De installatie werd gebouwd, gefinancierd en beheerd door energieleverancier E.ON. Ze benut het syngas dat vrijkomt bij de productie van carbon black, een materiaal dat onder meer wordt gebruikt in lithium-ionbatterijen. Via een stoomturbine wordt dat gas omgezet in elektriciteit.
Met een vermogen van 29 megawatt kan de installatie de volledige productiesite van Imerys van stroom voorzien. De overtollige elektriciteit gaat naar het openbare net. Volgens de betrokken bedrijven komt dat overeen met het jaarlijkse verbruik van ongeveer 40.000 gezinnen.
“Dit is precies de industriële innovatie die België nodig heeft”, zegt federale minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, Jean-Luc Crucke. “Energie terugwinnen uit industriële processen, luchtverontreiniging terugdringen én de netstabiliteit versterken: dit is het model voor een duurzaam industrieel beleid dat we in het hele land zouden moeten uitrollen.”
Nuttige bestemming
Imerys in Willebroek produceert hoogzuiver carbon black voor toepassingen in onder meer batterijen, elektrische voertuigen en energieopslag. Tot voor kort werd het restgas dat tijdens de productie ontstond afgefakkeld. Dankzij de nieuwe installatie krijgt het nu een nuttige bestemming als energiebron.
“Dit project is een belangrijke stap in de verdere optimalisatie van ons productieproces”, zegt Frank Wittchen van Imerys. “De samenwerking met E.ON heeft ervoor gezorgd dat we deze investering succesvol hebben kunnen realiseren.”
Lage emissie
De installatie beschikt daarnaast over een systeem dat de uitstoot van stikstof- en zwavelverbindingen vermindert. Daarmee voldoet de site aan de Europese milieunormen en worden de lokale emissies verder beperkt.

Ook voor E.ON is het project een belangrijke mijlpaal. “Projecten als dit bewijzen dat de industriële energietransitie geen verre toekomstmuziek meer is. Ze speelt zich vandaag af, samen met vooruitstrevende partners zoals Imerys”, zegt Marc Spieker, COO Commercial bij E.ON SE. “We zijn er trots op bij te dragen aan de Belgische energietransitie.”
