“Ik ben dertig jaar bezig met het vermalen van bakstenen voor tennisvelden.” En nu is de gravel, of brique battu zoals de Fransen het zeggen, van hem. “Het is maar 1 procent van mijn omzet, maar het is wel het mooiste procentje. De kers op de taart. Roland Garros is de plek waar je wil zijn als je baksteen maalt.”
Vorig jaar was de première voor Van de Mosselaer. “En ook dit jaar hebben we in maart opnieuw 100 ton gravel naar Parijs gebracht. Met 1 ton kunnen ze één terrein klaarmaken voor de wedstrijden. “Met één ton, duizend kilo, kan je een laagje van 1 millimeter leggen.” Het toernooi koopt de gravel bij een Franse doorverkoper, maar in Niel worden de stenen gemalen. “Noem het gerust een ‘operation Franco-Belge’: ik wil de Fransen hun chauvinisme niet afpakken”, zegt hij. Want het blijft een Frans product. “Wij kopen verschillende soorten bakstenen uit verschillende fabrieken in Frankrijk. Om zo tot de typische kleur van Roland Garros te komen, anders dan andere gravel. Het is rood, maar het is tegelijk bruin en oker. Elk jaar moet het hetzelfde zijn.”
Alexander Van De Mosselaer spreekt over stenen als zijn het ingrediënten van een sterrengerecht. “Dat zijn ze ook. De kleur moet altijd dezelfde zijn, de organisatie is ontzettend streng. Er zijn maar twee partijen die het recept kennen: zij en ik. Ik kan je dus niet zeggen vanwaar de stenen komen.”
Tennis Brick is de laatste gravel-maker in België. “Ik hou van de sport”, zegt Van de Mosselaer. “Ik speel een beetje. Maar ik kan beter gravel verkopen dan dat ik erop kan spelen.” (lacht) En dus is zijn job bakstenen kopen. “Tweede keus die niet meer goed genoeg is om mee te bouwen. Dat zijn er veel, een paar procenten. Die kopen we, vermalen we, en verkopen we aan tennisclubs. Met Roland Garros als absolute kers op de taart.”
