“Ondernemers en subsidies: het blijft een getroebleerde relatie”, vindt Bart Lodewyckx. “Voor veel ondernemers voelt een subsidie als geld krijgen van je ouders op je dertigste. Je zou zonder moeten kunnen. En je kán ook zonder. Maar… de huur is hoog, de lasten nog hoger. Dus als het er is, zeg je geen nee. Want het is mooi meegenomen. Exact zo werkt het in België: eerst torenhoge lasten, daarna krijg je een stukje terug, mét handleiding. Subsidies genaamd. Het is alsof je een boeket bloemen cadeau krijgt waarvoor je eerst zelf hebt betaald. Een ondernemer zal dus zelden zeggen: “Gelukkig bestaan er subsidies.” Wel: “Serieus? Gaan ze die nu ook nog afpakken?”
Zoals vorige week, toen de Vlaamse Regering aankondigde 5 miljoen euro te schrappen in de KMO-portefeuille. Dat in tijden van budgettaire orthodoxie kritisch naar uitgaven wordt gekeken, is logisch. Dat subsidies daarbij in beeld komen ook. Toch twee belangrijke kanttekeningen”, aldus nog de Unizo-baas.
“Ten eerste: de KMO-portefeuille is net een instrument op maat van zelfstandigen en kmo’s, en bovendien een efficiënt instrument. Een recent extern onderzoek toont aan dat elke euro twee euro productiviteitsgroei oplevert. Dankzij terechte hervormingen in de toekenning worden middelen vandaag ook gerichter ingezet. De tijd dat boomknuffelaars en konijnenfluisteraars mee aan de subsidietafel mochten schuiven, ligt gelukkig achter ons.”
“Ten tweede: subsidies voor grote ondernemingen blijven opvallend buiten schot. De reden is bekend: zij kunnen vertrekken. En ja, die bezorgdheid begrijpen we. Grote bedrijven zijn nodig, ook omdat veel zelfstandigen en kmo’s voor hen werken. Maar eenzijdig schrappen bij kmo’s creëert opnieuw een ongelijk speelveld.”
En Lodewyckx besluit: “Wat ondernemers vragen, is consequent beleid. Subsidies gericht afbouwen in ruil voor fundamentele lastenverlagingen? Zeker. Maar het ene zonder het andere is dubbel verlies. Dat de bevoegdheden daarin verdeeld zijn over Vlaamse en federale niveaus, is voor ondernemers irrelevant. Voor een beleid dat kmo’s de ruggengraat van de economie noemt en hun productiviteit wil versterken, is dit geen slimme besparing. Het voelt alsof je bij een succesvolle voetbalploeg bespaart door de spits te verkopen omdat doelpunten geld kosten. Dat kan slimmer. En beter. Toch?”