Vandaag is het exact één jaar geleden dat premier Bart De Wever de eed aflegde als eerste minister. Luc Luwel van Voka Antwerpen-Waasland maakt naar aanleiding van die eerste verjaardag een stand van zaken op.
“Na één jaar regeren kan voorzichtig gesproken worden van een positieve balans. De voorbije maanden is er opnieuw meer aandacht gekomen voor ondernemers, industrie en competitiviteit. Vooral de maakindustrie en de chemische sector, die vandaag bijzonder kwetsbaar zijn in een internationale context, staan opnieuw nadrukkelijk op de agenda. Dat is essentieel, want zonder een sterke industriële basis is duurzame economische groei moeilijk te realiseren.”
“Tegelijk blijft het realisme van een coalitieregering duidelijk voelbaar”, gaat hij verder. “Maatregelen zoals de invoering van een meerwaardebelasting worden niet met enthousiasme onthaald, maar worden wel erkend als het gevolg van samenwerken met coalitiepartners. Dat geldt ook voor bepaalde keuzes in de btw-regeling, waar moeilijk uit te leggen verschillen blijven bestaan, bijvoorbeeld tussen culturele activiteiten. Die elementen worden eerder gezien als schoonheidsfoutjes, die mogelijk nog bijgestuurd kunnen worden wanneer de akkoorden in concrete wetgeving worden omgezet.”
En hoe zit het met de klimaatdoelstellingen? “Op Europees niveau heeft de regering de voorbije maanden een duidelijker en realistischer stem laten horen. Er klinkt meer kritiek op een beleid dat te sterk focust op milieuregels zonder voldoende rekening te houden met de concurrentiekracht van de industrie. Milieudoelstellingen blijven belangrijk, maar er groeit het besef dat die hand in hand moeten gaan met economische haalbaarheid. In dat opzicht wordt de rol die de premier speelt op het Europese toneel positief geëvalueerd. Ook de hernieuwde aandacht voor samenwerking binnen de Benelux past in dat streven naar een sterker en beter gepositioneerd Europa in een steeds complexere geopolitieke context.”
Dezelfde meerderheden
Er is volgens Luwel nog werk aan de winkel. “Politiek gezien speelt ook de samenhang tussen de verschillende regeringen een rol. Dat Vlaanderen, Wallonië en de federale regering grotendeels op dezelfde meerderheden steunen, zorgt voor meer cohesie en snellere besluitvorming. Toch is het duidelijk dat veel van wat werd afgesproken zich nog in een beginfase bevindt. De echte impact van het beleid zal pas de komende maanden en jaren zichtbaar worden.”
“De uitdagingen blijven dan ook groot”, besluit Luwel. “Economische groei is noodzakelijk om de sociale zekerheid betaalbaar te houden op lange termijn. Dat vraagt blijvende aandacht voor competitiviteit, zowel op nationaal als op Europees niveau. De richting is ingezet, maar volharden en uitvoeren zal bepalen of deze regering haar ambities kan waarmaken.”