Confectie Martens is al sinds jaar en dag een bekende naam in Bree en omstreken: op de hoek van de Meinestraat en de Hoogstraat stapten klanten de afgelopen eeuw niet alleen bij damesmode Confectie Martens binnen, maar ook bij herenmode Bobby, lingerie Martens en herenmode Butch. “Het begon eigenlijk allemaal in 1886 toen mijn voorvader Jan Roothans-Vanwinkel in de Meinestraat een sigarenfabriek opstartte”, zegt huidig zaakvoerder Filip Van Lindt. “Daar kwam nogal wat volk werken, en dus opende de familie in 1913 ook een kruidenierswinkel op de hoek van de Meinestraat en de Hoogstraat.”
De winkel evolueerde naar een kledingzaak en kwam in handen van Jans dochter Maria Roothans en haar man Joannes Martens. Hij was niet alleen winkelier, maar ook 31 jaar lang burgemeester van Bree. Zijn zoon Jan nam de winkel later over, samen met zijn vrouw Antonia Theelen. De derde generatie.”
Tante Tony
Hun ene dochter Annemie Martens was de mama van Filip en hun andere dochter Antonia ‘Tony’ Martens zou later uitgever worden van Het Belang van Limburg. “Tony Martens, mijn meter, huwde met Jan Baert”, vervolgt Filip. “Frans Theelen, die in 1927 Uitgeverij Concentra had opgericht, was de oom van mama en tante Tony.
Ketens deden ons pijn
Annemie Martens, de mama van Filip, huwde met Frans Van Lindt. Zij werden de vierde generatie uitbaters van Confectie Martens en bouwden een klantenbestand op dat reikt van aan de kust tot in de Ardennen. Veertig jaar geleden nam Filip dan als vijfde generatie het roer over. “Er is enorm veel veranderd”, stelt Van Lindt. “Als vroeger de winkelbel weerklonk, werd er gekocht. Zeker rond de feestdagen kwamen de mensen zich ‘in het nieuw’ zetten. Later evolueerde dat naar funshoppen: winkelen als plezierig tijdverdrijf. De komst van grote ketens heeft veel kleine zelfstandigen pijn gedaan. En dan is er nog de opkomst van het internet natuurlijk. We hebben ons telkens moeten aanpassen. Tegenwoordig moet je als detailhandelaar over een groot vast klantenbestand beschikken, anders kan je het hoofd niet boven water houden.”
Dubbel gevoel
“Met pijn in het hart beginnen we nu aan de uitverkoop”, besluit Filip. “Maar ik nader de pensioenleeftijd en er zijn geen overnemers. “We kunnen dus eigenlijk niet anders. Maar het zorgt wel voor een dubbel gevoel: zelfs als ik een opvolger had binnen de familie, zou ik in de huidige tijden echt niet weten of het wel een goed idee is om nu een kledingwinkel uit te baten… De gebouwen op de hoek van de Meinestraat en de Hoogstraat worden verkocht, maar de winkel met voordeur in de Hoogstraat wordt weer omgebouwd tot woning, net zoals heel vroeger. Ik zou dit pand met zo’n rijke familiegeschiedenis niet achter mij kunnen laten.”