Da Lidia. Bij Lidia. De naam was snel gevonden, toen Lidia Felicetti in 1973 haar restaurant begon aan de Rijksweg in Maasmechelen. In 1952 was ze vanuit de Marche in Italië samen met haar moeder en haar tante Mafalda naar België vertrokken. Haar ooms Italo en Osvaldo werkten toen al in de mijn van Eisden, daartoe aangespoord door de pastoor van Ascoli Piceno, een stad in Le Marche. De toekomst lag aan de overkant van de Alpen.
Die toekomst viel in eerste instantie een beetje tegen. De eerste maanden leefde de familie in de vroegere barakken van de Russische krijgsgevangenen in Lanklaar. “Samen met mijn oma kookte mama daar voor de Italiaanse mijnwerkers, want de meesten waren zonder hun vrouw en hun gezin naar België gekomen”, vertelt Elvira Cellini. “Ze ontmoette hier mijn vader, die het jaar voordien naar België was gekomen om in de mijn van Eisden te werken. Ze trouwden op 8 augustus 1956, de dag van de vreselijke mijnramp in Marcinelle. Uit solidariteit hebben ze toen geen feest gevierd. Dat deden ze ook niet toen ze vijftig jaar getrouwd waren. Die ramp betekende trouwens het einde van de Italiaanse migratie.”
Gamba’s
Da Lidia ontstond een beetje uit noodzaak. Toen haar man na 21 jaar ondergronds in de mijn door longproblemen moest stoppen met werken, opende Lidia Felicetti haar bescheiden Italiaanse restaurant. “Met producten die ze via haar broer rechtstreeks uit Italië liet overkomen”, benadrukt Elvira. “Pasta, prosciutto, rucola, olijfolie, aubergines… Dat kenden ze hier nauwelijks. Mijn moeder heeft de Limburgers tiramisu, ossobuco en zoveel andere Italiaanse gerechten leren eten. In het begin vroegen de gasten suiker op hun pasta. (lacht)”
Elvira werkte tijdens de vakanties en in de weekends mee in het restaurant, daarna werd het een fulltime job. Later kwamen haar broers Marco en wijlen Vincenzo – hij overleed in 2001 – mee in de zaak. Marco opende nadien onder zijn familienaam eerst een restaurant in Maasmechelen Village, daarna in Leut (sinds vorig jaar Osteria Luca). Elvira zette intussen de familietraditie samen met haar partner Theo verder. Met succes, onlangs werden de gegrilde gamba’s van Da Lidia in deze krant nog beoordeeld als de beste van Limburg.
Open armen
“Wij hebben altijd geprobeerd om gastvrijheid met een hoofdletter te schrijven”, vat Elvira de filosofie van Da Lidia samen. “Iedereen was hier welkom. We hebben talloze Belgische en buitenlandse sterren over de vloer gekregen, maar iedereen werd hier met open armen ontvangen.”
Dat stukje culinaire geschiedenis in Limburg loopt nu op zijn einde. Op 20 december stopt Elvira met Da Lidia. “Met spijt in het hart, maar ik nader de zeventig, ik kan niet eeuwig blijven doorgaan. En ik wil stoppen op een hoogtepunt”, zegt ze. “Uiteraard ga ik op 20 december meer dan een traan laten, maar ik bewaar vooral de talloze onvergetelijke herinneringen.”