De retail heeft het vandaag niet gemakkelijk. Vooral de fysieke winkels die niet online actief zijn, de zogenaamd ‘brick and mortar’-bedrijven, gaan vaak door een diep dal. Nochtans zijn er voorbeelden van retailers die desondanks stevig overeind blijven. Die qua collectie meegaan met de tijd, én het verschil maken op vlak van beleving en persoonlijk advies. Dat blijkt een gouden formule.
Zoals Orselli in Beringen, een boetiek die 20 jaar na de start nog steeds relevant is. Nathalie Vanderseypen, echtgenote van IT-ondernemer en voormalig Rode Duivel Marc Hendrikx, is daar een mooi voorbeeld van. “Als je een andere focus hanteert dan de online shops, zoals gericht klantenadvies, kan je nog steeds een wereld van verschil maken”, zegt ze. Een interview!
Ben je altijd in mode geïnteresseerd geweest?
“Ja, al van kleins af aan. Ik heb ook altijd vakantiewerk gedaan in kledingzaken. Om zelf ooit een winkel te starten was niet echt een droom. Ik ben er eigenlijk toevallig ingerold. Ik werkte met veel passie en plezier bij Orselli, toen mijn toenmalige bazin ermee ging stoppen. Mijn man Marc zag dat als een opportuniteit en heeft me een beetje gepusht om de zaak over te nemen. Hij gaf me het nodige vertrouwen om er volledig voor te gaan. En hij had gelijk, want nu zijn we tien jaar verder, en ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.”
Je werkt al die tijd nog altijd met hetzelfde personeel?
“Dat zie je inderdaad niet snel”, zegt ze. “Goede en trouwe medewerkers vinden is een probleem waar vele retailers mee kampen. Wij gelukkig niet. We zijn intussen een familie geworden. Ik ben heel blij met ‘mijn meisjes’ en uiteraard heel dankbaar dat zij nog iedere dag het beste van zichzelf geven. Het spreekt voor zich dat ook dat een succesfactor van onze zaak is, waar internethandel niet tegen op kan.”
Dat is inderdaad frappant. Hoe kan je als fysieke retailer nog het verschil maken?
“Je moet een unieke beleving bieden. Klanten komen hier binnen en buiten, niet alleen om te kopen. Ze komen een koffietje drinken, soms een aperitiefje, en zijn dan weer weg. We kennen hen, zij kennen ons. Als we aankopen gaan doen, hebben we daar vaak al de ideale klant voor ogen. Dat zou iets zijn voor Annie, en dat voor Katrien… En ja, als die mensen dan langskomen, zijn de juiste stuks al geselecteerd. Een webshop heeft die voordelen niet.”
Uiteraard moet het assortiment meegaan met de tijd.
“Ja, dat is evident. In de eerste plaats moet het aanbod ruim zijn, van jogging over feestkledij, tot schoenen, handtassen en accessoires”, aldus nog Nathalie. “Maar je moet vooral merken hebben die actueel zijn, voor alle leeftijden. Zo houden we iedereen hip, ook de ouderen. Een oma die van a tot z door ons is gekleed, zal er best nog jong en modern uitzien. Die troef als adviseur voor alle generaties spelen we hier vaak uit.”
Jullie hebben geen last van Zalando, Shein of Temu?
“Het gaat om een heel ander publiek”, legt de zaakvoerster uit. “Voor hen is kwaliteit ondergeschikt, voor ons helemaal niet. En stel je voor dat je kleding wilt ruilen of je geld terug wilt voor bestellingen die aan de andere kant van de wereld gebeurden: Good luck!”
Nathalie is vastberaden om er nog eens 20 jaar bij te doen. De volgende generatie klopt over enkele jaren aan de deur, en is nu al enorm geïnteresseerd in mode. “We zullen wel zien wat het wordt. Niks forceren, en dan, wie weet, wordt de traditie ooit verdergezet!”