Het verhaal van Cegeka zelf dan. Het bedrijf was in 1988 opgericht als IT-afdeling, met een dertigtal mensen, van de toenmalige Kempische Steenkoolmijnen. Maar dat was een aflopend verhaal. In 1991 werd het Truiense automotivebedrijf VCST een nieuwe aandeelhouder bij Cegeka. André Knaepen, die zijn carrière begonnen was bij Philips in Eindhoven, was toen IT-manager bij VCST. Hij zag wél brood in de mogelijkheden van Cegeka. De rest is geschiedenis. Vandaag draaien de berekening van uw kindergeld, uw patiëntendossier op Nexuzhealth, de Smartschool van uw kinderen, uw ticketloze parkeerbeurt bij Q-park, de cyberbeveiliging van grote instellingen en bedrijven allemaal op platformen van de Limburgse IT-gigant, die nu in bijna twintig landen actief is. Via zusteronderneming Citymesh worden levens gered met drones voor de veiligheidsdiensten.
Meneer Knaepen, u krijgt een Lifetime Achievement Award. Hoe voelt dat?
“Ik heb natuurlijk al meerdere prijzen gekregen, maar waardering uit mijn eigen provincie blijft toch iets bijzonders. En ik ben fier in welk rijtje van winnaars ik mag staan. Ik heb dus toch even nagedacht of ik een cravatte zou aandoen voor de foto (lacht). Voor alle duidelijkheid: ik ben nog lang niet van plan om te stoppen als ondernemer. Ik geniet nog altijd van moeilijke onderhandelingen en van mijn mensen op scherp te zetten. Want zij zijn onze echte rijkdom.”
Uw ondernemersverhaal begon eigenlijk met een moeilijke opdracht: dertig mensen ontslaan. Maar u deed het tegenovergestelde.
“De aandeelhouders vroegen me inderdaad om afscheid te nemen van iedereen die voor derden werkte. Maar dat was het laatste wat ik wilde. Ik heb hen gevraagd om de kans te krijgen om met die ploeg verder te gaan. Ik was jong, onervaren, dacht niet genoeg na, hé. Maar ik heb mijn spaargeld aangesproken, de bedrijfjes waarin ik al had geïnvesteerd verkocht en we zijn begonnen. Wel met een contract met VCST voor een paar jaar. De eerste jaren waren loodzwaar. We moesten klanten zoeken. We hebben toen in Polen op scheepswerven gewerkt, in Parijse ziekenhuizen … Soms moesten we op het einde van de maand geld lenen voor die dertig lonen of moesten we beslissen welke leveranciers we wél konden betalen. Maar de loyaliteit van mijn mensen was enorm, want ze wisten dat ik voor hen mijn nek had uitgestoken. Die band blijft trouwens bestaan, ze komen nog altijd naar ons jaarlijkse personeelsfeest.”
Wanneer had u het gevoel dat het echt zou lukken?
“Cegeka is altijd een continu groeiverhaal geweest, maar de overname van Adatis in Leuven in 2006 was een belangrijk moment. Iedereen zei dat ik het niet mocht doen, want zij waren zelfs groter dan Cegeka op dat moment. Maar we waren volledig complementair. Zij waren vooral gericht op de overheid, wij op de privé. Zij deden productontwikkeling, wij datacenters. Het was de perfecte match. Dus ben ik er toch voor gegaan. Vanaf dat moment konden we een volledig portfolio aanbieden en grotere klanten binnenhalen. We werden au sérieux genomen, dat voelde je gewoon. Onze eerste overname in Nederland was nog zo’n stap. Niet veel Belgische ondernemers durfden dat.”
Nog zo’n moment was toen jullie voor het eerst een jaaromzet van één miljard euro draaiden. Waarom was dat – ook symbolisch – zo belangrijk?
