Schermafbeelding 2025-07-21 om 20.42.00

Goed gemaakt: 700.000 lolly’s per dag rollen buiten in Bilzen

In een bedrijfspand aan de rand van Bilzen worden dagelijks tot 700.000 lolly’s geproduceerd. Suiker op een stokje, in alle denkbare smaken en kleuren. België zelf is geen grote afzetmarkt, maar elders in de wereld eten ze niets liever dan de lolly’s van Cand’Art. Een blik achter de schermen!

Rutger Devoldere werkte vroeger in de auto-industrie, tot hij in 2022 instapte in een bedrijf dat zich al bijna een eeuw toelegt op slechts één product: de lolly. “Ik wilde iets tastbaars, iets dat je kunt vastpakken. En ja, het is een prachtig product. Vroeger waren mensen niet echt geïnteresseerd in het werk dat ik deed. Maar als ik vandaag vertel dat we lolly’s maken, blijft iedereen luisteren en vragen stellen. Ze willen er alles over weten. Het heeft ook een heel hoog Willy Wonka-gehalte. Toen mijn zoontje op school vertelde dat zijn papa de baas was van een lekstokkenfabriek, dacht de juf dat hij een grapje maakte.”

Toch wel dus. Het begon allemaal in 1930 toen Lambert Matheï in het centrum van Bilzen een snoepwinkel oprichtte. Hij verkocht er ambachtelijk geproduceerde snoepjes zoals drop, likeurbonbons, gommen, spekken en cuberdons. De inspiratie voor de naam van de toenmalige winkel – confiserie De Palm – kwam via zijn zoon Alfons. Die had in Luik een opleiding als suikerbakker gevolgd bij confiserie Le Vainqueur: De Palm verwijst naar de erepalm die aan winnaars wordt toegekend. In de jaren 60 schakelde het familiale snoepbedrijf volledig over op de productie van hard suikerwerk, zowel snoepjes als lolly’s. In de jaren ’70 nam het bedrijf de eerste automatische lollyproductielijn in gebruik. Tot dan was het ‘koken’ van lolly’s nog zwaar, ambachtelijk werk. Het bedrijf bleef decennia lang in handen van de familie Matheï, tot het in 2021 werd verkocht aan Herman Wellens. Devoldere kwam er een jaar later bij: zij zijn momenteel de huidige eigenaren van het bedrijf.

Salmiaksmaak
De bescheiden snoepwinkel van weleer is intussen uitgegroeid tot een bedrijf met export naar Europa, China, Japan, Zuid-Korea en de rest van de wereld. “Maar liefst 90 procent van onze productie is bedoeld voor het buitenland”, zegt Devoldere. “In België eten we lolly’s, maar niet overdreven. In zuiderse landen gebeurt dat veel meer. In Scandinavië, stukken van Nederland en in Duitsland zijn ze dan weer verzot op droplolly’s. Maar die uitgesproken salmiaksmaak is zowat de enige die typisch is voor een bepaalde regio. Doorgaans zijn het de drie klassieke smaken die het overal ter wereld goed doen: aardbei, kers en cola. Wij leveren ofwel rechtstreeks aan de retail, ofwel via een snoepgoeddistributeur. Daarnaast produceren we ook lolly’s voor snoepfabrikanten die een eigen lollymerk willen, maar dat zelf niet kunnen produceren. Private label, heet dat. Namen mag ik niet noemen, maar er zitten heel bekende merken tussen. Onze huismerken Candart en Hirsch vertegenwoordigen ongeveer een derde van onze omzet. De rest is allemaal private label-productie.”

Niveau van chocolade

In sommige landen zijn de Bilzense lolly’s zelfs een premiumproduct en worden ze op hetzelfde niveau als Belgische chocolade geplaatst. “De Chinezen zijn daar fanatiek in. Die willen per se zelf een verpakking voor de lolly ontwerpen. Dat worden dan vaak wat kitscherige toestanden met een afbeelding van het Atomium en ‘Made in Belgium’ als keurmerk, maar dat slaat daar aan.”

Wandelende encyclopedie
In de burelen van Cand’Art valt het niet op, maar de zoete geur kringelt meteen je neusgaten in zodra de deur naar de productiehal opent. De fabriek draait op ervaring, vakkennis én snelheid. Anders kan je geen 1.400 lolly’s per minuut produceren. Aan het begin van de productieketen staat Jordi aan de ketel waarin glucose en suiker op 140 graden tot een suikerdeeg worden gekookt. “Ik voeg smaak- en kleurstoffen toe en kneed het met een machine tot een elastische massa”, zegt hij. De lollytatoeage op zijn bovenarm zegt veel over de passie voor zijn werk.

“Als het deeg niet de juiste textuur heeft, loopt het vast in de machine. En elke smaak reageert een tikkeltje anders”, zegt Jordi. De geur verraadt meteen met welke smaak hij bezig is: watermeloen. Deze lolly heeft twee kleuren, rood en groen. “Daar komt iets meer werk bij kijken, omdat we dan twee suikerdegen moeten mengen.”
Johan Matheï – de wandelende lollyencyclopedie – is de laatste nazaat van de familie die bijna honderd jaar geleden met een snoepwinkel in Bilzen begon.

