De inox-fabriek van Genk krijgt dus een prominente plaats in het nieuwe investeringsprogramma van Aperam. Van de totale investeringsenveloppe gaat een aanzienlijk deel naar het Stainless & Electrical Steel-segment in Europa. Naast Genk wordt ook geïnvesteerd in Châtelet (nieuwe gloeitechnologie) en Gueugnon (upgrade van een koudwalserij). Daarnaast voorziet Aperam middelen voor een nieuw complex in Imphy. Volgens het bedrijf zijn de investeringen gericht op kostenverlaging, efficiëntieverbetering en technologische versterking.
De aankondiging komt er op een moment dat Aperam een financieel uitdagend jaar achter de rug heeft. In 2025 daalde de omzet met 2,8 procent tot 6,08 miljard euro, vooral door prijsdruk en een zwakke vraag in Europa. Het aangepaste EBITDA-resultaat kwam uit op 339 miljoen euro, tegenover 356 miljoen euro een jaar eerder. De nettowinst zakte fors tot 9 miljoen euro, vergeleken met 231 miljoen euro in 2024.
Nettoschuld
Toch wist de groep haar operationele kasstroom op peil te houden. Die bedroeg 422 miljoen euro, mede dankzij een vrijgave van werkkapitaal. De vrije kasstroom vóór dividend kwam, na de overname van Universal, uit op –167 miljoen euro. De nettoschuld steeg daardoor tot 978 miljoen euro eind 2025.
Meer efficiëntie
Aperam benadrukt dat het ondanks het moeilijke macro-economische klimaat blijft inzetten op zijn Leadership Journey-transformatieprogramma. Fase 5 leverde in twee jaar tijd 195 miljoen euro aan efficiëntiewinsten op, een jaar sneller dan gepland. Intussen is fase 6 (2026–2028) officieel opgestart, met een bijkomende doelstelling van 150 miljoen euro aan verbeteringen.
Meer schulden verwacht
Voor 2026 verwacht Aperam een hogere EBITDA in het eerste kwartaal dan in het slotkwartaal van 2025, al waarschuwt het voor een seizoensgebonden stijging van de nettoschuld. Met de aangekondigde investeringen, en vooral die in Genk, wil de groep zich structureel sterker positioneren voor de volgende economische cyclus.
Voka Limburg is enthousiast
“Deze investering van Aperam is uitstekend nieuws voor Limburg”, vindt Johann Leten. “In een tijd waarin onze industrie onder zware internationale druk staat, toont Aperam opnieuw dat het zijn verantwoordelijkheid neemt om competitief te blijven door te investeren in innovatie. Dit versterkt niet alleen de verankering van het grootste industriële bedrijf in onze provincie, maar geeft ook een belangrijk signaal van vertrouwen in de toekomst van onze maakindustrie. Nu is het aan de politiek om verdere stappen te nemen tijdens de belangrijke Europese bijeenkomsten die komende week gepland staan.”
VKW Limburg: “Dit is een opsteker”
VKW is verheugd, en noemt het een “erg belangrijke investering”. Volgens Ruben Lemmens is het een goed signaal dat de industrie in Limburg niet dood is. “Deze investering versterkt de positie van Genk als belangrijkste producent van roestvast staal en creëert perspectief op bijkomende tewerkstelling, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. In economisch uitdagende tijden is dit een sterk signaal van vertrouwen. Het neemt niet weg dat een gericht industrieel beleid en een gelijker speelveld essentieel blijven om onze maakindustrie toekomst te geven.”