“Als bedrijfsleider moet je altijd een punt op de horizon zetten. Nochtans werd er in het begin weleens met dat bedrag gelachen. Maar omzet is één ding, rendabel zijn is nog iets anders. Jarenlang hebben we elke euro winst opnieuw geïnvesteerd in het bedrijf. We hebben pas de laatste jaren dividenden uitgekeerd aan de familie. Het bedrijf is altijd op de eerste plaats gekomen. (kijkt even naast zich) En Sonja weet dat ook.”
De jury van de Award looft uw ‘volgehouden initiatief, durf en doorzetting’. Herkent u zichzelf daarin?
“Zeker. Dat geef ik ook altijd mee aan jonge ondernemers: volhouden, zelfs wanneer het moeilijk wordt.”
Wat is uw rol vandaag nog in het bedrijf?
“In eerste instantie het selecteren van een nieuwe CEO (lacht). Dat proces loopt op zijn einde. Voor de rest adviseer ik mijn mensen en zet ik mee de strategische lijnen uit. Mijn bedoeling was eigenlijk om helemaal terug te schakelen, maar ik werd er opnieuw ingezogen toen Stijn Bijnens in juni als CEO is vertrokken. Ik hoop na de installatie van de nieuwe CEO weer wat meer afstand te kunnen nemen.”
Kunt u er een aantal uren opplakken hoeveel u weer met het bedrijf bezig bent? Ooit was dat beperkt tot één dag per week?
Sonja: “Zeg het maar: elke dag. En echt de héle dag. (lacht) Zelfs als hij met de honden aan het wandelen is, is hij over het bedrijf aan het nadenken.”
U vormde een sterke tandem met Stijn Bijnens. Was u verrast toen hij zijn vertrek aankondigde?
“Zeker. Ik denk dat iedereen verbaasd was. En zeker van de manier waarop. We hadden op zaterdag ons personeelsfeest, toen leek er geen vuiltje aan de lucht. Op zondag hebben Stijn en ik elkaar gezien en heeft hij me verteld dat hij naar Proximus ging. En op dinsdag was hun persmededeling al klaar.”
IT-bedrijf Cegeka richt zich nu ook meer op telecom, telecombedrijf Proximus meer op IT-dienstverlening. Dus jullie zijn nu rechtstreekse concurrenten?
“Dat is zo.”
Hebben jullie nog contact gehad?
“We zijn nog één keer samen gaan eten.”
Via zusteronderneming Citymesh en het Roemeense Digi willen jullie binnen een paar jaar dus zelf een grote speler op de Belgische telecom-markt zijn. Gaat dat lukken?
“Digi wordt sowieso een zware concurrent voor de gekende spelers. We gaan ervoor zorgen dat de prijzen voor bellen en surfen fors dalen, tot de helft of zelfs een derde van vandaag. Sommige Brusselse gemeenten zijn al uitgerust met de fiber van Digi en in die straten zie je dat een op de drie bewoners al overgeschakeld is.”
Maar Limburg is nog niet meteen aan de beurt?
“Dat is inderdaad een hele discussie. Limburg, West-Vlaanderen, Wallonië … ook voor Telenet en Proximus is het niet evident om met de fiberkabel de meer landelijke gebieden te bereiken én die investering terug te verdienen. Maar Digi heeft in zijn thuisland Roemenië daar wel ervaring mee.”
De opvolging van Stijn Bijnens is op dit moment natuurlijk hét verhaal in de Limburgse economie. Wie wordt het?
“We zitten in de eindfase, maar ik kan het nog niet vertellen.”
In ons vorige interview, toen Bijnens nog gewoon aan boord was, hebt u gezegd dat er in Vlaanderen weinig mensen rondlopen die een bedrijf als Cegeka kunnen leiden. Wordt het een Vlaming?
“We hebben er toch nog ene gevonden (lacht). Het wordt een Vlaming, maar wel iemand die quasi zijn hele carrière in het buitenland heeft doorgebracht.”
Die nieuwe CEO moet Cegeka boeiende tijden in loodsen: verdere internationalisering, de opkomst van AI …?