Encyclopedie
Over vakkennis gesproken: Johan Matheï, de laatste telg van de familie die het bedrijf oprichtte, loopt nog elke dag mee op de werkvloer. Hij werkte jarenlang samen met zijn ouders in het familiebedrijf en draagt een onschatbare hoeveelheid kennis met zich mee. “Een wandelende lollyencyclopedie”, zegt Devoldere. “Hij is misschien wel de beste lollymaker van Europa. Johan kent elk recept en elke machine, hij weet precies wanneer iets nét niet klopt. En af en toe bedenkt hij ook nog een nieuwe smaak.” Zijn expertise wordt nu zorgvuldig overgedragen aan jongere mensen zodat de fabriek later ook zonder hem verder kan blijven groeien.

“Ik heb natuurlijk nooit iets anders gekend, maar dit is de mooiste job ter wereld”, zegt Johan. “Als ik een nieuwe smaak bedenk en die slaat aan, dan ben ik heel erg fier. Onlangs heb ik er eentje gemaakt met nougatsmaak en cacaopoeder. Die vond ik zelf heel geslaagd.”

Energielolly
Het deeg wordt vervolgens door een machine geduwd en eindigt in een lange worst van gekleurd suiker. Wat verder worden er bolletjes van gemaakt en op een stokje geprikt. Sinds begin dit jaar gebruikt Cand’art voor de Belgische markt alleen nog papieren stokjes. “Die zijn iets duurder, maar ze hechten zelfs beter dan plastic,” zegt Devoldere. “De EU verbiedt plastic stokjes nog niet, maar België doet dat wel. Tegelijk zitten we ook op internationale markten, waar nog vaak naar prijs gekeken wordt. Dus die omschakeling naar papieren stokjes is een werk van lange adem.”

Wikkel is belangrijk
Iets verder waakt Olivier over de volgende halte in het productieproces. Hij bedient de machine die de lolly’s verpakt. “De lolly’s zakken eerst met hun bolvorm in een soort mal, en dan draait er vliegensvlug een wikkel rond”, legt hij uit. “Zo snel dat je met het blote oog bijna niet kan zien wat er gebeurt. Als er iets misloopt, moet ik het slow motion filmen om te achterhalen waar de fout zit. Afhankelijk van de wikkelfolie kan dat soms wat meer problemen geven.”

“De wikkel is een belangrijk gegeven in de lollywereld”, zegt Devoldere. “Het geeft de lolly een identiteit. De discololly met zijn zilveren wikkel en kleurrijke tinten is bijvoorbeeld een klassieker bij onze noorderburen.” Cand’art maakt intussen meer dan 300 soorten lolly’s: van de klassieke aardbei tot suikervrije varianten, dropsmaken voor Scandinavië, cocktailsmaken zonder alcohol en zelfs een energielolly met cafeïne en vitamine B12. “Het heeft hetzelfde effect als de energiedrankjes. Red Bull op een stokje? Zo zou je het kunnen noemen, ja.”

Onnatuurlijk blauw
Er is ook een trend om meer te werken met natuurlijke smaakstoffen. Opmerkelijk: op de verpakkingen staat tegenwoordig ook ‘vegan’. Maar er zit sowieso toch niets dierlijks in een lolly? “Dat klopt, maar we plaatsen het op de verpakking om het ook duidelijk te maken. Sommige consumenten hechten daar wel belang aan. We doen ook koosjerproductie voor de orthodox-joodse markt,” zegt Devoldere. “Daar komt wel het een en ander bij kijken. De avond voor de productiedag komt een rabbijn naar onze fabriek. Die komt alles controleren en gaat met een brander de onderdelen van de productielijn reinigen. Pas dan kan die gebruikt worden voor het maken van koosjere lolly’s.”

Op het einde van de productieketen staat een team, dat de zakken met lolly’s in dozen steekt en alles netjes verpakt. “Ik heb veel bewondering voor hen. Het werktempo van deze mensen ligt hoog, maar ze doen belangrijk werk. De handelingsnelheid waarmee ze dit werk doen, is ongezien.”

Als hij op vakantie is, maakt de CEO er een sport van om supermarkten binnen te stappen. “Ik ga dan op inspectieronde, kijken welke lolly’s in de rekken liggen. Het blijft iedere keer speciaal om onze eigen lolly’s terug te vinden op buitenlandse bestemmingen. Wij kunnen in principe lolly’s maken in elke denkbare kleur, meestal kun je dat met natuurlijke kleurstoffen produceren. Behalve blauw, dat kan je moeilijk natuurlijk maken. Dat is ook een van de redenen waarom je bijna geen blauw snoepgoed op de Aziatische markt vindt.”

Suikervrij
Cand’Art levert nog niet rechtstreeks aan de Verenigde Staten, maar kijkt wel richting de toekomst. Nieuwe markten, nieuwe smaken, misschien zelfs nieuwe vormen. “We denken na om andere vormen te maken dan de typische platte, bol- of knotsvormige lolly. Experimenteren met 3D-vormen bijvoorbeeld. Op papier klinkt dat allemaal tof, maar als je een speciale mal moet maken, komt daar wel een grote investering bij kijken. Dat verdien je pas terug als je grote hoeveelheden kunt produceren. Cand’Art is ook een van de weinige producenten die op deze schaal geautomatiseerd 100% suikervrije lolly’s kunnen maken. Die worden in de Colruyt verkocht en daar zijn we wel fier op.”

Feestje!
In 2030 bestaat het bedrijf honderd jaar. Plannen om dat te vieren, zijn er nog niet. “Maar we gaan dat niet stil voorbij laten gaan”, zegt Devoldere. “Het is zeldzaam in deze sector. Een eeuw lolly’s produceren en nog altijd met dezelfde passie.”