made Rudy Aernoudt. Foto: Joris Herregods

COLUMN. Familiebedrijven investeren in generaties, niet in kwartalen

Rudy Aernoudt is professor, schrijver, filosoof, econoom en kabinetschef van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Geregeld kruipt hij in zijn pen om een kritische column te schrijven voor alle regio’s van Made in. Vandaag heeft hij het over het belang van familiebedrijven in België. "In Vlaanderen overleeft de helft van de familiebedrijven de tweede generatie, 13% de derde generatie en slechts 6% haalt de vierde generatie."

Familiebedrijven zijn sterk omdat familie en bedrijf per definitie samenvallen, maar precies daarom zijn ze ook kwetsbaar en stellen ze de opvolging vaak te lang uit.

De naakte cijfers: 70% van de ondernemingen in Vlaanderen is een familiebedrijf. Samen zijn deze bedrijven goed voor naar schatting 55% van de toegevoegde waarde in Vlaanderen en 52% van de Vlaamse werkgelegenheid. Familiebedrijven vormen dus de ruggengraat van de Vlaamse welvaart en werkgelegenheid.

Het economische belang van familiebedrijven is niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Familiale ondernemers beslissen vaker met een uitgesproken langetermijnhorizon: ze investeren in generaties in plaats van in kwartalen. De meeste familiebedrijven huiveren van risicokapitalisten die zoveel mogelijk meerwaarde willen creëren op een zo kort mogelijke termijn, namelijk drie tot vijf jaar, om daarna uit te stappen, zoals dat heet. Ze verkiezen vaak controlebehoud boven snelle groei. Daardoor financieren ze zich liever met interne middelen en bankleningen dan met risicokapitalisten. Dat kan de groei fnuiken door een gebrek aan financiële middelen.

Families denken immers op lange termijn. Trots vertellen ze dat ze de x-te generatie zijn. Die trots vertaalt zich in het behoud van regionale verankering, stabielere tewerkstelling en een grotere bereidheid om te herinvesteren in het eigen bedrijf, ook in moeilijke tijden. Bij een faillissement staat immers niet alleen het bedrijf op de helling, maar ook de familie-aura. Trouwens, heel wat familiebedrijven dragen de familienaam, soms zelfs met de aanvulling ‘en zoon of dochter’. En toch is de continuïteit beperkt in de tijd. In Vlaanderen overleeft de helft van de familiebedrijven de tweede generatie, 13% de derde generatie en slechts 6% haalt de vierde generatie.

“Wie op zijn 65ste start met het proces van overlaten, moet vaak nog tot zijn of haar 70ste meedraaien”

Rudy Aernoudt

Dat betekent niet dat de helft van de familiebedrijven bij de tweede generatie failliet gaat, maar meestal dat er geen opvolging is omdat er geen kinderen zijn, of omdat die liever andere levenskeuzes maken. Vaak omdat ze hogere studies hebben gedaan of omdat ze niet van plan zijn zo hard te werken als hun ouders.

Een bedrijf overlaten is vaak een huzarenstuk. In de komende tien jaar zal meer dan één op de drie familiebedrijven daarmee te maken krijgen. Tussen het moment waarop beslist wordt om het familiebedrijf buiten de familie over te laten en de daadwerkelijke overdracht verlopen doorgaans twaalf tot vierentwintig maanden. De koper vraagt meestal dat de verkoper nog een aantal jaren ‘meedraait’, zoals dat heet. Wie dus op zijn 65ste start met het proces van overlaten, moet vaak nog tot zijn of haar 70ste meedraaien. Verrassend is dat 45% van de bedrijfsleiders van familiebedrijven ouder dan 65 jaar geen formeel overdrachtsplan heeft. Een groot deel van de duizenden bedrijven die jaarlijks in België te koop staan, verdwijnt bij gebrek aan overnemers. En dat is nefast, zowel voor de familie als voor de Vlaamse economie.

De overdracht: een huzarenstuk

Tijdig de opvolging voorbereiden is dus belangrijk. Wachten op Godot heeft vaak geen zin. Actieve raden van bestuur of adviesraden met niet-familieleden hebben een positieve invloed op de voorbereiding van de opvolging. Ook het beleid is belangrijk. VLAIO en andere publieke partners bieden stappenplannen, checklists en advies aan rond bedrijfsoverdracht. De overdracht moet ook fiscaal worden gestimuleerd.

Maar even belangrijk als opvolging is het creëren van een ondernemersklimaat waarin jongeren, ook buiten de familie, goesting hebben om een familiebedrijf over te nemen. Administratieve eenvoud, een soepel vergunningsbeleid, interessante fiscaliteit en respect voor ondernemerschap zijn daarbij noodzakelijke ingrediënten. Overigens is een bestaand bedrijf overnemen vaak succesvoller dan van nul starten. Europees onderzoek toont aan dat 90% van de overgenomen bedrijven na vijf jaar nog actief is, tegenover ongeveer 50% van de startups.

Bewustmaking over het belang van familiebedrijven voor de Vlaamse welvaart blijft belangrijk. Wie aan dat belang twijfelt, zou ik durven suggereren: stel u eens Vlaanderen voor zonder familiebedrijven.