Het principe is eenvoudig: bedrijven die op bepaalde momenten meer groene stroom opwekken dan ze zelf nodig hebben, kunnen die overschotten delen met andere bedrijven op het terrein die net energie tekortkomen. Zo moet minder stroom op het net worden gezet en kunnen bedrijven hun verbruik beter afstemmen op wat lokaal beschikbaar is.
“Wat hier op Duwijck gebeurt, sluit perfect aan bij waar wij als POM Antwerpen op inzetten: bedrijventerreinen waar bedrijven samen hun energie duurzaam en slim organiseren”, zegt Luk Lemmens, voorzitter van POM Antwerpen en eerste gedeputeerde van de provincie Antwerpen. “Soms heeft een bedrijf energie over, terwijl een ander bedrijf energie tekort heeft. Via de energiegemeenschap wordt die energie samengebracht en gedeeld op het bedrijventerrein.”
Hefboom
Volgens Lemmens is dat niet alleen goed voor de duurzaamheid, maar ook voor de portemonnee van de deelnemende bedrijven. “Het is interessant omdat je energie die je te veel hebt niet meer op het net moet zetten, maar binnen je bedrijventerrein kan houden. Men heeft hier modellen opgezet zodat die energie gedeeld kan worden en de energiefactuur uiteindelijk ook kan dalen. Dat moet voor elk bedrijf een meerwaarde zijn.”
Duwijck is niet het eerste bedrijventerrein waar POM Antwerpen met zo’n model aan de slag gaat. Ook in Wilrijk en Kalmthout lopen gelijkaardige projecten. “Het zal belangrijk zijn om dit op zo veel mogelijk bedrijventerreinen te kunnen organiseren”, zegt Lemmens. “Duwijck toont dat collectieve energie-oplossingen niet alleen haalbaar zijn, maar ook een belangrijke hefboom vormen voor de bedrijventerreinen van de toekomst.”
Win-win
Voor Duwijckpark komt de lancering op een symbolisch moment. Het bedrijvenpark bestaat dit jaar twintig jaar. Vandaag wordt gestart met een zestiental bedrijven. Zij delen hun energie via een digitaal platform, waar vraag en aanbod nauwkeurig op elkaar worden afgestemd.
“De uitdaging bestaat erin om een goed evenwicht te vinden tussen bedrijven die energie opwekken en bedrijven die vooral energie afnemen”, legt Jan Lemmens van vzw Duwijckpark uit. Sommige ondernemingen hebben veel dakoppervlakte en zonnepanelen, andere hebben net weinig ruimte maar wel een groot verbruik. “Daarom is samenwerking zo belangrijk. We willen de opgewekte stroom binnen ons park houden en een win-winmodel ontwikkelen waarbij zowel de opwekker als de afnemer kosten kan besparen.”

Maximaal benutten
Ook de stad Lier stapt mee in de energiegemeenschap met twee gebouwen: de stedelijke werkplaats Schapenkot en het woonzorgcentrum. Volgens schepen van duurzaam ondernemen Bert Wollants (N-VA) past dat binnen de bredere ambitie van de stad om meer grip te krijgen op haar energieverbruik.
Binnen het Europese project WESHARE werkt ZuidtrAnt mee aan het concrete model om energiedeling tussen bedrijven mogelijk te maken. “Energiegemeenschappen maken het mogelijk om lokaal opgewekte energie maximaal te benutten”, zegt Peter De Vliegher van ZuidtrAnt. “Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, creëren we een systeem dat zowel economisch als ecologisch voordeel oplevert voor alle betrokken partijen.”
De energiegemeenschap moet de komende jaren verder groeien. Daarnaast wordt al gekeken naar bijkomende investeringen, zoals extra zonnepanelen, gedeelde laadinfrastructuur en mogelijk ook een wijkbatterij. ZuidtrAnt werkt intussen aan een Europees subsidiedossier voor zo’n batterij. Daarmee zou overtollige stroom tijdelijk kunnen worden opgeslagen om later opnieuw binnen het bedrijvenpark te gebruiken. “We zijn opgestart met een zestiental bedrijven, maar uiteraard is het de bedoeling om onze energiegemeenschap uit te breiden”, sluit Jan Lemmens af.
