Web_VanHool Gerhard van der Merwe is CEO van Van Hool. © JOREN DE WEERDT

Gerhard van der Merwe, de CEO van ‘Van Hool’: “Mijn verwachtingen zijn nu veel lager dan bij de overname”

De Zuid-Afrikaan Gerhard van der Merwe (52) heeft met zijn bedrijf GRW anderhalf jaar geleden de bouw van industriële voertuigen overgenomen van het failliet verklaarde Van Hool. Vandaag stelt hij op de site in Koningshooikt (Lier) 290 mensenwerk, en blijft hij de naam Van Hool gebruiken.

“Hallo, met Van Hool”, antwoordt de receptioniste van GRW als we het bedrijf bellen met de vraag voor een interview. Ook als we een tijdje later op het fabrieksterrein stappen, lijkt het wel alsof Van Hool nooit failliet is gegaan. Aan de inkom zegt een meneer: “Welkom bij Van Hool.” De naam schittert ook nog steeds in grote blauwe letters boven het dak van het bedrijfsgebouw en staat zelfs op de plantenbakken. Gerhard Van der Merwe noemt zichzelf op zijn LinkedIn-pagina zelfs CEO van GRW én van Van Hool.

Op 8 april 2024 is Van Hool failliet verklaard door de ondernemingsrechtbank. Maar als ik hier rondkijk, is het bedrijf nog springlevend.

Gerhard van der Merwe: “GRW Industrial Vehicles heeft Van Hool vorig jaar overgenomen. Maar we gebruiken GRW alleen als naam voor de vennootschap. Het merk van de industriële voertuigen die we in Koningshooikt onder meer voor de voedings- en de chemiesector maken, is nog steeds Van Hool. We zetten die naam dus ook op onze nieuwe voertuigen. Van Hool is een sterk merk dat garant staat voor kwaliteit. Wij gebruiken die naam dus verder, en dragen dat ook uit op onze site. Het gaat zelfs zo ver dat we de industriële voertuigen die we met GRW op onze bestaande productiesite in Zuid-Afrika maken, voor Europa ook verkopen onder de naam Van Hool.”

Hoeveel productielocaties heeft GRW vandaag?

“Twee. In Worcester, dicht bij Kaapstad in Zuid-Afrika, stellen we zeshonderd mensen tewerk, in Koningshooikt zijn dat er nu 290. De overname van Van Hool in België was nodig voor ons bedrijf, omdat we willen groeien. Dat creëert schaalvoordelen.”

Hoeveel heb je aan de curatoren betaald voor de overname van de industriële voertuigen van Van Hool?

“Alles samen zo’n 24 miljoen euro. Dat is een faire prijs.”

Had je eigenlijk ooit van België gehoord voor Van Hool failliet ging?

“Amper, eigenlijk. Maar het faillissement van Van Hool werd vrij groot nieuws in de industrie en wij zochten mogelijkheden om te groeien in Europa. Zo hebben we ons in België verdiept. En nu woon ik in Lier. Ik blijf hier telkens drie weken en vertrek dan voor een week terug naar mijn bedrijf en mijn familie in Zuid-Afrika. Dat betekent dus dat ik heel veel onderweg ben. Een reis van Brussel naar Kaapstad duurt minstens veertien uur, een tussenstop in Frankfurt inbegrepen. Ik moet voor het bedrijf soms ook naar andere landen reizen. Sinds dit jaar hou ik mijn vluchten bij in een overzicht. Ik zal dit jaar wellicht aan 87 vliegreizen komen.”

Wat vind je gezin ervan dat je drie op de vier weken weg bent?

“Mijn vrouw komt soms mee. En mijn kinderen studeren aan de Universiteit van Stellenbosch, die hebben me dus niet meer elke dag nodig. Mijn dochter is 22 en mijn zoon is 19 jaar. Mijn dochter studeert trouwens bijna af. Vanaf volgend jaar komt ze naar Lier, om voor het bedrijf te komen werken.”

Bevalt het leven in België je een beetje?

“Ik hou van Belgisch bier en van de chocolade. Ik heb al enkele steden bezocht en het is hier heel aangenaam. Antwerpen is bijvoorbeeld een mooie stad, met veel leuke restaurants en bars. Het sociale stelsel in België vind ik dan weer minder leuk. Het is te gemakkelijk voor mensen om niet te werken en toch iets te krijgen. En het is niet gemakkelijk om een werkgever van een industriebedrijf in België te zijn. Ik heb dat onderschat.”

Op welke problemen bots je?

“Ik stel in Koningshooikt 290 mensen tewerk. Maar elke dag werkt gemiddeld 15 procent van die mensen níét. Dat komt door verlof, ziekte of door een of ander stelsel, zoals mensen die ouderschaps- of zorgverlof opnemen of die vier vijfde werken. In Zuid-Afrika werkt gemiddeld 6 procent van mijn werknemers niet. Dat is een enorm verschil. Eerder deze maand was er een nationale stakingsdag in België. Maar liefst 32 van mijn werknemers hebben die dag niet gewerkt, in een stakingsactie die niet eens tegen ons bedrijf was gericht! Ik weet niet hoelang het geleden is dat we nog een stakingsactie bij GRW in Zuid-Afrika hebben gehad, maar het is wel heel lang geleden. Door de lage productiviteit haal ik arbeiders van Oost-Europa naar Lier om hier mee te helpen in de productie.”

Het sociale stelsel in België vind ik minder leuk. Het is te gemakkelijk voor mensen om niet te werken en toch iets te krijgen. Elke dag werkt gemiddeld 15 procent van mijn mensen níét

Gerhard Van der Merwe, CEO van GRW en van Van Hool

Hoeveel Oost-Europeanen stel je hier tewerk?

