Onder het thema ‘From Start to Scale’ verschoof de aandacht van technologie naar ondernemerschap. Centraal stond de vraag waarom veelbelovende voedingsbedrijven moeite hebben om na hun startfase verder op te schalen. Financiering, intellectuele eigendom, markttoegang, internationalisering en samenwerking kwamen daarbij aan bod. “Limburg beschikt over sterke ondernemers, kennis en een voedingssector met veel potentieel voor innovatie”, zei Moors.
Limburgse groeiverhalen
Ook Limburgse ondernemers deelden hun ervaringen. Dominique Bleiman, medeoprichter van het Hasseltse Hydrofix, vertelde hoe het bedrijf met zijn technologie voor waterbeheer vanuit België internationaal wil groeien. Alexander Van Laer, medeoprichter en CEO van Qallo, ging samen met Ban Flanders en business angel Karlien De Turck in op de rol van investeerders bij de verdere ontwikkeling van jonge bedrijven.
Volgens Moors speelt Fxt Foodlab daarin een verbindende rol. “Met Fxt Foodlab hebben we in Limburg een innovatiepartner die startups en voedingsbedrijven ondersteunt om ideeën te vertalen naar concrete producten en nieuwe bedrijvigheid”, aldus de gedeputeerde.
Van product naar bedrijf
Tijdens het programma deelden ondernemers en experts hun ervaringen met de moeilijke overgang van startup naar scale-up. Niet alleen kapitaal bleek daarbij bepalend. Ook productiecapaciteit, toegang tot retail en foodservice, bescherming van intellectuele eigendom en het vinden van geschikte partners bepalen hoe snel een jong voedingsbedrijf kan doorgroeien.
De bijeenkomst liep ’s avonds verder in Bistro Effixtée, waar chef Milan La Roche een driegangenmenu uitwerkte met nieuwe ingrediënten. In de Discovery Zone konden bezoekers daarnaast kennismaken met producten en technologie voor onder meer kwaliteitsbeheer en houdbaarheid.
Economische impact
Met Fxt Connect wil Fxt Foodlab meer verbinding leggen tussen Limburgse ondernemers en het Belgische ecosysteem rond voeding en technologie. Voor Moors moet die samenwerking uiteindelijk ook economisch resultaat opleveren. “Zo creëren we een omgeving waarin voedselinnovatie niet alleen kan ontstaan, maar ook vanuit Limburg verder kan groeien en bijdragen aan economische ontwikkeling en tewerkstelling”, besloot ze.