De laatste schoenen hebben ze de voorbije week afgewerkt, Freddy aan zijn combiné, Tilly aan haar oude stikmachine van Adler. Alleen de pregnante en bedwelmende geur van schoenenlijm hangt nog in hun klein atelier. Met hun tweetjes hebben ze de voorbije jaren de schoenen van duizenden Mollenaars onder handen genomen.
Toen Freddy Raus in de zaak van zijn schoonvader Hendrik Van Gestel stapte, waren er in Mol nog een vijftal schoenmakers. “Ook waren er nog schoenwinkels die reparaties aanpakten”, zegt Freddy. “We hadden allemaal ons werk. Zelf hebben we nooit gebrek aan klanten gehad. Zeker toen er de voorbije jaren helemaal geen concurrentie meer was.”

Handige Freddy
In Freddy Raus huisde naar eigen zeggen geen student. “Ik was wel een handige jongen en snel van aanpakken”, zegt hij. Toen hij verkering kreeg met Ria, de dochter van schoenmaker Hendrik Van Gestel, zag hij zijn kans schoon om die handigheid te verzilveren door zijn schoonvader te helpen in zijn zaak, toen al Tip Top genaamd. In 1993 nam hij de schoenmakerij over en vestigde die in de Corbiestraat. Twee jaar later kwam ook Tilly, de tweelingzus van zijn vrouw, mee in de zaak. “Ons vader zou heel fier zijn mocht hij geweten hebben dat we zijn zaak zolang hebben volgehouden”, zegt Tilly.
Beroepsmisvorming
In de meer dan veertig jaar dat ze samen de zaak bestierden, hebben ze dezelfde beroepsmisvorming opgelopen. “Als we naar feesten gaan, kijken we altijd naar de schoenen van de mensen”, zegt Freddy en lacht. “Maar ik zal niet zover gaan om het karakter van iemand te bepalen aan de hand van de schoenen die hij of zij draagt. Maar het is wel zo dat de schoenen de man maken, of beter de vrouw. Ik heb ooit een vrouw als klant gehad die vergeten was om haar schoenen hier op te halen. Op zaterdag moest ze naar een feest. Ze heeft zich een totaal andere outfit moeten aanschaffen omdat ze niet de juiste schoenen had.”

Rommel
Op het laatste schoolfeest van zijn twee kleinkinderen, viel Freddy nog iets op. “Geen tien aanwezigen had nog gewone schoenen aan”, zegt hij. “Ze droegen allemaal sneakers. Dat is de grootste verandering die zich in al die jaren heeft voorgedaan. Niemand draagt nog gewone schoenen van leer en rubber.”
“De kwaliteit van de schoenen is sterk verminderd”, verduidelijkt Tilly. “Het zijn vrijwel allemaal goedkope schoenen geworden. Jongeren dragen niet graag lange tijd dezelfde schoenen. Ze willen elk seizoen een paar dat in de mode is. Ze mogen dus niet te duur zijn.”
“Vroeger had je een paar schoenen voor zondag en een paar voor in de week”, zegt Freddy. “Dat is niet meer het geval. Een paar goede schoenen gaat jaren mee. Daarvan moet je alleen de hak eens recht zetten.”
Plastic
Plastic is een woord waar deze old-school schoenmakers van gruwen. “Schoenen zijn vandaag bijna allemaal van plastic”, zegt Tilly. “Je kan ze voor amper 20 euro kopen. Met dergelijke rommel kwamen ze ook naar hier. Soms gaven we de raad om beter een nieuw paar te kopen. Ze repareren zou meer kosten. We weigeren dan ook soms karweien, en dat gebeurde vroeger nooit. “
Maar niet alleen goedkope merken bezondigen zich aan het gebruik van minderwaardig materiaal, weet Freddy. “Ik heb dure schoenen binnengekregen van bekende fabrikanten”, zegt hij. “Ook die durven rommel te verkopen. Hun zolen zijn van plastic en rotten als groenten en fruit. Ik moet er dan een rubberen zool onder zetten. Hoe durven ze, denk ik dan.”

Verzorgen
Net als een tandarts je de raad geeft dagelijks je tanden te poetsen, raadt Freddy zijn klanten aan om hun schoenen goed te verzorgen. “Je moet ze niet elke dag poetsen maar wel rekening houden met het weer”, zegt hij. “Regent het, dan moet je ze inspuiten met een beschermer. Een dure schoen is ook niet altijd een sterke schoen. Een schoen van hertenleer is duur maar niet sterk. Vlekken krijg je er niet uit.”
“Sommige klanten komen zelf met nieuwe schoenen naar hier om ze te beschermen tegen slijtage”, zegt hij. “We zetten er dan een nieuwe rubberen zool onder. In de stad gebeurt dat meer dan in het platteland. Daar loopt je meer over beton en slijten ze af. Hier durven ze dan weer met hoge hakken in het bos te gaan wandelen.”

Vaak moesten ze schoenen aanpassen aan de voeten van hun klanten. “Een mens die in een schoen stapt en er zich onmiddellijk comfortabel bij voelt, kom je niet zo vaak tegen”, zegt Freddy. “Veel mensen hebben moeilijke voeten. Ze hebben verdikkingen op hun voet, een hoge wreef of twee verschillende schoenmaten. Maar het grote probleem is dat de mensen hun schoenen vandaag kopen op het internet zonder ze vooraf te passen. Wij moeten ze dan aanpassen aan hun voeten. Je kan schoenen dus beter in een schoenwinkel kopen.”
Inbreker
“Ik had ook inbreker kunnen worden”, vertrouwt Freddy ons onverwacht nog toe. “Ik ben naast schoenmaker ook slotenmaker geweest.” Dat vak blijkt een pak spannender te zijn dan de rustige stiel van schoenmaker. “Ik ben vaak met de politie mee op pad moeten gaan als er verplichte huiszoekingen werden uitgevoerd, dag en nacht”, vertelt hij. “Ik ben ooit in het holst van de nacht opgeroepen. Ze stonden met vier combi’s en bijthonden voor een huis. Als slotenmaker moet je dan wel als eerste in de rij staan om de deur te openen. Ik stond altijd klaar om snel weg te duiken. Je wist nooit wie er achter die deur stond. Het waren vaak huizen waar drugsverslaafden woonden. Als ik de deur opende, hoorde ik in de verte: ‘heb je je shot gehad’?”

Ook bij echtscheidingen moest hij vaak als slotenmaker opdraven. “Als de man het huis niet meer binnen mocht, moest ik van de vrouw een ander slot steken”, vertelt hij. “Ik vreesde altijd dat haar kwade man plots zou komen opdagen. Ooit heb ik in één dag vier keer in hetzelfde huis een ander slot moeten steken. Eerst belde de vrouw me op, dan weer de man. Uiteindelijk heb ik de vrouw de sleutels van de voordeur gegeven en de man die van de achterdeur.”