Pukkelpop – batterijnetwerk 03 kopie

Keymotion en H.Essers testen batterijen op Pukkelpop

Pukkelpop, het muziekfestival in Hasselt, testte tijdens de voorbije editie een lokaal batterijnetwerk om verschillende belangrijke festivalzones van stroom te voorzien. Voor het proefproject werkte de organisatie samen met onder meer de Genkse logistiekgroep H.Essers en technologiepartners Keymotion, C-battery en Extrapower.

Omdat het festivalterrein niet over een zware vaste netaansluiting beschikt, steunde Pukkelpop voor zijn tijdelijke stroomvoorziening grotendeels op generatoren. Die draaiden de voorbije jaren al op hvo, een brandstof die de CO2-uitstoot verlaagt. Tijdens deze editie wilde de organisatie onderzoeken hoeveel generatorcapaciteit vervangen kon worden door mobiele batterijen.

“Zelfs bij een grote stroomuitval bleven onze belangrijkste Pukkelpopkernen zo nog een hele tijd verzekerd van de noodzakelijke stroomvoorziening”, zegt festivalwoordvoerder Frederik Luyten. “Experimenten als deze zijn voor alle betrokken partijen nuttige tests om de schaalbaarheid en verdere ontwikkeling te onderzoeken.”

Negen batterijen

De stroom voor het systeem werd enkele kilometers verderop opgewekt op de bedrijfssite van H.Essers in Genk. Daar leverden een windturbine en zonnepanelen elektriciteit voor negen mobiele batterijcontainers van C-battery. Elke batterij beschikte over een capaciteit van 300 kWh en een vermogen van 110 kVA.

Drie batterijen kregen een vaste plaats aan de vip-tent backstage en werden gekoppeld aan een lichte netaansluiting voor druppellading. Ook de site- en festivalcoördinatie maakten gebruik van het systeem. Telkens twee andere batterijen werden bij H.Essers opgeladen en vervolgens met elektrische vrachtwagens naar het festivalterrein gebracht. H.Essers verzorgde daarvoor een dagelijkse pendeldienst met aangepaste trailers.

Limburgse samenwerking

Keymotion bracht de betrokken bedrijven samen en werkte het concept mee uit. C-battery leverde de batterijcontainers en software voor realtime monitoring, terwijl Extrapower instond voor engineering, projectcoördinatie en de technische koppeling op het terrein. Een back-upinstallatie ving uitzonderlijke pieken in het stroomverbruik op.

“Met het oog op de toekomst vormden projecten zoals deze een waardevolle tussenstap”, besluit Luyten. “We blijven zoeken naar alternatieven om onze ecologische voetafdruk verder te verkleinen.”