COLUMN. Voor veel kmo’s volstaat vandaag één extra schok om het hele bedrijf onderuit te halen © Getty Images / JHS

COLUMN. Voor veel kmo’s volstaat vandaag één extra schok om het hele bedrijf onderuit te halen

Rudy Aernoudt is professor, schrijver, filosoof, econoom en kabinetschef van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Geregeld kruipt hij in zijn pen om een kritische column te schrijven voor alle regio’s van Made in. Vandaag heeft hij het over het recordaantal faillissementen in het eerste kwartaal. “Dit is geen geïsoleerde golf faillissementen, maar het samenvallen van meerdere structurele en conjuncturele schokken.”

In het eerste kwartaal van 2026 zagen we in Vlaanderen een absoluut record met 1.795 faillissementen, of een derde meer dan het gemiddelde van de laatste tien jaar. Die cijfers tonen aan dat het hier niet gaat om een geïsoleerde golf faillissementen, maar om het samenvallen van meerdere structurele en conjuncturele schokken. De cijfers verschillen per sector, maar de onderliggende dynamiek is opvallend consistent: de marges van vooral kmo’s worden zowel langs de kant van de kosten als van de omzet uitgehold, terwijl hun weerstandsvermogen na enkele zware jaren al sterk verzwakt is. Laat ons even de cocktail die tot deze perfecte storm leidt, in kaart brengen.

Energie- en inflatieschok

Sinds 2022 hebben Vlaamse kmo’s een dubbele klap gekregen: explosieve energieprijzen en een brede inflatiegolf. Energie- en grondstoffenkosten zijn structureel hoger dan vóór de crisis, en de oorlog in het Midden-Oosten doet de energiekosten verder stijgen. Daarbovenop komen automatische loonindexeringen, die weliswaar de koopkracht beschermden, maar de loonkosten snel deden stijgen. Voor grote exporteurs met sterke marktmacht is dat nog verteerbaar, maar voor kmo’s met lokale klanten, vaste prijsafspraken en beperkte schaalvoordelen knelt het veel harder. Het resultaat: marges die jaar na jaar dunner worden, zodat een bijkomende schok volstaat om ze onderuit te halen.

De periode van quasi gratis geld is voorbij. De Europese renteverhogingen om de inflatie te beteugelen, hebben de financieringskosten voor ondernemingen substantieel verhoogd. Voor bedrijven die tijdens de pandemie en energiecrisis extra schulden opbouwden, vaak met uitgestelde aflossingen en staatswaarborg, wordt nu de rekening gepresenteerd: de rente op kredieten bereikte het hoogste niveau in veertien jaar. Voor kmo’s met een zwakke vermogenspositie betekent dit dat elke vertraging in betalingen of kleine omzetdaling zich quasi onmiddellijk vertaalt in een liquiditeitsprobleem. Banken zijn vandaag bovendien strikter in hun kredietverlening, vooral aan sectoren die als risicovol worden ingeschat, zoals horeca, detailhandel en bouw. Daardoor wordt herfinanciering of een overbruggingskrediet veel minder vanzelfsprekend. Een deel van de faillissementen in het eerste kwartaal van 2026 zijn dus in feite uitgestelde faillissementen van bedrijven die kunstmatig overeind werden gehouden door goedkoop geld en tijdelijke steun.

Zwakke binnenlandse vraag

Huishoudens kampen met duurdere woonkosten, hogere rente op hypotheken, hogere energiekosten en algemene prijsstijgingen in hun dagelijkse uitgaven. Dat vertaalt zich in het uitstellen van niet-essentiële aankopen, minder restaurantbezoeken en voorzichtiger investeringsbeslissingen bij gezinnen. De “kleine luxes” worden als eerste geschrapt. Voor sectoren die sterk afhankelijk zijn van lokale bestedingen, zoals horeca, detailhandel, persoonlijke diensten en bouw en renovatie, betekent dat een directe druk op de omzet. De combinatie van dalende volumes en stijgende vaste kosten maakt kmo’s bijzonder kwetsbaar.

Krapte en mismatch op de arbeidsmarkt

Een andere, minder zichtbare oorzaak is de hardnekkige krapte op de arbeidsmarkt. Voor sommige bedrijven is het probleem niet alleen “te duur” personeel, maar gewoon “geen” personeel. Onvervulde vacatures dwingen ondernemers om productie te beperken, openingsuren in te korten of investeringsplannen uit te stellen.

“Wat we zien, is een perfecte storm: stijgende kosten, dalende volumes en moeilijkere financiering”

Rudy Aernoudt

De pandemie heeft de digitale omslag blijvend versneld. Consumenten verwachten naadloze online-ervaringen, flexibele leveringen en scherpe prijzen. Kmo’s die die digitale sprong niet hebben gemaakt, verliezen snel terrein aan grotere, vaak buitenlandse spelers en platforms. Voor heel wat Vlaamse zelfstandigen en kmo’s gaat die digitale transformatie te snel. Klanten zijn niet noodzakelijk armer, maar besteden hun geld anders en via andere kanalen. Dat creëert faillissementsrisico’s in de klassieke retailsector.

Onzekerheid door beleid

De Vlaamse en federale beleidsomgeving speelt ook een rol, niet zozeer via één specifieke maatregel, maar via cumul en onzekerheid. Ondernemers worden geconfronteerd met frequente wijzigingen in steunregelingen, fiscale maatregelen en regelgeving rond duurzaamheid, mobiliteit en ruimtelijke ordening. Op zichzelf kunnen veel van die ingrepen verdedigbaar zijn, maar de opeenstapeling creëert een gevoel van permanente onzekerheid en administratieve druk.

Kortom, bij vele kmo’s zie je dezelfde gevaarlijke cocktail: stijgende kosten, druk op volumes, moeilijkere financiering en toenemende structurele onzekerheid. Zonder aangepast beleid riskeren we dat Vlaanderen op korte termijn een “faillissementsgolf” doormaakt en op langere termijn een sluipende erosie van zijn kmo-weefsel. En zonder een gedegen kmo-weefsel: geen welvaart, geen jobs en geen economische groei.