beenhouwerke berlaar na 40 jaar met pensioen-luc dieltjens-foot joren de weerdt ‘t Beenhouwerke in de Stationsstraat sluit eind deze maand de deuren. © Joren De Weerdt

Luc van ‘t Beenhouwerke maakt na veertig jaar zijn laatste lookworsten

Na veertig jaar is het tijd voor het welverdiende pensioen voor Luc Dieltjens (62) van ‘t Beenhouwerke in de Stationsstraat in Berlaar. Aan het eind van de maand stopt hij er definitief mee. De klanten zeggen dat ze de zaak gaan missen. En dat geldt niet in het minst voor zijn beroemde lookworsten.

Voor Luc is 30 juni de allerlaatste werkdag in zijn zaak vlak bij het treinstation van Berlaar. Dat geldt ook voor winkelbediende Christel, die als vaste medewerker met ruim twintig jaar dienst ook met pensioen gaat.

Maar van rustig uitbollen is geen sprake. In Lucs atelier hangt het bord vol met briefjes met bestellingen. 15 frikadellen. 20 lookworsten. 3 kilogram soepballetjes. Ook een bestelling van 100 frikadellen. En zelfs iemand die nog snel 250 frikadellen wil inslaan.

“Sinds de klanten weten dat ik er bijna mee stop, is het hier extra druk geworden. Ik ben iemand die slecht ‘neen’ kan zeggen. Dus probeer ik iedereen nog verder te helpen. Wat me wel plezier doet, is dat ik veel respect krijg van de klanten. Ik heb al kaartjes gekregen en zelfs een doos pralines en flessen cava. Dat doet wel iets”, zegt hij.

En dat voor iemand die nooit gedacht had dat hij beenhouwer zou worden. “Dat klopt. Ik ben een boerenzoon die gestudeerd heeft voor elektricien. Ik werkte eerst bij Van Hool. Tot mijn oudere broer deze beenhouwerij had en hij geregeld vroeg of ik kon inspringen als het druk was. Ik stond hier dan mee hamburgers te kloppen, loze vinken te maken en ik hielp in de winkel. Uiteindelijk is hij met een beenhouwerij gestart in Berlaar-Heikant en ben ik hier gebleven. Zo ben ik in de stiel gerold.”

Veertig jaar geleden, in 1986, startte Luc als zelfstandige. “Na een paar jaar heb ik de winkel grondig verbouwd, sindsdien is die in grote lijnen hetzelfde gebleven. Dit is altijd een kleine zaak geweest, waar ik focuste op goeie basisproducten. Hier moet je niet zijn voor speciallekes. Maar ik durf zeggen dat ik veel complimenten krijg over bijvoorbeeld mijn gehakt, mijn frikadellen, mijn versgemaakte boterhamslaatjes, mijn huisgemaakte charcuterie. En natuurlijk over mijn lookworsten. Die zijn het bekendste.”

De beroemde lookworst. © JOREN DE WEERDT

Worsten met fans

Tot in het buitenland hebben die worsten fans, zo vertelt Luc. “Bepaalde klanten komen hier grote hoeveelheden lookworsten kopen als ze naar hun familie in Nederland gaan. Iemand heeft ze ook al op bestelling meegenomen naar mensen in Denemarken. Ik heb ook klanten uit Antwerpen en Turnhout die de worsten altijd met de trein komen halen.”

“En een fietsgroepje uit Retie rijdt geregeld speciaal langs hier om ze in te slaan. De cervelaroute, noemen ze die fietstocht. Ik lever ze ook aan een zevental frituren uit de regio. Per week maak ik tegenwoordig achthonderd stuks. Dat zijn er tienduizenden per jaar”, vertelt hij.

“Waarom ze zo speciaal zijn? Ik weet niet hoe ze op een ander smaken. Maar ik heb lang aan het recept gesleuteld tot het naar mijn smaak perfect was en sindsdien stoefen de mensen er dikwijls over. Er zijn al een paar mensen het recept komen vragen, maar ik geef het niet. Stel dat er iemand toch nog interesse zou hebben in een overname, dan wil ik dat geheim aan die persoon doorgeven. Maar voorlopig is er geen overnemer. Het gebouw met handelspand staat momenteel te koop.”

De klanten in de winkel gaan de zaak missen, zeggen ze spontaan. “Hij heeft goed materiaal voor een eerlijke prijs. En Luc is nog een echte volksmens”, zegt Jef Van Looy. “Hij is nog een echte lokale beenhouwer”, vult Johan Van Nuffel aan. “Iemand zoals ze ze niet meer maken. Je kan hier niet alleen je vlees kopen. Je krijgt er gratis ook de dorpsroddels bij. Het was altijd plezant om hier te komen.”

“Als boerenzoon heb ik als jonge gast ook elke zaterdag en zondag gewerkt”, gaat Luc verder. “Nu werk ik ook nog 70 uur per week. En dan zie je plots rondom je dat goeie maten wegvallen of ernstig ziek worden. Dan begin je wel nat te denken… (pauzeert even, red.) Ik weet niet hoe het voelt om een vrije zaterdag of zondag te hebben. Misschien kan ik binnenkort ook eens op weekend naar de zee of naar de Ardennen? Of misschien doe ik dat helemaal niet. Dat zal nog moeten blijken. Ik zal alleszins eindelijk de tijd hebben om het te doen.”