In de Sint-Martinuskerk in Hombeek vond vrijdag de begrafenis plaats van Bertha. Binnenkort, op 12 juli, zou ze haar honderdste verjaardag vieren. Haar zonen en kleinkinderen keken daar samen met haar naar uit, maar het heeft niet mogen zijn. Maria, die Bertha werd genoemd, groeide op in Hombeek in een gezin van zeven kinderen. “Via haar schoonbroer Henri Put, van die andere gekende Mechelse frituur, leerde ze mijn vader George kennen”, zegt Jan Peeters (76), een van haar zonen.
Later zouden de wegen van de Mechelse families Put en Peeters elkaar overigens nog kruisen. “Mijn grootvader Jan en mijn vader hadden in Blaasveld een meubelfabriek waar wel honderd mensen werkten, maar eind jaren vijftig stortte de meubelmakerij in de Mechelse regio in. Ze stopten met de fabriek en de gebouwen konden ze gelukkig verhuren”, vertelt Jan. Zijn vader ging in Mechelen-Zuid aan de slag in de auto-assemblagefabriek van Triumph. “Op een dag vertelde nonkel Rik Put, de man van mijn moeders jongste zus Lisette dat hij een betere manier kende om je boterham mee te verdienen”, zegt Jan.
We zitten in de vroege jaren zestig en Rik Put, de grootvader van Gerrit Lekeu van Frituur Put vandaag, baatte op dat moment al een frituur en een café uit op het Plaisanceplein. “Rik Put wist dat er op de Veemarkt een frituur over te nemen stond. Hij overtuigde mijn ouders om hun kans te wagen, want mijn moeder was eigenlijk best tevreden met wat ze verdiende door schoon te maken”, vertelt Jan.
“Rik Put wist dat er op de Veemarkt een frituur over te nemen stond. Hij overtuigde mijn ouders om hun kans te wagen”
Jan Peeters – zoon van BerthaBroer Leon (74) herinnert zich zo nog levendig het assortiment in de beginjaren. “Frietjes kon je bestellen met mayonaise, curry, tartaar, uien en pickles. Om erbij te eten, kon je bouletten, cervela’s en pekelharing bestellen”, somt hij op. Heel geliefd bij klanten was de smos die Bertha zelf bereidde. “We maken de smos nog altijd volgens haar recept. Ze maakte dat altijd bij ons thuis met uien, mayonaise en een macedoine van verse groentjes”, legt kleindochter Kathleen (40) uit.
Na een vijftiental jaar doken bij vader George gezondheidsproblemen op. “Hij was kort van adem en moeder merkte op dat hij niet meer zo sterk was. Iets later kreeg hij de diagnose longkanker. Omdat hij niet lang meer had, zijn mijn broer Leon en ik op dezelfde dag getrouwd. Zodat hij ons huwelijk nog kon meemaken. Drie maanden later, in december 1976, is hij overleden”, vertelt Jan.
“Mijn moeder was een ongelofelijke werker, ze heeft nooit geklaagd. Altijd stond ze klaar”
Leon PeetersDankzij de vele herinneringen blijft Bertha voortleven, ook bij de kleindochters. “Ik hoor vandaag nog altijd mensen die ons moemoe hebben gekend. Moemoe kookte voor ons. Na ons werk in de frituur zaten we thuis allemaal samen aan de tafel”, vertelt Kathleen. Zij zet de traditie van Frituur Veemarkt vandaag voort in een pand op de Hendrik Speecqvest. Samen met haar vennoot Christophe Nijs, als het ware een deel van de familie, heeft ze intussen ook Frituur Korenmarkt in de binnenstad overgenomen.
Ook kleindochter Evi (41) denkt met een warm hart terug aan haar grootmoeder. “Zij was een oma met heel veel geduld en liefde. Alles zou ze voor ons hebben gedaan. Zij zette ons op de eerste plaats”, zegt ze. Ondanks haar hoge leeftijd was Bertha nog altijd erg kwiek. Tot ze enkele weken geleden in huis een val maakte. De complicaties zijn haar uiteindelijk fataal geworden. “Moeder woonde samen met mijn broer en ik nog altijd in hetzelfde huis aan het Vrijbroekpark”, zegt Leon. “Het is moeilijk te vatten dat ze er niet meer is. We missen haar. Ik ben 74 jaar en we hebben altijd bij elkaar gewoond. Ik vertelde alles tegen mijn moeder. Onze band was enorm hecht.”