Eind maart werd DCA failliet verklaard wegens een onhoudbare schuldenlast. Het bedrijf stelde meer dan 200 mensen te werk. Sommige werknemers zagen het onheil al aankomen, en hadden daarom voor het faillissement al een andere werkgever opgezocht. Op het moment van het faillissement waren er volgens VDAB nog 174 mensen bij DCA in dienst. Zij kregen hun ontslag van de curatoren van DCA.
“Van die 174 werknemers zijn vandaag 72 mensen elders aan de slag. Nog eens 33 mensen hebben een ‘garantie op werk’. Dat wil zeggen dat ze al een contract hebben, maar nog moeten starten met werken, bijvoorbeeld pas op 1 juni”, zegt Sandra Van Loo, woordvoerder van VDAB in de provincie Antwerpen. Dat wil dus zeggen dat al 105 van de 174 mensen die bij DCA hun job hebben verloren, vandaag terug aan de slag zijn of snel aan de slag zullen gaan. Dat is 60 procent.
Dat resultaat is opmerkelijk hoog, als je het vergelijkt met andere faillissementen. Bij bus- en industriële voertuigenbouwer Van Hool uit Koningshooikt (Lier) was een halfjaar na het faillissement bijvoorbeeld 66 procent van het personeel weer aan het werk. Dat is ietsje meer dan de 60 procent bij DCA, maar bij Van Hool waren daar zes maanden voor nodig en bij DCA amper anderhalve maand. Bij Van Hool werkten op het moment van het faillissement wel 2.404 mensen, dat is meer dan tien keer zoveel als bij DCA.
Opnieuw in bouwsector
De meeste werknemers van DCA zijn opnieuw in de bouwsector terechtgekomen. “Veel bouwbedrijven stellen heel wat vijftigplussers tewerk en moeten die mensen dus vervangen. Daarom kunnen veel ex-werknemers van DCA snel elders aan de slag”, zegt Ewout Fransen, secretaris van de christelijke vakbond ACV. “Bouwbedrijven werken ook minder met gedetacheerde mensen uit het buitenland dan vroeger, omdat die maar tijdelijk hier werken en bedrijven meer aan een stabiele tewerkstelling op lange termijn denken. Nog een verklaring is dat er veel knelpuntvacatures zijn in de bouw. Bedrijven zijn heel blij als ze die eindelijk kunnen invullen.”
