Tegelijkertijd daalde het aantal korte en middellange afwezigheden. Werknemers die effectief ziek waren, bleven gemiddeld 17,2 werkdagen thuis, tegenover 18,3 in 2024. Ongeveer 65% van de werknemers was minstens één dag afwezig wegens kortdurende ziekte, terwijl het aandeel werknemers dat langer dan een maand ziek was net onder de 13% uitkwam. Opvallend is dat bijna één op de drie werknemers (30%) in 2025 geen enkele korte of middellange afwezigheid kende, een verbetering ten opzichte van het jaar voordien.
Volgens Thomas Lesseigne van SD Worx zal vooral het kostenplaatje voor werkgevers verder stijgen. “In 2025 bereikt de directe kost van kortdurend verzuim gemiddeld 160.000 euro voor een organisatie van 100 werknemers; volgens SD Worx zal deze kost de komende jaren aanzienlijk toenemen door de nieuwe solidariteitsbijdragen voor afwezigheden van meer dan een maand”, zegt hij. Vanaf 1 januari 2026 moeten werkgevers met minstens 50 werknemers immers 30% bijdragen aan de ziekte-uitkering die de werknemer via de mutualiteit ontvangt tijdens de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid.
Ondanks de daling van kortere afwezigheden blijft meer dan één op de tien werkdagen verloren gaan door ziekte (10,14%). De verschillen tussen sectoren en organisatiegroottes blijven groot. Vooral bij langdurige afwezigheden vallen sterke contrasten op: grote bedrijven tellen meer dan dubbel zoveel langdurig zieken als kleine ondernemingen met minder dan twintig werknemers.