“AI is inderdaad veelbelovend, maar er zijn nog weinig concrete voorbeelden waar het meetbare voordelen oplevert voor het bedrijf. Het concept wordt pas zinvol wanneer het echt in een industriële omgeving wordt toegepast. Anderzijds gaat het zo snel, dat wat ik nu zeg, morgen misschien weer achterhaald is.”
En wat brengt de toekomst nog voor Cegeka. Jullie willen blijven groeien? En ook buiten Europa kijken?
“Voor ons is de koers duidelijk: we gaan naar twee miljard euro omzet, via organische groei én overnames. En we verschuiven geleidelijk van een puur dienstenbedrijf naar meer zelf ontwikkelde producten en platformen. We hebben intussen ook al een serieuze vertegenwoordiging in de VS, waar we sterk aanwezig zijn in de gezondheidssector.”
Intussen zijn jullie ook met Defensie gaan praten of jullie daar iets kunnen voor betekenen?
“Of omgekeerd, zijn zij met ons komen praten (lacht). Onze cybersecurity-afdeling is de grootste van het land. En we hebben internationale klanten. Dat trekt uiteraard ook de aandacht van Defensie en dus praten we met elkaar. Maar meer kan ik daar niet over zeggen.”
Nog even terug naar het juryrapport, dat zegt dat u “een buitengewone bijdrage hebt geleverd voor Limburg en de Limburgse economie”.
“Dat moet je aan andere mensen vragen of het waar is (lacht). Ik heb eigenlijk altijd gewoon gedaan wat ik graag doe: bouwen, dingen grootmaken. En blijkbaar was dat relatief succesvol (lacht). Daarom investeer ik nu ook nog regelmatig in interessante bedrijfjes.”
Hebben we in Limburg nood aan meer grote ondernemingen zoals Cegeka of H.Essers?
“We hebben ze nodig, maar ik zie ze niet meteen opstaan. Er is hier misschien toch nog te veel kerktorenmentaliteit en calimerodenken: ‘wij zijn maar Limburg’. Je hebt mensen nodig met de juiste visie. Mensen zoals Noel Essers of Jos Vaessen, die iets willen uitbouwen en voor wie geld verdienen niet op de eerste plaats komt. Ik had het ook anders kunnen doen. Minder in Cegeka investeren en ergens een eiland kopen om te zitten. (kijkt naar Sonja) Daar hebben we het vroeger ook over gehad, maar we zouden het snel moe geweest zijn (lacht).”
Nieuw bestuur
“Klopt, maar vorige week hebben we wel een aantal wijzigingen doorgevoerd in onze Raad van Bestuur om die te professionaliseren. De nieuwe leden Bart Van Den Meersche, Kurt Decat en Bart Troubleyn brengen hun internationale ervaring bij bedrijven als IBM, Sibelco en Gimv mee. Naast Sonja en mezelf blijft alleen Sam nog in de Raad van Bestuur, als vertegenwoordiger van de drie kinderen. Maar het familiegevoel blijft wel belangrijk. Tom woont al vlakbij en Wendy en Sam gaan hier ook bouwen.”
Wordt het dan toch een beetje meer genieten van de drie kleinkinderen, eens de nieuwe CEO er is?
“Zeker, al is het vaak nog te weinig. We hebben dit jaar ook nog iets gekocht aan de Côte d’Azur en dat bevalt ons erg. We hebben er al een hele vriendenkring uitgebouwd, maar opmerkelijk genoeg met West-Vlaamse ondernemers, ook al zitten er wel Limburgers in de buurt.”
Sonja: “Maar hij gaat ook nog blijven genieten van Cegeka, hoor.” (knipoogt)
Dit zijn de andere winnaars:
Jean-Baptist Claes (JBC)
Roland Duchâtelet (o.a. Melexis)
Noel Essers (H.Essers)
Paul Kumpen (Kumpen)
Jos Vaessen (Vaessen Industries)
Hugo Leroi Carglass/LRM)
Tony Baert (Concentra)
Ronnie Leten (Atlas Copco)
Françoise Chombar (Melexis)