Gert Paulussen Gert Paulussen bij de textielverwerking in Brecht. Foto: Elke Lamens

Brechts maatwerkbedrijf wil gerust langdurig werklozen binnenhalen, maar aanlooptraject duurt te lang: “Voor wie al kwetsbaar is, is dit een lijdensweg”

Nu langdurig werklozen hun uitkering verliezen, wordt steeds vaker gewezen naar maatwerkbedrijven als deel van de oplossing. Volgens Gert Paulussen, directeur van vzw De Enter in Brecht, is die verwachting terecht, maar alleen als Vlaanderen de maatwerkbedrijven niet meer plafonneert en het aanlooptraject verkort.

De Enter vzw is de koepelorganisatie boven zes Kringwinkels in Brecht, Essen, Malle, Schilde, Wuustwezel en Zandhoven, aangevuld met twee webshops. Die winkels stellen momenteel 180 mensen uit de ruime regio te werk. De Enter bereidt zich voor om langdurig werklozen te activeren. “We merken meer spontane sollicitaties”, vertelt directeur Gert Paulussen. “Mensen die een brief kregen, beginnen plots werk te zoeken. Maar vaak hebben ze nog geen maatwerkticket van de VDAB en zonder dat ticket kunnen wij hen niet aanwerven.”

Dat ticket, nodig om in een maatwerkbedrijf te werken, is het resultaat van een uitgebreid VDAB-traject dat in sommige gevallen tot zes maanden duurt. “En zes maanden zonder inkomen is voor veel mensen gewoon niet haalbaar.” Wie zijn uitkering verliest, moet zich intussen wenden tot het OCMW, waar eerst een middelenonderzoek volgt voor een leefloon. “Dat is opnieuw tijdverlies”, zegt Paulussen. “Voor mensen die al kwetsbaar zijn, is dat een zware lijdensweg.”

Volgens Paulussen wringt het systeem fundamenteel. “VDAB heeft jarenlang tegen sommige mensen gezegd: ‘je bent niet toeleidbaar naar werk.’ En liet hen wel een werkloosheidsuitkering ontvangen. En nu zegt men plots: het stopt. Dat klopt niet. Als iemand echt niet kan werken, moet er een ander statuut zijn, geen werkloosheidsvergoeding. Dat is net als zeggen dat je niet mag rijden, maar je wel een auto geven.”

De groep langdurig werklozen is bovendien zeer divers. “Er zullen zeker mensen zijn die misbruik maakten van het systeem, maar dat is lang niet iedereen. Velen hebben door jarenlange inactiviteit een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Die mensen willen wij perspectief geven.”

“Ik heb een erkenning voor 64 voltijdsen, goed voor ongeveer honderd mensen. Ik zou zonder problemen 30 à 40 extra mensen kunnen tewerkstellen, economisch rendabel zelfs, maar dat mag niet binnen het huidige decreet”

Gert Paulussen Directeur De Enter vzw

Maar daar botst De Enter ook op structurele beperkingen. Elk maatwerkbedrijf werkt met een zogenaamd geplafonneerd contingent: een maximumaantal ‘voltijdsequivalenten’ waarvoor loonsubsidies gelden. “Wij zitten al jaren aan dat plafond”, zegt Paulussen. “Ik heb een erkenning voor 64 VTE, goed voor ongeveer honderd mensen. Ik zou zonder problemen 30 à 40 extra mensen kunnen tewerkstellen, economisch rendabel zelfs, maar dat mag niet binnen het huidige decreet.”

De Enter haalt nu zo’n 1.000 ton textiel op in de regio.

Naast maatwerk werkt De Enter ook met zogenaamde artikel 60-trajecten, waarbij mensen tijdelijk via het OCMW aan de slag kunnen om sociale rechten op te bouwen. “Dat helpt, maar de loonkost ligt dan bij de gemeente. Bij maatwerk betalen wij zelf het loon.” Volgens Paulussen nemen lokale besturen hun verantwoordelijkheid wel, maar heerst er veel onzekerheid. “OCMW’s weten gewoon nog niet hoeveel mensen zich effectief zullen aanmelden.”

Onderzoek van het HIVA Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van KU Leuven toont aan dat maatwerk rendeert, stipt Paulussen aan: “Voor elke euro loonsubsidie is er 3 euro maatschappelijke return. Mensen krijgen loon in plaats van een uitkering, hun koopkracht stijgt en de lokale economie vaart er wel bij.”

De oproep van Paulussen is dan ook duidelijk en wordt breed gedeeld binnen de sector: “Maak het maatwerkticket sneller toegankelijk en laat dat contingent los. Er is overal een roep om activering, maar dan moet men ook luisteren naar wie die activering effectief wil en kan realiseren.”

Intussen ziet De Enter ook schrijnende situaties. Vrijwilligers die vroeger konden rekenen op een uitkering, haken af omdat ze geen geld meer hebben voor vervoer. “Dat is een stap achteruit. Werk is meer dan inkomen: het geeft eigenwaarde en sociale contacten. We werken zo ook aan integratie op de werkvloer.”

Feest

“Niet iedereen zal ooit betaalde arbeid aankunnen”, benadrukt Paulussen. “En dat hoeft geen falen te zijn. Maar voor wie wél potentieel heeft, moeten we kansen creëren, zonder hen telkens opnieuw te laten falen.” Wanneer iemand uiteindelijk doorstroomt naar een reguliere job, is dat voor De Enter telkens een overwinning. “Dan is het hier feest. Dat zijn de momenten waarvoor we het doen. Dan weet je: hier maken we écht verschil.”