VITO bestaat dit jaar 35 jaar en vierde dat met de opening van een indrukwekkend onderzoeksgebouw. Het nieuwe vlaggenschip van de jarige herbergt voortaan talrijke labo’s en pilootinstallaties, die instaan voor de ontwikkeling van de volgende generatie duurzame technologieën voor binnen- en buitenlandse innovatieve bedrijven. Het gebouw maakt deel uit van het grotere masterplan voor het VITO Sustainability Park in Mol.
VITO Earth wordt zo het uithangbord voor duurzame innovatie in Vlaanderen. “Er is een grensoverschrijdende samenwerking nodig die Europa veerkrachtiger moet maken op het vlak van energie, grondstoffen en technologie”, zegt CEO Inge Neven (49). Zij staat al drie jaar aan het hoofd van de onderzoeksorganisatie. “De Europese industriële ruggengraat, die loopt van Manchester tot Milaan, staat onder zware druk. Ze kampt met structurele uitdagingen, zoals de afhankelijkheid van ingevoerde energie en kritieke grondstoffen, toenemende waterschaarste en dalende industriële investeringen.”
Gebrek aan autonomie
Volgens Neven komt die druk niet door de klimaatambities die Europa zich oplegde, maar door een gebrek aan autonomie en competitiviteit. “Europa bouwt zijn industrie nog te vaak op middelen die het zelf niet controleert of kan controleren.”
Europa voert 57 procent van zijn energie in. Voor België is dat 74 procent. In de zomer verbruikt Vlaanderen 20 tot 40 procent van zijn beschikbare water. Daarmee staat het in dezelfde categorie als Spanje en Israël op het vlak van waterschaarste. Wereldwijd wordt bovendien slechts 9 procent van al het plasticafval gerecycled. In Europa is daarbij nauwelijks vooruitgang geboekt sinds 2010.
“Europa bouwt zijn industrie nog te vaak op middelen die het zelf niet controleert of kan controleren.”
Inge NevenOndertussen draait de wereld door. Sinds 2022 verdween zowat 9 procent van Europa’s chemische productiecapaciteit, gingen er in de sector 20.000 banen verloren en vielen nieuwe investeringen terug naar 85 procent. “Dat is structureel”, aldus Neven.
Werk aan de winkel dus. Die afhankelijkheid van anderen wil VITO met Earth mee helpen verminderen, zeker als het gaat om energie- en waterverbruik en het hergebruik van plastic en ander zogenaamd afval. De remedie volgens Inge Neven is dat de Europese industriële as niet alleen moet evalueren, maar ze moet zichzelf ook heruitvinden. “Europa zal zijn leidende positie alleen behouden door sneller te handelen, op grotere schaal te denken en slimmer samen te werken”, aldus Neven.
Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) sluit zich daarbij aan: “Innovatie is de hoeksteen van onze strategische autonomie”, zei hij in Mol. “Dat betekent dat we moeten begrijpen dat Vlaanderen nooit de grootste of de sterkste zal zijn op basis van zijn eigen soortelijk gewicht. Dat betekent ook dat we moeten durven kiezen om de beste te willen zijn op heel specifieke domeinen.”
Verankering in Mol
Met de bouw van Earth verankert VITO zich voor een lange tijd in de Kempen. Dat is goed nieuws voor de regio, want volgens CEO Inge Neven en Kempens Europarlementslid Kris Van Dijck (N-VA) was er achter de schermen nogal wat politiek getouwtrek om de grote VITO-investering van 65 miljoen euro elders in Vlaanderen te laten landen.
Het werd opnieuw Mol. Exact op de plek waar vroeger een vervuilende EBES-steenkoolcentrale stond om elektriciteit op te wekken, pronkt vandaag een gebouw van vier bouwlagen voor onderzoek naar nieuwe materialen en processen die reststoffen een nieuw leven geven. De gebouwen zijn dicht bij elkaar ingeplant.
Ten eerste is er het onderzoeksgebouw VITO Earth met zijn labo’s en een piloothal waar laboresultaten op grote schaal en langdurig kunnen worden getest. Dat legt een directe link naar industriële toepassingen, want iedere onderzoeker weet: wat in het lab werkt, werkt niet noodzakelijk ook op grote schaal in een fabriek. Daarnaast is er nog een derde gebouw, waar afvalstromen en de opslag van gevaarlijke gassen en vloeistoffen worden bestudeerd. In de visie van VITO is afval niet zomaar afval, maar een grondstof die na behandeling opnieuw gebruikt kan worden voor nieuwe toepassingen.
“Dit gebouw kostte behoorlijk wat geld, maar er werd dan ook flink geïnvesteerd in veiligheid”, zegt Inge Neven. “Daarnaast is het een gebouw dat flexibiliteit biedt aan de onderzoekers. De ene onderzoeker heeft deze opstelling nodig, de volgende weer een andere. Dat kan in dit gebouw perfect en zonder grote werken.”