Stijn Bijnens staat sinds september aan het roer van het grootste telecombedrijf van België, dat voor de helft eigendom is van de Belgische staat. Hij breekt qua visie met zijn voorganger, de Fransman Guillaume Boutin, die geloofde dat groei voor Proximus vooral in het buitenland zat. Dat leidde tot een aantal omstreden buitenlandse overnames in nichetakken van de communicatiesector. En tot heel wat politieke consternatie, met onder meer een hoorzitting in het parlement.
Stijn Bijnes houdt de controverse af. Zijn visie is anders, zo gaf hij aan tijdens zijn eerste publieke optreden, met name Think NXT, een grote jaarlijkse technologiebeurs georganiseerd door Proximus. De 56-jarige Limburgse CEO putte uit zijn strategische visienota uit zijn jarenlange ervaring in de technologiesector. Je zou hem kunnen zien als een Belgische Sam Altman tijdens het dotcomtijdperk, toen hij met zijn zelf opgerichte beveiligingssoftwarebedrijf Ubizen internationaal hoge toppen scheerde. Ubizen overleefde finaal de dotcomcrisis niet en werd overgenomen. “Ik zit al 36 jaar in de sector en voel me een beetje een dinosaurus”, vatte hij kort zijn carrière samen.
Slingeren
Bijnens gelooft dat de techsector pendelbewegingen van twintig jaar maakt. De slinger slaat tussen het centraal beheer van data en rekenkracht enerzijds, naar het decentraal beheren van die data anderzijds. De eerste cyclus startte volgens hem in 1967, met de grote computer die nodig was voor het Apollo-maanproject. “Toen ik als student computerwetenschappen in 1987 aan de KU Leuven studeerde, had je een heel grote mainframecomputer. Een jaar later was er het internet en startte het decentrale tijdperk”. Bijnens toont een foto van het kantoor van Ubizen begin jaren 2000, met grote computers onder de bureaus. “Die gaven ontzettend veel warmte af. We moesten ze in de zomer naar de kelder verhuizen, want het was niet te houden”. Bedrijven beheerden toen hun data en websites vooral op eigen servers.
2007 was een kantelpunt, waarna de slinger opnieuw richting centraal beheer sloeg. De ommeslag was gelinkt aan de komst van de iPhone en het model van Amazon, dat rekenkracht en servers ging verhuren in een ‘cloud’. “Amazon bouwde eigenlijk opnieuw één grote computer”. De komst van de iPhone, 3G en sociale netwerken leidde ertoe dat data niet meer op onze applicaties beheerd werden, maar in grote datacenters. Voor telecombedrijven braken minder fijne tijden aan. Zij moesten alleen voor de verbinding tussen de gebruiker en de datacenters zorgen. “Dat zag je op de aandelenmarkt. Netflix en andere app-bouwers werden miljarden waard, de hyperscalers (met zeer grote datacenters, red.) zelfs duizenden miljarden. En de telecombedrijven? Hun koers werd gedeeld door vijf. Niet alleen Proximus, maar zowat alle telecombedrijven. Terwijl wij wel de dure investeringen in netwerken moeten doen. Proximus investeert 1,3 miljard euro per jaar in zijn netwerk.” En, voegt hij eraan toe: “Wij verdienden toen ook niets, doordat we overgereguleerd waren.”
Lokale AI-agenten
Toch ziet Bijnens beterschap, wat hem motiveerde om de overstap te maken van het grote Limburgse ICT-dienstenbedrijf Cegeka naar Proximus. In de logica van Bijnens staan we bijna voor een nieuwe ommekeer. “Als het ‘centrale’ tijdperk startte in 2007, dan loopt het in principe af in 2027. Artificiële intelligentie zal volgens Bijnens een nieuwe decentrale beweging inluiden. De redenering klinkt op het eerste gezicht vreemd, aangezien grote Amerikaanse techbedrijven voor 3.000 miljard dollar aan datacenters in de VS bouwen om hun AI-modellen op te laten draaien. De ICT-sector lijkt zo eerder nog meer te centraliseren.
Toch ziet de Proximus-ceo het anders, met meer nood aan decentralisatie. Hij gebruikt hiervoor drie sleutelwoorden: latency, AI-agenten en data-soevereiniteit. Latency is de vertraging die optreedt bij het versturen van data. Als data naar datacenters in de VS worden verstuurd om daar te worden verwerkt, gaat dat gepaard met een kleine vertraging van enkele milliseconden. Voor sommige toepassingen is dat al te veel. Hij geeft het voorbeeld van zelfrijdende auto’s: “Om botsingen te vermijden is het niet zinvol om data naar een centrale server in de VS te sturen.”
Ook gaan AI-agenten, die zelfstandig kleine taken uitvoeren, volgens hem dichter en decentraal op het netwerk werken. En in geopolitiek onzekere tijden wordt databescherming steeds belangrijker. Dan wil je geen datastroom weg uit Europa, iets waar Bijnens’ voorganger Boutin ook al op hamerde. “Ik volg techondernemer Michael Dell, die telecomnetwerken het vastgoed van het AI-tijdperk noemt.” Die nieuwe decentrale toepassingen moeten uiteindelijk voor een telecombedrijf als Proximus meer inkomsten opleveren, hoofdzakelijk van professionele klanten.
Prijzen oprekken
Bijnens zet duidelijk in op een strategiewijziging bij Proximus. Jarenlang was de filosofie dat de Belgische activiteiten amper konden groeien, omdat iedereen al over een internetaansluiting en een smartphone beschikt en je de prijzen daarvoor nog maar beperkt kan optrekken. De overname van Telesign (2017) in de VS en Route Mobile (2024) in India moesten groei opleveren. Die bedrijven bieden internationale telecomdiensten aan, zoals het automatisch versturen van sms’en. Maar ze leveren voorlopig minder groei op dan verhoopt en leidden al tot de nodige problemen, met enkele managementwissels tot gevolg. Boutin stapte in mei van dit jaar op als CEO, officieel omdat hij een zeer mooie aanbieding van Vodafone kreeg. Officieus klonk hier en daar dat de moeizame internationale strategie er ook iets mee te maken kon hebben. “Ik ben er sterk van overtuigd dat er een mooie toekomst is weggelegd voor telecombedrijven, niet alleen op het gebied van connectiviteit, maar ook als betrouwbare partner voor lokale data-opslag en beveiliging”, besluit Bijnens.