Ultrazuiver kwartszand is onontbeerlijk voor de ontwikkeling van chips en artificiële intelligentie. De Chinezen proberen al heel lang om het geheim in handen te krijgen. Maar ze moeten het nog altijd afleggen tegen een bedrijf dat zijn hoofdkwartier heeft in een weinig opmerkelijk kantoorgebouw op de hoek van de Antwerpse Plantin en Moretuslei en de Quinten Matsijslei aan het Stadspark, met zicht op het standbeeld van de socialistische voorman Louis Major.
Sibelco, de ondertussen 154 jaar oude multinational opgericht in de Kempen, is immers al sinds de jaren zeventig van vorige eeuw eigenaar van een mijn in een bergdorpje in de Amerikaanse Appalachen die verantwoordelijk is voor – naargelang de bron – tussen 70 en 90 procent van de productie van ultrazuiver kwarts. Spruce Pine heet dat dorp, en het telt een tweeduizendtal inwoners. Dat zijn drieduizend mensen minder dan het aantal werknemers van Sibelco, dat ondertussen in 32 landen actief is.
Kempense roots
De roots van Sibelco liggen in het oosten van de provincie Antwerpen, waar een groot deel van de bodem al eeuwenlang bestaat uit witzand. Stanislas Emsens begon in de tweede helft van de negentiende eeuw enorme lappen grond te ontginnen voor de productie van glas. Maar het was zijn kleinzoon – ook een Stanislas, maar in Mol mochten ze gewoon ‘meneer Stanny’ zeggen – die vanaf 1958 het bedrijf liet uitgroeien tot een wereldspeler.
Put na put in de regio werd leeggegraven en wanneer die uitgeput was, maakte Emsens er toeristische recreatie mogelijk, zoals op het Zilvermeer of het meer Miramar, dat rondom is volgebouwd met villa’s en vakantiewoningen. Maar Emsens bleef niet in de Kempen hangen. Hij breidde met succes uit in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Azië. Dat zakelijke succes maakte van de familie Emsens een van de rijkste van België.
Dat Stanislas ook nog eens trouwde met Marie-Claire Boël, telg van een van die andere rijkste families van het land, deed een beetje denken aan de manier waarop koningshuizen destijds hun kroost overal uithuwelijkten om meer invloed te verwerven.
Emsens en Boël bleven in de Kempen wonen op hun enorme landgoed en waren bekend in de handelszaken van de dorpen rondom.
Niet meer alleen glas
Het kwartszand dat Sibelco ontgint, is al lang niet meer louter voor het maken van glas bestemd. Het zand voor de paardenpistes van de Olympische Spelen is van Sibelco, net als dat van talloze golfterreinen én 90 procent van de voetbalvelden in de Premier League, en ook dat van de Rode Duivels in Tubeke. Maar het zit ook in zonnepanelen, keramiektegels, verf, lijm, tandpasta, tafelservies, plasma-tv’s en auto’s. Een auto bevat ongeveer 150 kilo kwartszand. Maar vandaag is het dus ook heel belangrijk in de wereldwijde markt voor halfgeleiders.
Alleen ultrazuiver kwarts kan bij de productie van bepaalde soorten chips voor AI-modellen temperaturen van meer dan 1.400 graden Celsius weerstaan zonder het materiaal te verontreinigen. En dat kwartszand komt dus uit de Sibelco-mijnen van Spruce Pine in de Amerikaanse staat North Carolina. Onzuiverheden zoals water, ijzer of aluminium, die op vele andere plaatsen wel in de grondstof zitten, vind je daar niet. En Sibelco is er tot dusver – tot grote frustratie van de Chinezen – als eerste in geslaagd om het kwartszand te zuiveren tot bijna 100 procent. Daardoor kunnen de Kempenaars die wereldmarkt domineren.
We moeten er wel meteen bij vertellen dat er sinds de dood van Stanislas Emsens in 2018 nog weinig Kempens in het miljardenbedrijf zit. De hoofdzetel bevindt zich dus in Antwerpen, maar de familieleden die nog in de raad van bestuur zitten, onder wie nog één Emsens, een neef van Stanislas, wonen al lang niet meer in Dessel of Lommel. De CEO is de Zuid-Afrikaan Hilmar Rode en de voorzitter van de raad van bestuur is vandaag Paul Depuydt, een in Antwerpen aangespoelde West-Vlaming, die wel een verleden heeft aan het hoofd van die ándere Kempense multinational: Ravago.