Toen Luc Stevens midden jaren negentig zijn eigen zaak opstartte, was de richting duidelijk. “We hebben altijd vastgehouden aan hoe we wilden werken,” blikt hij terug. Die standvastigheid vormde jarenlang de basis van het bedrijf. “Je bouwt iets op volgens je eigen overtuiging, zonder je te veel aan te trekken van wat anderen doen.” Maar net die sterke visie kan later ook een uitdaging worden. “Als er een volgende generatie komt, brengt die automatisch andere ideeën mee,” zegt hij. “En dan moet je leren omgaan met verschillen.”
Opgegroeid in het bedrijf, maar niet hetzelfde pad
Voor zoon Dieter Stevens leek de stap naar het familiebedrijf vanzelfsprekend. “Ik was hier als kind al elke week te vinden,” zegt hij. “Je groeit daarin mee.”
Bij zijn zus Esther Stevens lag dat anders. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik hier moest komen werken,” vertelt ze. “Ik heb eerst een totaal andere richting gekozen.” Toch kwam ook zij uiteindelijk in het bedrijf terecht. “Soms rol je erin zonder dat het vooraf gepland is.”
Die verschillende trajecten zorgen voor een andere kijk op het bedrijf. “We brengen elk onze eigen achtergrond mee,” zegt ze. “Dat is een meerwaarde, maar het vraagt ook afstemming.”
Complementair, maar niet zonder frictie
Binnen het bedrijf hebben broer en zus elk hun rol gevonden. “We vullen elkaar goed aan,” klinkt het. “Maar dat betekent niet dat alles vanzelf loopt.”
Volgens hem zit de uitdaging vooral in de samenwerking. “Je werkt niet alleen met collega’s, maar ook met familie. Dat maakt discussies soms gevoeliger.” Zij knikt: “Je moet leren om professioneel te blijven, ook als het persoonlijk wordt.”
De vader ziet hoe die wisselwerking evolueert. “Ze zijn complementair, maar hun werk loopt door elkaar,” zegt hij. “Dan moet je constant afstemmen.” Hij benadrukt dat communicatie daarbij cruciaal is. “Als je niet blijft praten, loopt het mis.”
Loslaten als proces
De overdracht binnen het bedrijf gebeurt niet van vandaag op morgen. “Dat is een geleidelijk proces geweest,” legt hij uit. “Stap voor stap hebben zij meer verantwoordelijkheid opgenomen.”
Volgens de kinderen is dat ook de enige manier waarop het kan werken. “Je groeit in je rol,” zegt hij. “Je kan niet alles in één keer overnemen.” Zij vult aan: “Je moet ook de kans krijgen om fouten te maken en daaruit te leren.”
Voor de oprichter blijft loslaten een uitdaging. “Je hebt jarenlang alles zelf gedaan,” zegt hij. “Dan is het niet evident om dat uit handen te geven.” Toch erkent hij dat het noodzakelijk is. “Op een bepaald moment moet je vertrouwen geven.”
Externe blik brengt rust
Om die overgang in goede banen te leiden, schakelde de familie externe begeleiding in. “Dat heeft ons geholpen om dingen bespreekbaar te maken,” zegt hij. “Zaken waar je anders niet snel bij stilstaat.”
Volgens haar zit de meerwaarde vooral in de gesprekken die daardoor ontstaan. “Je maakt bewust tijd om samen na te denken,” zegt ze. “In de dagelijkse drukte gebeurt dat te weinig.”
Die externe blik helpt ook om verwachtingen scherp te stellen. “Je denkt vaak dat alles vanzelfsprekend is, maar dat is het niet,” klinkt het. “Door dat uit te spreken, vermijd je misverstanden.”
Afspraken zonder papier
Opvallend is dat er nog geen formeel familiecharter is. “We hebben er wel over gesproken, maar nog niets vastgelegd,” zegt hij. “Omdat we dagelijks met elkaar in gesprek zijn, voelen we die nood minder.”
Toch beseffen ze dat die fase nog kan komen. “Naarmate het bedrijf groeit of de familie groter wordt, zullen afspraken belangrijker worden,” legt ze uit. “Vandaag lukt het nog op vertrouwen en overleg.”
Onzekere tijden, gedeelde verantwoordelijkheid
Naast de interne dynamiek speelt ook de economische context een rol. “Je weet niet wat er komt,” zegt hij. “Dat maakt het moeilijk om vooruit te kijken.”
Volgens haar zorgt dat voor extra druk. “Je moet beslissingen nemen zonder zekerheid,” zegt ze. “En dat doe je samen.”
De vader ziet daarin een verschil tussen generaties. “Wij hebben geleerd om voorzichtig te zijn,” zegt hij. “De volgende generatie kijkt soms anders naar risico.”
Samen verder bouwen
Vandaag staat het familiebedrijf op een kruispunt, met twee generaties die naast elkaar werken aan de toekomst. “We bouwen verder op wat er is,” zegt hij. “Maar we moeten ook durven aanpassen.”
Zij ziet dat als een gedeelde verantwoordelijkheid. “Het is niet meer alleen hun verhaal,” zegt ze. “Het wordt stilaan ook het onze.”
En net daarin schuilt volgens hen de essentie van een familiebedrijf: niet alleen wat je doorgeeft, maar ook hoe je leert samenwerken tussen generaties, met alle verschillen die daarbij horen.
(Met dank aan Expertisecentrum Familiebedrijven van VKW Limburg)