevers de crisis in de sector overdrijven en willen praten over loonsverhogingen.
“Ik moet de stelling dat BASF in Antwerpen winst maakt, zwaar nuanceren. De Antwerpse vestiging is een onderdeel van de wereldwijde BASF Groep. Antwerpen heeft bijvoorbeeld sterk geprofiteerd van de technologische vernieuwing die we met BASF op de site in Ludwigshafen hebben gerealiseerd. Als ik elke vestiging zou moeten belonen of straffen op basis van het individuele resultaat, dan zou ik ons team in China rijkelijk moeten belonen, omdat ze ons hoofdkantoor in Duitsland de voorbije jaren dikke cheques hebben geschonken. Zo werkt het natuurlijk niet. We bekijken de resultaten niet per vestiging, maar per chemietak waarin we actief zijn.”
“De waarheid is dat we met BASF door de moeilijke situatie in de chemiesector dit jaar wellicht afstevenen op de laagste winst van de voorbije twintig jaar. Ons resultaat zal dit jaar slechter zijn dan tijdens de globale financiële crisis van 2008 en 2009 en slechter dan tijdens de coronacrisis van 2020. Kortom, wie nu zegt dat het eigenlijk toch vrij goed gaat met BASF, ontkent de realiteit. Dit is geen moment voor loonsverhogingen. Er is een ‘adempauze’ nodig. In België zitten we dan nog met het systeem van de automatische loonindexering, dat echt een gek systeem is. Ik hoop dus dat ook de vakbonden begrijpen dat het nu tijd is om op een rationele manier naar de huidige situatie te kijken.”

Welke concrete oplossingen zijn mogelijk om Antwerpen en Europa uit de crisis te halen? Het basisprobleem is dat chemiebedrijven veel gas nodig hebben om hun producten te maken, en dat gas drie tot vier keer duurder is in Europa dan in de VS of het Midden-Oosten, omdat Europa nu eenmaal zelf amper gas heeft. Daar kunnen politici niet veel aan doen.
“Dat is waar. We moeten ermee leven dat de gasprijzen voor chemiebedrijven in Europa hoger zijn dan in het buitenland. Maar daar kunnen we wel mee om. Het grote probleem is dat Europa daar nog een heleboel problemen bovenop creëert.”
“Ik zie minstens drie oplossingen. Eén: verminder de bureaucratie. Sinds 1 december 2024 is er een nieuwe Europese Commissie. Maar er zijn nog altijd 900 beslissingen van de vorige Europese Commissie over de chemiesector, die nog moeten worden omgezet in nationale richtlijnen. Dat kost ons heel veel tijd, geld en energie, zonder dat die richtlijnen de concurrentiekracht van onze bedrijven of de consument ten goede komen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zegt al een tijdje dat ze de bureaucratie wil verminderen, maar in de praktijk zien we daar nog niets van.”
“Als ik elke vestiging zou moeten belonen of straffen op basis van het individuele resultaat, dan zou ik ons team in China rijkelijk moeten belonen. Zo werkt het niet. We bekijken de resultaten niet per vestiging, maar per chemietak waarin we actief zijn”
Markus Kamieth
“Twee: herteken het huidige systeem van CO2-emissierechten. Vandaag moeten bedrijven die in Europa CO2 uitstoten, daar geld voor betalen. De kostprijs voor die emissierechten loopt de komende jaren sterk op. Vandaag betalen we 75 euro per ton CO2. Dat stijgt elk jaar verder, tot 175 euro in 2040. Vandaag krijgen we nog een bepaald aantal CO2-rechten gratis. Maar dat aantal daalt de komende jaren snel, en vanaf 2034 krijgen we geen gratis rechten meer. De bedoeling van het systeem is om de productie van bedrijven in de industrie groener te maken. Het grote probleem is echter dat wij door dat emissierechtensysteem uit de markt worden geconcurreerd door buitenlandse bedrijven. Want bedrijven uit pakweg China of de VS moeten die emissierechten niet betalen. Als ik over een nieuwe investering moet beslissen waar CO2 bij komt kijken, dan zal ik er door het emissierechtensysteem dus altijd voor kiezen om die investering buiten Europa te doen.”
“En drie: creëer een competitieve energie-infrastructuur in Europa. Vandaag sluiten de elektriciteitsnetten binnen Europa onvoldoende op elkaar aan. In pakweg India is er één net: als er windenergie is, wordt die in het net geïnjecteerd en kan iedereen in India van die windenergie genieten. In Europa is dat niet zo, omdat de aparte landen hun infrastructuur niet goed genoeg op elkaar laten aansluiten, en elektriciteit bijgevolg nog duurder is dan die in Europa zou moeten zijn.”

