Lut Verheijen groeide op tussen de bloemen en planten van haar ouders. “Mijn vader Hubert werkte bij de koolmijn in Eisden en verzorgde de tuinen van de directie, terwijl mijn moeder verpleegster was. Na hun huwelijk begonnen ze samen een bloemenwinkel in Neeroeteren. Ze kweekten chrysanten, seizoensbloemen en bomen en breidden later hun assortiment uit met planten, groenten, zaden en sproeistoffen”, vertelt Lut. Als klein meisje hielp ze al mee in de serres van haar vader, waar ze begon met het wieden van onkruid. Later volgde ze de Tuinbouwschool in Sint-Truiden en in 1989 namen zij en haar echtgenoot Romain de zaak over.
Kok verkocht mee
De winkel groeide uit tot een veelzijdige zaak waar klanten niet alleen bloemen kochten, maar ook terecht konden voor kaarsen, vazen, linten en decoraties voor bruiloften en rouw. “Er zijn heel wat bruidsboeketten gemaakt terwijl iedereen al sliep, maar ik deed mijn werk met plezier”, zegt Lut. Haar echtgenoot Romain hielp, na zijn werk als kok in de ziekenhuizen van Lanaken en Genk, mee in de winkel. En ook haar vader bleef zelfs na zijn pensioen betrokken bij de serres die hij zelf had opgebouwd. Naast bloemen kwam er ook een wijnafdeling bij. “We organiseerden wijndegustaties en voor we het beseften hadden we een wijnhandel om trots op te zijn”, glimlacht Lut.
Maar nu stopt het. “Bloemen kan je vandaag overal kopen. Een kleine detailhandel in bloemsierkunst kan niet concurreren tegen een supermarkt die kant-en-klare boeketten verkoopt aan de schuifdeuren van de winkel. Ik zag in 2025 vier collega’s van bloemenwinkels die de deuren moesten sluiten. Dat zette mij aan het denken.”
“In december heb ik nog heel wat bestellingen afgewerkt en mijn laatste klanten geholpen”, blikt ze terug. “Ik ben hen heel erg dankbaar voor hun bezoekjes, de fijne ontmoetingen en vooral het vertrouwen. Ik ben blij dat we samen met mijn ouders zeventig jaar een vaste waarde waren in Neeroeteren. Ik ben nog niet pensioengerechtigd, dus hoop mijn ervaring binnenkort opnieuw in te zetten tussen de bloemen.”