In ‘t Molenhuis langs de Poederleeseweg in Herentals is de muziekkeuze sinds 1960 amper veranderd. ‘Junge komm bald wieder’ van Freddy Quinn, ‘Zwei kleine Italiener’ van Conny Froboess en ‘Pretty Woman’ van Roy Orbison weerklinken er nog regelmatig, meestal in concurrentie met de koersverslaggeving van José De Cauwer op de tv achter de comptoir.
Bij de foto’s aan de wall of fame moet Wout van Aert – die buiten het wielerseizoen al eens te spotten is onder de notenboom in de tuin van Simonne – concurreren met Rik Van Looy en Rik Van Steenbergen, plus een aantal lokale kroegtijgers die een of ander bijzonder exploot hebben verwezenlijkt.
De regulateur die het verstrijken van de tijd in de staminee registreert, is lang geleden stilgevallen. Vandaag hoor je er bij momenten alleen nog het getik van de biljartballen op het groene laken. Vergis u niet: menig biljarter heeft hier al de strijd verloren als kwieke Simonne besluit een partijtje mee te spelen. Hier geen sputterende koffiemachine op de toog: een zjatteke kaffe wordt hier nog geproduceerd via een filter van Douwe Egberts. De bestellingen worden doordeweeks genoteerd met een krijtje op een lei. Een kassa heeft de waardin nooit in huis gehad, alles uit het hoofd. Dat soort café is ‘t Molenhuis.
Einde lang niet in zicht
De cafébazin was deze week jarig: “Ik verjaar in dezelfde week als Will Tura!” Zelf blijft ze er stoïcijns onder en tapt met de innerlijke rust van een boeddhistische monnik de ene pint na de andere voor de klanten. In haar tuin zingt de Herentalse crooner Hanz Duval ter ere van haar verjaardag, en voor een ruim opgekomen publiek, de hele namiddag de ene song na de andere. Ondertussen eet Simonne een frietje aan de toog. U dacht dat de Kempen van weleer niet meer bestonden?

Hoelang gaat ze het nog blijven doen? Dat is de vraag die Simonne op haar verjaardag tientallen keren heeft moeten beantwoorden. Telkens hoorde je bij de vraagsteller de vrees in de stem dat ze zou zeggen: ‘Awel, ik ben aan ’t uitbollen’. Of: ‘Het is stilaan genoeg geweest, straks is het tijd om van het leven te profiteren.’ In ons vaderland spreken velen die zinnen al zuchtend uit als ze de zestig nog maar naderen.
Uit het antwoord van Herentals’ oudste kroegbazin is onder geen beding op te maken dat het einde van de werkzaamheden achter de toog van ‘t Molenhuis nakend zijn. Haar repliek is even geruststellend als nuchter: “Hoelang ik nog achter de toog ga staan? Tot ik dood ben!” Daarmee zitten de vaste klanten nog wel geruime tijd safe, want Simonne lijkt wel van ijzer: “Café doen houdt me in beweging. Ik doe zeker voort tot ik 100 word.”
Oudste café van Herentals
Tijdens de coronaperiode werd het café nog grondig onder handen genomen, samen met de restauratie en de installatie van een antieke toog. De elektriciteit werd vernieuwd, alle lampen en hun houders vervangen, de klok werd gerepareerd en de cafémuren werden wit geschilderd. Alle meubilair werd gevernist en Simonne stelde vanaf dan bij goed weer en grote drukte ook haar fraaie tuin open voor haar klandizie.

Op die manier stond het Molenhuis, het oudste café in Herentals en ver daarbuiten, weer in het nieuw. Documenten bewijzen overigens dat de zaak in 1882 al bestond. Sommige bronnen spreken zelfs van 1835. De familie Lievens kreeg de afspanning met bijbehorende windmolen in 1912 in bezit. “Mijn grootvader Remi Lievens en mijn grootmoeder Maria Vermeerbergen kochten het café op 29 juni 1912”, legt Simonne uit. Ze is de jongste dochter uit het molenaarsgezin van ‘meulder’ Frans Lievens en Maria De Peuter, met zes dochters en een zoon.
Niet in café komen
Als jong meisje mocht Simonne van haar ouders niet in het café rondlopen. “Mijn vader maalde, mijn moeder deed het café,” zegt Simonne. “Als jongste dochter had mijn moeder liever niet dat ik er veel rondliep. Op café werd gedronken en dat was geen geschikte omgeving voor kleine meisjes om te spelen.”
Maar in de jaren veertig was er voor de jeugd plaats genoeg om te spelen: “Aan het Molenven hier achter ons huis, of we gingen rolschaatsen op de Poederleeseweg. Dat was toen nog een heel rustige baan, als er al een auto langskwam, dan hoorden we die van kilometers aankomen.”

Simonne nam het café over toen ze 20 was. Wettelijk gezien mocht ze pas cafébazin spelen op haar 21ste, want dat was toen de leeftijd van volwassenheid. “Mijn ouders zijn naar de rechtbank in Turnhout moeten gaan. Ik kreeg daar de toelating om al op mijn twintigste achter de toog te mogen staan”, heeft Simonne al vaak uit doeken gedaan.
Vandaag staat er nog altijd een oude notelaar naast Het Molenhuis, de molen zelf is lang verdwenen. “Bij een zware storm tijdens de eerste oorlogsjaren raakten de wieken van de molen zwaar beschadigd. De oorlog maakte het herstel van de windmolen onmogelijk.” Maalder Remi Lievens kocht daarna een elektrische maalinstallatie, die tot vandaag nog altijd -zij het nu werkloos- in het Molenhuis staat.
Maar zijn jongste dochter, die werkt nog even hard als toen. Gelukkig krijgt ze voor de bediening in haar tuin en tijdens feestjes hulp van haar dochter Liesbeth en familie. Op die manier kan Simonne haar carrièreplanning voor de komende vijftien jaar rustig verder zetten.