In de Mechelse deelgemeente Leest openden Stijn Van de Voorde en Ann Slachmuylders van ’t Hertsveld in 2012 hun hoevewinkel. Ze verkopen er zelfgeteelde groenten uit volle grond. Op hun dertig hectare grote perceel telen ze onder meer boontjes, spruiten, venkel, spinazie en aardappelen. Vier jaar geleden kwamen daar ook de eitjes van hun eigen kippen bij. Met succes, want de hoevewinkel trekt heel wat klanten.
De Week van de Korte Keten werd dan ook niet voor niets voorgesteld op de boerderij van Stijn en Ann. “Wij geloven sterk in het verhaal van de korte keten”, zeggen ze. “Het vergroot het vertrouwen tussen de boer en de consument, maar ook in de landbouw in het algemeen. Je steunt de landbouwers echt door op de boerderij te kopen. We willen onze klanten daar dan ook heel erg voor bedanken.”
“De drie opmerkingen die ik telkens krijg van landbouwers, gaan over vergunningen, administratieve lasten en de waardering voor hun werk”, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (CD&V). “We merken dat die waardering er meer is bij mensen die bewust kiezen voor de korte keten. Want er zijn veel inspanningen nodig van onze lokale landbouwers om lekkere producten op de markt te brengen.”
“De winkelkar mag gerust wat Vlaamser”, zegt Brouns, die erkent dat lokale producten vaak wel duurder zijn dan de geïmporteerde variant. “Producenten aan de andere kant van de wereld gaan vaak ver onder de lat door op het vlak van gewasbescherming, dierenwelzijn en duurzaamheid te besparen. De regels in ons land zijn strenger. Daardoor is de prijs wat hoger, maar is de kwaliteit ook beter. Daar werken onze landbouwers met hart en ziel aan.”
Potentieel
Kopen via de korte keten gebeurt nu vooral door 55-plussers, blijkt uit onderzoek. “En de groep is nog klein, maar het potentieel is groot”, zegt Mechels schepen van Landbouw Arthur Orlians (Voor Mechelen). “Daarom nemen we verschillende initiatieven om onze lokale boeren te steunen. Van activiteiten of een label voor Mechelse producten in de horeca, tot ontbijtkarren met lokale groenten en fruit op onze scholen.”
“We beseffen allemaal te weinig dat we elke dag eten nodig hebben. Daarom moeten de overheden werk maken van een degelijke voedselstrategie waarin onze lokale landbouwers een belangrijke rol spelen”, vult bevoegd gedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit) aan. “De korte keten is een deel van de oplossing voor de uitdagingen waar de landbouwsector voor staat. We moeten dat dan ook ondersteunen.”
Tijdens de vorige editie van de actieweek bracht 8 procent van de Vlamingen een bezoek aan een deelnemend initiatief. Het aantal Vlamingen dat vorig jaar minstens één keer inkopen deed op een landbouwbedrijf, bedroeg 13,2 procent.
Wie tussen 16 en 30 mei een aankoop doet in de korte keten, maakt kans op een prijs.

