De nieuwe maatregel is redelijk technisch. Hij voorziet dat lonen boven 4.000 euro bruto niet langer volledig procentueel meestijgen, maar slechts tot aan die grens worden geïndexeerd. Alleen koppelt de regering daar tegelijk een loonmatigingsbijdrage aan: de helft van het loonkostenvoordeel dat werkgevers daardoor zouden realiseren, moet opnieuw aan de overheid worden doorgestort. Ook na de toepassing van de centenindex. Volgt u nog?
“Het fundamentele probleem is dat een tijdelijke ingreep gekoppeld wordt aan een bijdrage die structureel dreigt te blijven doorwerken”, verduidelijkt Ruben Lemmens. “Zo neutraliseer je niet alleen het beoogde voordeel, maar riskeer je op termijn de loonkosten opnieuw te verhogen. Dus precies het omgekeerde van wat een echt competitiviteitsbeleid zou moeten doen.”
“Faut le faire!”
Daarnaast wijst VKW Limburg op een pervers effect door de loonnormwet. “Als de centenindex de Belgische loonstijging tijdelijk afremt tegenover de buurlanden, ontstaat later opnieuw ruimte voor loonopslag boven op de index”, weet Lemmens. “Zonder neutralisatie in de loonnormberekening dreigt het beperkte voordeel dus later opnieuw te verdwijnen. En dan hou je finaal vooral de extra heffing op arbeid over. Dat is economisch contraproductief en ondermijnt de geloofwaardigheid van het loonkostenbeleid. Faut le faire voor een regering die bij haar aantreden van het stimuleren van werk en lagere belasting op arbeid een speerpunt maakte.”