Vader Laci Batthyany rolde eerder toevallig de cosmeticasector in als vertegenwoordiger. Hij wilde samen iets met zijn vrouw uitbouwen en dus richtten Laci en Marleen in 1997 Districos op. Vandaag leidt de tweede generatie het bedrijf: de zussen Anneke en Bo, en Bo’s echtgenoot Jan. Hun ouders zijn met pensioen, maar houden vanop de achtergrond een waakzaam oog op de jonge generatie. De rolverdeling tussen de drie is organisch gegroeid en werkt goed.
Wanneer wist je dat je in het familiebedrijf zou stappen?
Ann: “Mijn ouders hoopten wel stiekem dat het bedrijf in de familie zou blijven, maar hebben ons nooit verplicht. Ik studeerde voor apotheker, deels met het idee dat het ooit van pas kon komen. Mijn stage beviel me zo goed dat ik enkele jaren in de apotheek bleef plakken. Ondertussen hielp ik op vrije dagen al mee achter de schermen. Rond mijn dertigste heb ik bewust gekozen om volledig in te stappen. Het was nu of nooit. Met een klein hartje waagde ik de sprong, een beslissing waar ik geen moment spijt van heb gehad.”
Bo: “Ik heb alles als kind van dichtbij meegemaakt en wist dat ik later wou ondernemen zoals mijn ouders. Op school leerde ik Jan kennen. Hij had dezelfde ambitie. Na mijn studies kwam ik meteen bij Districos, Jan werkte eerst als consultant. Uiteindelijk was het logisch dat we samen zouden ondernemen. Toen Anneke interesse toonde om zich aan te sluiten, was ik meteen enthousiast. Ik wist dat zij een harde werker is, maar heb haar wel gewaarschuwd: samenwerken als familie verandert je relatie.”
Jan: “Na twee jaar in de corporate wereld wist ik dat dat niet mijn toekomst was. De stap naar Districos voelde voor mij logisch, al was die voor mijn schoonouders wellicht meer berekend.” (lacht)
Hoe kijken medewerkers naar jou? Heb je het gevoel dat je je extra moet bewijzen?
Ann: “Ik denk niet dat ik mezelf extra hard heb moeten bewijzen, maar onbewust heb ik dat toch gedaan. Ook ik ben onderaan begonnen en heb mijn plaatsje moeten verdienen. Die inzet zorgt voor wederzijds respect bij medewerkers.”
Bo: “Dat ik de dochter ben van Laci en Marleen is eerder een leuk weetje. Het definieert niet wie ik vandaag ben, ook niet in ons team. Vroeger legde ik mezelf wel druk op om me te bewijzen. Ik was er als de dood voor om aanzien te worden als een bevoorrecht meisje. Vandaag kennen collega’s me gewoon in mijn rol.”
Jan: “Ik heb dit toch iets anders ervaren. In de beginjaren merkte ik wel wat weerstand. Sommigen voelden zich bedreigd toen ik bij Districos kwam. Mijn IT- en corporate-ervaring maakten echter dat ik snel kon bijdragen. Daardoor groeide ik van ‘ bedreigende nieuwkomer’ naar volwaardige collega en nu leidinggevende. Ik voel me ondertussen wel aanvaard.”
Zorgt samenwerken met familie soms voor spanningen?
Ann: “Die zijn onvermijdelijk, zeker tussen generaties. We communiceren soms directer, maar begrijpen elkaar ook sneller. Werk en privé scheiden is belangrijk, al loopt dat soms door elkaar.”
Dat beaamt Bo: “Mijn moeder is een West-Vlaamse en mijn vader een Hongaar… (lacht) We zijn mondig opgevoed, dus het botst wel eens. Maar dat is een leerproces: leren communiceren en ruimte geven. We vertrouwen elkaar en spreken alles uit. Dat maakt ons sterker.”
Jan: “Samenwerken met familie heeft voor- en nadelen. Professionele grenzen vervagen soms. Anderzijds kennen Bo en ik elkaar door en door, en volstaat een blik. Spanningen zijn zeldzaam en vaak banaal. Ook met Anneke loopt het vlot: zij en Bo hebben dezelfde stijl van communiceren. Ik ken haar van haar veertiende, dus ze voelt als een kleine zus.”
“Omdat dit de eerste generatiewissel is, waren er aanvankelijk weinig afspraken. Die hebben we bij aanvang van de overname vastgelegd. Belangrijk daarbij: werk en privé zijn verweven, maar conflicten nemen we niet mee naar huis. Wat er ook gebeurt, familie blijft voorop staan.”
Welke tradities of waarden van het bedrijf zijn voor jou cruciaal? En wat wou je net anders aanpakken?
Ann: “Iedereen in ons team is even belangrijk. We hebben elkaar nodig om het geheel draaiende te houden. Net zoals binnen een familie nemen we dan ook samen verantwoordelijkheid, zelfs voor de kleine dingen. En ik denk eigenlijk niet dat er iets was dat ik meteen wou veranderen. Het zou ook ongepast zijn om vanaf dag één al dingen volledig te willen omgooien.”
Bo: “Ik sluit me helemaal aan bij Anneke. Wat ik voor mezelf wel anders wou doen is ervoor zorgen dat ik naast Districos nog een sociaal netwerk kon onderhouden. Dat verhoogt mijn energie en motivatie.”
Jan: “De zussen zeggen het heel mooi, maar ik ben minder loyaal naar wat was en zoek sneller naar verbeterpunten. Er zijn voor mij geen heilige huisjes. Zo wordt er nog vastgehouden aan het principe dat iedereen binnen het bedrijf zo goed als alles moet kunnen, ik geloof meer in specialisatie en focus.”
Welke opportuniteiten zien jullie vandaag anders dan de vorige generatie?
Bo: ”Digitalisering wordt steeds belangrijker, al blijft persoonlijk contact cruciaal in onze sector. Ook duurzaamheid is een blijvend speerpunt, maar de uitdaging ligt in hoe we daarover communiceren. Daar zetten we nu sterk op in.”
Jan: “We bouwen verder op dezelfde visie, maar wij hebben hier het voordeel van onze leeftijd. Wij combineren buikgevoel meer met data. Die is vandaag eenvoudiger beschikbaar.”
Ann sluit zich daarbij aan.
Welk advies geef je aan jonge opvolgers in een familiebedrijf?
Ann: “Een van onze sterktes is dat we het volste vertrouwen hebben in elkaar en wij vergelijken elkaar niet. Dat zou de samenwerking volgens mij heel wat moeilijker maken. We verschillen, maar kijken in dezelfde richting. Dat maakt ons samen zo sterk.”
Jan en Bo: “Bespreek alles op voorhand, zonder taboes. Maak duidelijke afspraken en stem verwachtingen af. Wat je niet uitspreekt, komt later terug. Leer ook van andere familiebedrijven. Zij delen hun ervaring vaak graag. En vergeet niet: je stapt in een levenswerk. Heb daar respect voor, maar cijfer jezelf niet weg.”


