Breugel Food Processing Group bundelt vandaag twee Limburgse kaasbedrijven: Breugelkaas en het recent overgenomen Govers Kaas uit Geel. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in het versnijden en verpakken van kaas voor onder meer horeca, zorginstellingen en groothandels.
Zes jaar geleden stapte een groep ondernemers mét Jefke Van Noppen mee in het verhaal van Breugelkaas, dat werd overgenomen van de familie Vandecruys. Vorig jaar volgde ook de overname van Govers Kaas, dat ondertussen geïntegreerd wordt in de productiesite in Lommel. Vanuit die vestiging zet de groep vandaag verder in op automatisering, logistieke efficiëntie en groei.
Hoe ben je zelf in het verhaal van Breugel Food Processing Group terechtgekomen?
“Dat is eigenlijk begonnen aan de keukentafel. Tjeu Van Roij is ondernemer en investeerder, en we hadden al vaker gesprekken over samen ondernemen. Op een bepaald moment kwam Breugelkaas op ons pad. Dat was een mooi familiebedrijf met potentieel, actief in een markt die ik vanuit mijn vorige carrière ook al kende. Ik werkte vroeger vooral in sales, onder meer richting gezondheidszorg en foodservice. Breugel Kaas leverde ook sterk aan die sectoren, dus die link was er wel.”
Was die overstap spannend?
“Absoluut. Het was ergens ook een sprong in het onbekende. Maar ik had wel het gevoel dat het moment rijp was om zelf te ondernemen. Toen we instapten, ben ik ook echt van nul begonnen. Ik heb mee in productie gestaan, mee in de logistiek gewerkt en zelfs meegeholpen met cleaning. Ik wilde alle facetten van het bedrijf leren kennen.”
Wat was jullie eerste grote beslissing?
“Dat we een volledig nieuw productiegebouw gingen zetten in Lommel. We hadden ook kunnen kiezen voor een bestaand pand, maar uiteindelijk hebben we beslist om van nul te beginnen. Dat was een belangrijke keuze, omdat we meteen richting de toekomst wilden bouwen. Ons huidige pand is eigenlijk al ontworpen met verdere groei in het achterhoofd. Vandaag zetten we opnieuw stappen richting uitbreiding en automatisering.”
Hoe moeilijk is het om als nieuwe generatie een bestaand familiebedrijf over te nemen?
“Je moet in de eerste plaats veel respect hebben voor wat die families jarenlang hebben opgebouwd. Dat zijn mensen die hun bedrijf dag in dag uit hebben uitgebouwd en daar enorm hard voor gewerkt hebben. Wij hebben nooit de houding aangenomen van: we gaan hier alles ineens veranderen. Dat werkt niet, noch bij medewerkers, noch bij klanten. Je moet stap voor stap vertrouwen opbouwen.”
Tegelijk wilden jullie ook moderniseren?
Ja. Beide bedrijven werkten jarenlang op een vrij traditionele manier. Er gebeurde nog veel via Excel-bestanden en manuele processen. Dat werkte, maar op een bepaald moment bots je op grenzen. Daar hebben wij wel sterk op ingezet: IT, automatisering, efficiëntere logistiek en robotisering. Dat zijn investeringen die noodzakelijk zijn om verder te groeien.”
Zijn daar discussies over geweest?
“Natuurlijk. Dat hoort erbij. Zeker wanneer verschillende families en aandeelhouders samenwerken. Soms wilden mensen sneller investeren, terwijl wij eerder gefaseerd wilden werken. Maar ik denk dat discussies niet slecht zijn, zolang je constructief blijft communiceren.”
“Wij hebben allemaal hetzelfde doel: het bedrijf verder laten groeien. Dan kom je er uiteindelijk altijd uit.”
Je werkt samen met familie. Hoe bijzonder is dat?
“We kennen elkaar al heel lang. Daardoor was er van bij de start veel vertrouwen en wederzijds begrip. Die samenwerking verloopt eigenlijk heel natuurlijk. Tjeu heeft vooral een adviserende en coachende rol binnen het verhaal. Er is nooit een situatie geweest waarbij iemand voortdurend over de schouder van een ander meekijkt. Dat vertrouwen was er vanaf het begin.”
Lopen werk en privé dan niet voortdurend door elkaar?
“Dat gebeurt soms natuurlijk wel. Als je samen op vakantie bent, komt het bedrijf al eens ter sprake. Maar we proberen dat wel bewust te scheiden. Wanneer het over familie gaat, moet het ook gewoon over familie kunnen gaan.”
Wat vind je vandaag de grootste uitdaging?
“De balans vinden tussen groei en werkbaarheid. We willen blijven groeien, maar tegelijk ook aandacht hebben voor onze mensen. Daarom investeren we sterk in automatisering en proberen we flexibel te werken. Veel medewerkers werken bijvoorbeeld vier dagen per week, met wisselende vrije dagen. Zo proberen we het werk haalbaar te houden.”
Welk advies zou je geven aan mensen die twijfelen om in een familiebedrijf te stappen?
“Gewoon de sprong wagen. Je hebt maar één leven. Je kunt beter spijt hebben van iets dat je gedaan hebt dan van iets dat je niet gedaan hebt. Maar communicatie is wel cruciaal. Je moet duidelijke afspraken maken, blijven praten en dezelfde visie delen. Dat geldt in een familiebedrijf misschien nog meer dan ergens anders.”