Tijdens de uitvaart werd een warm portret geschetst van Maria, die in 1940 werd geboren, in het jaar dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze groeide op in een groot gezin van acht kinderen, in een streek waar hard werken vanzelfsprekend was. Haar ouders waren tuinders, zoals zovelen in de omgeving van Sint-Katelijne-Waver. De familiebanden waren sterk, vooral met haar zussen, met wie ze een bijzonder hechte relatie onderhield.

Samen met haar echtgenoot André bouwde Maria een gezin uit. Eerst kwamen er twee dochters, later werd zoon Ward geboren. “Toen was het gezinnetje compleet”, klonk het tijdens de plechtigheid. Het leven bracht echter ook moeilijke momenten met zich mee. Maria en André werkten jarenlang samen in hun zaak, eerst in de pottekeswinkel en later in het ijssalon en de brasserie. “Er was altijd die drive om ervoor te zorgen dat de kinderen goed terecht zouden komen.”
Sterk madammeke
Toen André ernstig ziek werd, nam Ward geleidelijk het beheer van De Lepeleer over, met de steun van zijn vriendin Tanja. Na het overlijden van haar man vond Maria opnieuw de kracht om verder te gaan. Haar kleinkinderen werden haar grote trots. “Tijdens schoolvakanties trok ze met hen op uitstap, onder meer naar Bobbejaanland, en ook kleinere uitstappen stonden regelmatig op het programma. Daarnaast genoot ze nog van activiteiten en reizen met Okra en Ziekenzorg.”

De laatste jaren van haar leven werd dat moeilijker. “Het begon met vergetelheid af en toe, later werd het een groter probleem. Ward en Tanja zorgden lange tijd voor haar thuis, tot dat niet langer haalbaar was. Met pijn in het hart besloten de kinderen haar aan woonzorgcentrum Paradijs toe te vertrouwen, waar ze verdere zorg kreeg.”
Maria gleed steeds meer weg. Ze was al een poos niet meer wie ze ooit was. De laatste maanden ging het ook lichamelijk steeds verder bergaf. “Het sterk madammeke, zoals de verzorgsters haar vaak noemden, moest zich uiteindelijk overgeven. Eindelijk vond ze de rust die ze zo verdiende.”
Koffiekoeken en kaarten
Tijdens de uitvaart werd onder meer een brief van kleindochter Tinne voorgelezen, waarin ze terugblikte op vele herinneringen: “Bedankt om me te leren kaarten, om me vals te laten spelen en dat vervolgens door de vingers te zien. Om ons in de zomervakantie mee te nemen op uitstap, met zoveel koffiekoeken dat we ze moesten uitdelen aan anderen. Om meer te zijn dan alleen grootouder. Om het moeke te zijn dat je was. Ik zal die herinneringen altijd blijven koesteren.”

Ook haar kinderen namen afscheid met een persoonlijke tekst. “We namen al een hele tijd beetje bij beetje afscheid van wie je vroeger was. Toch kon je zonder woorden nog zoveel zeggen, met je ogen die straalden als we toekwamen en met je handen die ons vastgrepen”, klonk het. “Je hebt nu je rust gevonden, vrij van alle pijn. We dragen de herinneringen aan jou met veel respect mee voor altijd.”