Valentin en Annemie startten in juni 1989 een steakhouse aan hun woning in de Ekselse bossen. Voor beiden betekende dat een opvallende carrièreswitch. “Tot dan had ik een bureaujob bij de Hasseltse deurwaarder Jan Kerkstoel en werkte Annemie in het onderwijs. Als we een vrije dag hadden, gingen we graag steak eten in Hasselt, het liefst bij steakhouse Cara van Herbert Swartele. Het viel me op dat de klanten daar altijd stonden aan te schuiven. Op een bepaald moment zei ik tegen Annemie: ‘Als we daar nu thuis ook eens mee zouden beginnen, dan zou dat zeker lukken.’”
Atelier van kunstenaar
Op dat moment had geen van beiden horeca-ervaring. “Ik heb toen aan Herbert gevraagd of ik gratis bij hem mocht werken, gewoon om ervaring op te doen. Hij verklaarde me voor gek, maar toen hij hier in Eksel kwam kijken, was hij meteen enthousiast over het potentieel en kreeg ik zijn steun.” Een half jaar lang volgde Valentin een spoedopleiding, terwijl de nodige verbouwingswerken werden uitgevoerd aan zijn woning. “Toen we dit huis kochten, was er een soort kunstenaarsatelier aan verbonden. Dat hebben we laten ombouwen tot eetzaak, en later kwam er nog een veranda bij.”
Volgens Valentin lag de basis van het succes in de ambachtelijke aanpak. “Ik maakte heel veel zelf, van de bearnaisesaus tot de puree. Ook de voorbereiding van het vlees deed ik zelf.”
Met de heli
Vanaf het begin schoven de klanten aan voor een biefstuk van het typische Belgisch witblauw runderras. “Eerst kwamen vooral mensen uit de buurt die blij waren dat ze niet langer naar Hasselt moesten rijden”, vertelt Valentin. “Maar al snel breidde ons bereik uit en kregen we zelfs klanten uit Nederland. Zo is er een bekende Nederlandse industrieel die hier regelmatig komt eten en zijn helikopter wat verderop op een grasland laat landen”, lacht hij.
Geen overname
“De zaak overlaten is niet echt aan de orde. Onze kinderen hebben goede jobs en wij willen hier nog wat in alle rust kunnen wonen.” En dus zal op 28 juni de laatste biefstuk de keuken verlaten. “Die beslissing hebben we een half jaar geleden genomen, en dat was zeker niet gemakkelijk”, zegt Annemie, die altijd de zaal voor haar rekening nam. “Maar we hebben een leeftijd bereikt waarop vooral het werk in de keuken fysiek begint te wegen. De openingsdagen hadden we daarom al eerder teruggebracht. We gaan vooral het contact met de klanten missen. Van sommige families komen hier ondertussen al verschillende generaties.”
Maar ook voor de klanten is het afscheid nemen. Valentin knikt. “Soms krijgen we vier telefoontjes na elkaar van mensen die hier absoluut nog een laatste keer willen komen eten. Dat ontroert ons en is een mooie erkenning voor al die jaren hard werken,” besluit hij.