Nog even over uw tweede punt: BASF zou ook zelf kunnen beslissen om producten met een lagere CO2-uitstoot te maken. Dan moeten jullie minder emissierechten betalen.
“Onze productie wordt groener. Wij hebben de doelstelling om tegen 2030 met de hele BASF-groep 25 procent minder CO2 uit te stoten dan in 2018. Maar los daarvan zullen we wel nog CO2 blijven uitstoten en dus emissierechten moeten betalen. We zijn technisch wel in staat om onze chemieproducten te produceren op basis van kunststofafval. Maar we doen dat nog niet op grote schaal, omdat het duurder is om dat te produceren, en de consumenten daar niet voor willen betalen.”
“Het is een lelijke waarheid: vraag aan honderd mensen of ze vinden dat er iets aan het klimaat moet gebeuren en de overgrote meerderheid zal ja zeggen. Maar laat diezelfde honderd mensen in de winkel kiezen of ze meer willen betalen voor een product met een lagere CO2-uitstoot, en dan is het antwoord meestal neen.”
Dan nog heeft BASF een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Met het zogenaamde Kairos@C-project willen jullie bijvoorbeeld CO2 die in Antwerpen wordt uitgestoten, opvangen en opslaan in lege gasvelden in de Noordzee, om zo elk jaar 1 miljoen ton CO2 minder uit te stoten in Antwerpen. Maar dit voorjaar liet jullie Antwerpse topman Jan Remeysen weten dat dit project er niet kan komen zonder overheidssteun. Zo’n project is dan economisch misschien niet rendabel, maar als bedrijf hebben jullie ook de plicht om goed te zorgen voor het milieu.
“Intussen hebben zowel de Belgische overheid als de Europese Commissie steun toegezegd voor dat project. Begin volgend jaar beslissen we of we met Kairos@C van start gaan of niet. Het is correct dat we een verantwoordelijkheid hebben om onze CO2-uitstoot te verlagen. Maar die verantwoordelijkheid is wel globaal. Als ik de CO2 van BASF kan verminderen in Maleisië, de VS of China, dan telt dat evenzeer, want de CO2-uitstoot heeft een globale impact. Het heeft geen landsgrenzen.”
“Antwerpen moet met zijn Kairos@C-project dus concurreren met andere besparingsprojecten voor CO2 binnen de BASF-groep. Ik kan niet alles tegelijk doen, en ik kan een euro maar één keer uitgeven. Laat het me zo zeggen: het Antwerpse project is nog geen gegarandeerde keuze, maar we staan er ook niet sceptisch tegenover, want die CO2-opvang zal de komende jaren zeker nodig zijn.”

Even terug naar de crisis in de chemie. Uw collega Jim Ratcliffe, de eigenaar van het Britse chemiebedrijf Ineos, zegt dat de chemiesector in Europa met “uitsterven” bedreigd is. Krijgt hij gelijk, als Europa geen werk maakt van de oplossingen die u voorstelt?
“Ik denk niet dat uitsterven het juiste woord is. Het klopt wel dat de basischemie, waar veel energie voor nodig is om te produceren en waarvoor de kosten in Europa heel hoog zijn, geen mooie toekomst heeft. Een concreet voorbeeld is de productie van ammoniak. Je kan dat product makkelijk goedkoop importeren uit andere landen. Ik zie daar geen probleem in, omdat we het benodigde gas ook uit andere landen moeten importeren.”
“Maar er zijn ook veel ‘specialere’ chemieproducten, waar ingewikkelde technologische kennis voor nodig is, die we wel altijd in Europa zullen produceren. Zolang er in Europa een industrie is, zal er altijd een sterke chemiesector nodig zijn, omdat die industrie anders ook niet meer verder kan. Om maar iets te zeggen: als BASF sluit, zullen autofabrieken in Europa ook stilvallen. Dus neen, we moeten niet té dramatisch doen. Maar als Europa niet snel structurele hervormingen doorvoert, zal de Europese chemiesector wel kleiner worden dan ze zou kunnen zijn.”

Tot slot: binnen de chemiesector zijn er topmensen die pleiten voor invoertarieven voor chemieproducten uit China, zodat we onze Europese productie kunnen beschermen. Bent u daar ook voorstander van?
“Als er tarieven voor de chemiesector komen, dan moeten die tijdelijk zijn en heel gericht op bepaalde producten. In China zijn er veel goede ondernemers met heel innovatieve ideeën. Zij dragen bij tot het succes van China, dat dus zeker niet alleen te danken is aan de steun van de Chinese overheid. We moeten in de eerste plaats goed samenwerken met China, en sneller reageren als iets niet correct is. Als er in Europa een klacht is wegens onrechtmatige concurrentie vanuit China, dan duurt het gemiddeld anderhalf jaar voor de Europese Unie een beslissing neemt. Zo gaan we er niet komen.”
“Eigenlijk is het simpel: zowel China als de Verenigde Staten voeren wereldwijd een agenda uit om hun eigen bedrijven beter te maken. Europa steekt daarentegen nog te veel stokken in de wielen van de eigen bedrijven. Als Europa op dat vlak van koers verandert, gaan we er al een heel stuk op vooruit.”