Terwijl Chinezen onze markten overspoelen met goedkope producten en alle ogen gericht zijn op de tarieven van Trump, kopen de Amerikanen systematisch onze industriële en technologische kroonjuwelen op.
Recentste in de rij is de aardappelgroep Clarebout patatoes. De grootste Belgische frietproducent – toch een symboolproduct voor België – komt in handen van de Amerikaanse groep Simplot foods. De andere kandidaat om het bedrijf over te nemen was het ook Amerikaanse CVC Capital. Amerikaanse investeerders beconcurreren dus elkaar in de overnamestrijd.
Clarebout is echter geen alleenstaand feit. Unilin, bekend van Quick-Step vloeren, werd overgenomen door het Amerikaanse Mohawk Industries. Het bedrijf blijft een van de grootste werkgevers in West-Vlaanderen en is volledig geïntegreerd in de Amerikaanse groep. En ook Balta, een grote tapijtenfabrikant uit West-Vlaanderen, werd overgenomen door diezelfde Mohawk Industries. Door de fusie met Ahold, kwam ook Delhaize in Amerikaanse handen. En Omega-Pharma, een van de grootste onafhankelijke pharma-spelers in Europa, werd verkocht aan het Amerikaanse Perrigo.
Ook technologiebedrijven moeten eraan geloven
Maar het blijft niet alleen bij productie- en distributiebedrijven. Ook technologische bedrijven vallen ten prooi aan Amerikaanse overnemers. Vorig jaar werd werd ArtiQ, een Leuvense spin-off gespecialiseerd in artificiële inteligentie voor longdiagnostiek, overgenomen door de Amerikaanse multinational Clario. Desotec, het milieutechnologie bedrijf uit Roeselare, is nu in handen van het Amerikaanse blackstone. Vibrantz Technologie, het vroegere Cappelle pigments, viel in Amerikaanse handen. En DB Video, een facilitair mediabedrijf, werd onderdeel van de Amerikaanse Production Resource Group (PRG), een wereldspeler in audiovisuele diensten. En ook Telenet kwam in Amerikaanse handen en werd van de beurs gehaald. Het lijstje is ellenlang.
Onder meer door de concurrentie tussen investeerders, zijn de Amerikaanse bedrijven duur. De Europese bedrijven zijn dan ook koopjes voor de Amerikaanse fondsen.
Rudy AernoudtWat verklaart de Amerikaanse appetijt?
Ten eerste, Amerikaanse fondsen zwemmen letterlijk in het geld. Blackstone bijvoorbeeld, beschikt over 1,1 biljoen dollar activa. De overname van Desotec voor 800 miljoen, vertegenwoordigt dus niet één procent van hun activa. Naar schatting beschikken de Amerikaanse investeringsfondsen over 1,6 biljoen dollar droog poeder (2,5 maal het bruto binnenlands product van België). Dat is geld dat zij al hebben opgehaald bij hun investeerders en waar zij dringend op zoek zijn naar investeringen, want droog poeder brengt niet genoeg op.
Ten tweede zijn voor hen Europese bedrijven koopjes. Naar schatting zijn gelijkaardige bedrijven in Europa 25% tot 30% goedkoper dan hun Amerikaanse tegenhangers. De verkoopprijs van een bedrijf wordt uitgedrukt als een veelvoud van de EBITDA (earnings before interest, taxes, depreciation and amortization). Een niet-beursgenoteerde KMO wordt in Europa verkocht voor gemiddeld 9,5 keer de EBITDA; in Amerika voor 12 keer de EBITDA. Een private equity deal gaat in Europa over de toonbank voor gemiddeld 12,7 keer de EBITDA en in Amerika voor 16,6. Volgens insiders zou Clarebout patatoes overgenomen zijn voor 2,5 miljard euro, wat op basis van de laatst bekende EBITDA (2022: 185 miljoen), een meervoud van 13,5 zou zijn.
Toekomstperspectieven
Door het overtollige droog poeder in Amerikaanse fondsen zijn deze op zoek naar investeringsopportuniteiten. Onder meer door de concurrentie tussen investeerders, zijn de Amerikaanse bedrijven duur. De Europese bedrijven zijn dan ook koopjes voor de Amerikaanse fondsen. Clarebout patatoes is een voorbeeld van een Amerikaanse overname in een lange rij. Deze rij dreigt echter nog veel langer te worden. Dat is goed nieuws voor Europese ondernemers die willen cashen maar minder goed nieuws voor de Europese strategische autonomie. Trouwens veel – niet alle – van de overgenomen bedrijven worden nadien geherstructureerd wat vaak banenverlies inhoudt.