“In 80 tot 90 procent van alle Belgische bieren zit een ingrediënt van Dingemans.” Karl Dingemans (50) zegt het bescheiden, maar ook trots. Samen met zijn broer Jan vormt hij de vijfde generatie bij Mouterij Dingemans. Wat begon als een familieboerderij, groeide in anderhalve eeuw uit tot een wereldspeler in mout. Toch startte het verhaal niet met mout, maar met cichorei. “Hier op het Laageind werd graan verbouwd en cichorei gedroogd. Dat werd geroosterd als koffievervanger. In 1875 besliste Alexander Dingemans om een mouterij te beginnen. Brouwerijen kwamen op en met mout viel meer te verdienen. Het ging toen enkel om lichte mouten, voor pils bijvoorbeeld.”
Alexander stierf al op zijn 31ste. Zijn vrouw Juliana De Beuckelaer en zoon Alfons zetten het bedrijf voort. De mouterij groeide en overleefde twee wereldoorlogen. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten we lijnzaad drogen in de ast. Maar lijnzaad bevat veel olie, die in het open vuur spatte en een grote brand veroorzaakte.”
Speciale mouten
Eind jaren tachtig namen vader Fons en oom Walter een belangrijke beslissing. “Ze maakten van speciale mouten onze specialiteit. We kochten een brander om mout te karamelliseren en te roosteren. Daarmee ontstond een breed gamma dat kleur én smaak aan bier geeft. Denk aan een pikzwarte stout: daar zit felgeroosterde mout in. Concurreren op pilsmout alleen was moeilijk. We produceren die nog steeds, en door de opkomst van kleine craftbrouwerijen is het aandeel weer gestegen. Zo kunnen brouwers hun volledige pakket mout bij ons bestellen.”
Karl werkt intussen 30 jaar in de mouterij, eerst als mouter, nu als algemeen directeur en verantwoordelijke voor de verkoop. Zijn broer Jan kwam er in 2006 bij en focust op de technische kant. “Op mijn zestiende wist ik al dat ik in de mouterij wilde werken. Mijn slaapkamer keek uit op de koer, waar ik alle vrachtwagens zag komen en gaan. Als mijn ouders geen tijd hadden, bracht soms een chauffeur mijn broer en mij naar school. Dat vonden we stoer. Later deed ik vakantiewerk: installaties schilderen of tienduizend glazen buisjes uit de warmtewisselaar vervangen. Van die prutswerkjes dus.”
Tot in Japan
“Sinds de jaren 2000 zetten we sterk in op export. Amerika is een grote klant, maar ook Italië, Frankrijk, Spanje en zelfs Japan. Waarom ze van zo ver mout bij ons kopen? Onze klanten zijn ons uithangbord. Alle trappisten gebruiken onze mout, Duvel is onze grootste klant. Ook lambiekbrouwers en producenten van Vlaams rood-bruin, zoals Rodenbach, werken met ons. Al die unieke Belgische bieren vragen unieke mouten.”
Het succes maakt dat er dag en nacht gewerkt wordt, in drie ploegen. Ook met Pasen of Kerstmis. “Je kan tegen een korrel niet zeggen dat hij niet mag kiemen,” lacht Karl. “Gelukkig hebben we een fantastisch team.”
“In 1949 waren er meer dan 90 mouterijen in België, nu nog maar vier. Wij zijn nog de enige onafhankelijke, traditionele familiemouterij. Onze mouterij blijft in beweging. Onlangs namen we een nieuwe siloblok in gebruik. Maar we vernieuwen niet om te vernieuwen. Een nieuwe mout brengen we pas op de markt als die echt een meerwaarde heeft. Zoals de dextrinemout, die we binnenkort lanceren. Die geeft alcoholvrij bier meer body. Mijn zoon Thijs werkte mee aan de ontwikkeling, samen met de universiteit van Edinburgh en de KU Leuven. Op onze opendeurdag kan je het resultaat proeven.”
De grote uitdaging is verduurzaming. “Een mouterij is zeer energie-intensief. En de biermarkt verandert: sinds corona is niets meer hetzelfde. Kunnen we mout ook in andere sectoren inzetten? En nieuwe landen aanboren? Scandinavië biedt bijvoorbeeld nog groeipotentieel. Ik vind de brouwerijwereld fantastisch. Met de meeste klanten heb ik een lange relatie. Ik probeer iedereen minstens één keer per jaar te bezoeken. Dan samen het eindproduct proeven, dat is echt genieten.” Zijn favoriet? “Een Orval. Uniek.”
Uniek, net zoals de mouterij dus. Om haar 150ste verjaardag te vieren, zet ze voor de eerste keer in haar geschiedenis de deuren open. “Elk kwartier kunnen vijftig mensen de mouterij bezoeken. Onderweg ontdekken ze historische anekdotes en het moutproces. En uiteraard proeven ze bier gebrouwen met onze mout.”
Dingemans in cijfers
• Opgericht in 1875
• 44 werknemers
• Jaarlijks verwerkt de mouterij 60.000 ton gerst
• Naast gerst, mout ze ook tarwe, haver en rogge
• 95% van het gruwe graan komt uit Frankrijk. De hoeveelheid Belgisch graan begint te stijgen.
• In totaal verkoopt Dingemans 33 soorten mout, naast tientallen blends op aanvraag
• Voor de opendeurdag laat Dingemans 4 bieren brouwen: een blond bier, een alcoholvrije red ale, een bruin bier en een tripel