“Het gaat gemiddeld om tien tot twintig mensen. Ze werken hier met een tijdelijke opdracht en gaan na enkele maanden terug naar hun land. Oost-Europeanen werken meer uren en nemen minder vakantie. Bovendien lossen we met het tijdelijk overbrengen van Oost-Europeanen naar Lier het personeelstekort op. Want hoe hard we ook proberen, we vinden in België amper nieuwe fabrieksarbeiders om de vacatures mee op te vullen.”

Zijn de industriële voertuigen van Van Hool sinds de overname opnieuw winstgevend?

“Ja. Het waren de bussen (de afdeling die is overgenomen door het Nederlandse bedrijf VDL, red.) die verlieslatend waren. De industriële voertuigen draaiden onder de vorige eigenaars ongeveer break-even. Door verbeteringen in de efficiëntie en door een investering die we aan het doen zijn in robotten, zijn we erin geslaagd om de productie in Lier winstgevend te maken. Dat begint al bij het tijdig opleveren van de beloofde producten. Onder de vorige eigenaars was er iets mis met de processtroom. Arbeiders begonnen aan een voertuig te werken, daarna kwam er een ander voertuig binnen en begonnen de arbeiders daar aan, en lieten ze het vorige voertuig een tijdje staan.”

“Door die bedrijfsfilosofie werden de voertuigen van Van Hool vrijwel altijd verschillende maanden te laat opgeleverd. Wij hebben die historische vertraging nu al voor de helft weggewerkt. Vanaf volgend jaar zouden we helemaal bij moeten zijn. In de nieuwe organisatie is het simpel: als we zeggen dat we een voertuig in juni of juli opleveren, dan zullen we dat ook doen. Dat is een nieuwigheid voor Van Hool.”

Jullie maken in Lier industriële voertuigen voor onder meer de voedingsindustrie, om bijvoorbeeld melk te vervoeren, en voor de chemie. Maar de Europese industrie zit in een diepe crisis. Wat is het effect van die crisis op Van Hool?

“Het effect is heel groot. De loon- en energiekosten zijn in Europa veel hoger dan in de rest van de wereld, waardoor bedrijven in de industrie hun vestigingen hier sluiten of kleiner maken. Ik zie niet in hoe dat in de komende jaren kan worden opgelost. Het resultaat is dat onze industriële klanten minder nieuwe voertuigen nodig hebben en dat er in onze industrie steeds harder moet worden gevochten voor een kleiner aantal opdrachten. De winstmarges zijn in onze sector dus klein. Daardoor zijn mijn verwachtingen voor dit bedrijf veel lager dan toen we het anderhalf jaar geleden hebben overgenomen.”

Vandaag stel je hier 290 mensen tewerk. Gaan dat er in de komende jaren minder worden?

“Het zal ongeveer op dit niveau blijven. Wij kunnen Van Hool rendabel houden door fors te investeren in de automatisering van het productieproces. We overwegen zelfs om te investeren in robots die de letters op onze voertuigen spuiten. We zullen de werkgelegenheid hier in de komende jaren wellicht nog wel stabiel kunnen houden, omdat we ook ingenieurs nodig hebben en omdat we door onze verbeterde werking misschien nog een beetje kunnen groeien in de markt. Dit jaar zullen we in Lier ongeveer 1.200 voertuigen produceren. In de nabije toekomst worden dat er door de automatisering van onze processen misschien 1.500 per jaar.”

“Een nieuwe fabriek zou ik hier door de hoge kosten zeker niet meer opstarten. Maar ik kan de bestaande fabriek in Lier niet oppakken en bijvoorbeeld naar Oost-Europa verhuizen. Door de lage winstmarges in onze sector, is het financieel onhaalbaar om in Europa nog een fabriek voor industriële voertuigen van nul op te starten. We moeten dus voortbouwen op de installaties en op de kennis die vandaag in Lier aanwezig zijn.”

De Vlaamse regering heeft vorige week beslist om 649.000 euro aan “strategische transformatiesteun” toe te kennen aan GRW in Lier voor “een project met een uitzonderlijk belang op het vlak van duurzaamheid en klimaat”. Leg eens uit waar ons belastinggeld precies naartoe gaat.

“Wij specialiseren ons met Van Hool in het ontwerp en de constructie van tanks die worden gebruikt voor de afvang van CO2. Dat is een groeiende markt in Europa. We zullen verder investeren in de optimalisatie van het ontwerp en de kosten voor die tanks. In onze fabriek hebben we ook de zogenaamde Friction Stir Welding-methode geïntroduceerd voor aluminium. Dat houdt in dat we de aluminiumplaten voor onze voertuigen niet smelten. Daardoor hebben we geen beschermgas nodig en stoten we dus geen CO2 uit tijdens het lassen. We investeren dus in een groen beleid en krijgen daar nu financiële steun van de overheid voor.”

Tot slot: jullie leasen de grond en de gebouwen vandaag van de curatoren van Van Hool. Hebben jullie de ambitie om ook eigenaar van de gronden te worden?

“We willen daarover onderhandelen, zeker omdat ons huidige leasecontract in mei volgend jaar afloopt. We hebben een optie om de gronden vanaf dan nog eens twee jaar te leasen. Intussen wachten we al meer dan een jaar op het bodemrapport, dat belangrijk is als basis voor de onderhandelingen over een eventuele aankoop. Maar dat is er nog altijd niet. Ik hoop dat we tegen mei volgend jaar meer weten.”