Het zijn deze keer de leden van het netwerk Multinationals bij Voka Limburg die aan de alarmbel trekken. Ze staan niet alleen: ook bij VKW Limburg hebben de industriële bedrijfsleiders al aan de klaagmuur gestaan om de wurgende toestand rond de industrie aan te kaarten.
De directe aanleiding voor de nieuwe open brief is de aangekondigde sluiting van Celanese in Lanaken. “Celanese is een toonaangevend bedrijf, met vakmanschap en kennis die ver buiten de fabriekspoorten waarde scheppen. Dat zelfs zo’n onderneming de handdoek in de ring gooit, zegt alles over de toestand waarin onze industrie zich bevindt”, zo klinkt het. “Wij voelen het elke dag: ondernemen in Limburg, in Vlaanderen en in België, wordt steeds moeilijker. De druk is ondraaglijk geworden.”
Industrie verdwijnt
Volgens de leden van het netwerk Multinationals was de industrie twintig jaar geleden nog goed voor 30 procent van het Limburgse bruto binnenlands product. Vandaag is dat nog amper 15 procent. “In één generatie is de helft van onze industriële basis verdwenen”, zo stellen de industriële bedrijfsleiders vast. “De industrie staat vandaag in voor 13 procent van de Belgische economie, maar vertegenwoordigt meer dan de helft van de export en 45 procent van alle bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling. Kortom, zonder industrie is er geen duurzame groei. En zonder groei is er geen welvaart”, klinkt het waarschuwend.
Gebonden handen
“Wij willen wel terugvechten, maar vandaag moeten wij dat doen met onze handen op de rug gebonden. De energieprijzen liggen in Europa vier tot vijf keer hoger dan in de VS en twee tot drie keer hoger in Azië”, getuigt Patrick Wijnen van Chevron Phillips Chemical in Tessenderlo en Beringen (foto).
Maar ook de hoge loonkosten in ons land, de eindeloos aanslepende vergunningen en de groeiende regeldruk maken hen bijna moedeloos. “Bedrijven stellen investeringen uit, of verhuizen naar plekken waar de omstandigheden beter zijn. En elke fabriek die vertrekt, komt niet terug. Wat straks een sluiting in Lanaken is, kan morgen evengoed een fabriek in Tessenderlo, Genk of Lommel zijn”, zo staat in de open brief.
Troeven
Limburg heeft nochtans troeven die tellen, zo weten de managers van de Limburgse industriële bedrijven ook: de ligging in het hart van Europa, de sterke logistieke ontsluiting en de productieve en goed opgeleide medewerkers. “Maar zelfs met die sterke fundamenten wordt het steeds moeilijker om internationale hoofdkantoren te overtuigen om hier te blijven investeren. Die strategische beslissingen worden vaak genomen op andere continenten. En wij moeten iedere dag uitleggen waarom Limburg nog altijd de moeite waard is. Wij vragen geen gunsten, enkel een gelijk speelveld.”
De 20 ondertekenaars van de open brief zijn de managers van de grootste industriële vestigingen in Limburg, zoals Aperam, Nitto, ZF Wind Power, Vynova, LAG Trailers, SKF en Nyrstar.