Economisten zijn unaniem in de analyse dat de tarievenoorlog schadelijk is voor de economie. Tarieven zullen de economische groei fnuiken en leiden tot een prijsstijging. Maar catastrofe-denken is écht niet op zijn plaats.
Economisten, waaronder ook ondertekende, hebben al decennialang de positieve economische impact van vrijhandel bepleit. Het invoeren van tarieven heeft dan ook ontegensprekelijk een nefaste impact op de economie. We mogen echter niet vervallen in “catastrofe-denken” en de beurscrash op liberation day is een klassieke overreactie van de financiële markten.
Op weg naar een wereldwijde recessie?
Een invoering van een wederkerig tarief van 10% leidt tot een lagere groei van 0,1% in Europa en van 0,3% in Amerika, berekende het Peterson instituut. De ING-studiedienst kwam tot gelijke resultaten: in de realistische hypothese van een invoertarief van 25% zou de groei in België 0,26% inboeten. Probleem is wel dat die impact gebeurt op een moment dat de economische groei al zeer laag is, geschat op 1,1% in 2025 voor België. De tarievenoorlog zou die kunnen doen dalen naar 0,8%. Voor Europa wordt de impact geschat op 0,4% met vooral Italië en Duitsland als grootste slachtoffers. De economische groei zou in Europa dan nog ongeveer 0,6% bedragen. Met andere woorden: een economische stagnatie, maar geen recessie in Europa. Maar de grootste verliezer zijn de Verenigde Staten waar de impact op de groei drie keer zo erg zou kunnen zijn dan in Europa.
Probleem is wel dat bedrijven en kmo’s die actief zijn op de Amerikaanse markt zullen moeten concurreren met de Amerikanen die geen invoertarieven zullen moeten betalen. Bovendien kan de verzwakte Amerikaanse groei leiden tot een zwakkere dollar. Exporterende bedrijven zouden dan een dubbele handicap hebben. Concurrentie met Amerikaanse bedrijven, die overigens gemiddeld 25% productiever zijn dan de Europese, wordt dan een moeilijke oefening die enkel door uiterst productieve en innovatieve kmo’s kan worden gewonnen
Er zal ook verhoogde concurrentie zijn op de Europese markt. Immers de Chinese economie, geconfronteerd met een invoerrecht van 47% in Amerika, zullen proberen hun relatief goedkope producten te slijten in Europa. Dat zal het inflatoir effect van de tarieven vermoedelijk grotendeels neutraliseren.
“Als exporterende kmo’s innovatief en productief zijn, zou het wel eens kunnen dat ze er op middellange termijn sterker uitkomen”
Rudy AernoudtOp korte termijn hebben Amerikaanse bedrijven en kmo’s ontegensprekelijk een comparatief voordeel ten aanzien van de Europese en Belgische. Echter bedrijven beschermen door een tariefmuur en een lage dollar hebben hetzelfde effect als subsidies: ze wiegen bedrijven in slaap. En ook Amerikaanse bedrijven en kmo’s hebben grote problemen. In een enquête door Amcham (Amerikaanse Kamer van Koophandel), stellen ze dat gebrek aan arbeidskrachten, inflatie en toegang tot kredieten hun grootste probleem is. Het strikte immigratiebeleid zal de krapte op de arbeidsmarkt nog doen toenemen. De tarieven zullen de inflatie aanwakkeren en gezien de onzekerheid en de onvoorspelbaarheid van het beleid staan banken niet te springen om kredieten toe te kennen. De groeiobstakels voor Amerikaanse bedrijven worden dan ook groter.
Boodschap aan de exporterende kmo’s
Als exporterende kmo’s innovatief en productief zijn, zou het wel eens kunnen dat ze op middellange termijn er versterkt uitkomen. Vergeten we ook niet dat eind volgend jaar de mid-term elections plaatshebben die een einde zouden kunnen stellen aan de almacht van de Amerikaanse President. De Amerikaanse inflatie, veroorzaakt door de tarieven, zal de koopkracht van de gemiddelde Amerikaan aantasten. Bovendien zal de Amerikaanse overheid weinig ruimte hebben voor verdere belastingverlagingen of subsidies. De staatschuld van Amerika bedraagt immers 36 biljoen $ (of 130% van het BBP). In 2026 moet één vierde daarvan, negen biljoen, (jawel, vijftien keer het BBP van België) worden hernieuwd op de financiële markt, schulden die momenteel geleend zijn aan nul procent. Dat wordt een huzarenstukje.