Vanaf 6 april zullen er niet langer importheffingen zijn voor producten die minder dan vijftien procent staal, aluminium of koper bevatten. Producten die vrijwel helemaal uit staal, aluminium of koper bestaan, behouden het tarief van vijftig procent. Producten die voor een substantieel deel uit die metalen bestaan, geldt voortaan een heffing van 25 procent.
Concreet betekent dit dat producten die volledig uit staal bestaat de helft duurder zijn in de VS, vergeleken met de Europese Unie. Voor de zogenoemde substantiële producten gaat het over een kwart meer.
De meeste van de ruim 17.000 staalbedrijven in België zijn gevestigd in de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Zo heeft ArcelorMittal een grote fabriek in Gent, Thyssenkrupp Materials in de haven van Antwerpen.
Strafheffingen
“De heffingen blijven aanhoudende verstoringen, stijgende onzekerheid en een grotere druk op de hele waardeketen veroorzaken”, zegt Axel Eggert, de directeur van Eurofer, de beroepsorganisatie van Europese staalbedrijven. “Bedrijven hebben niet de tijd om zich hieraan aan te passen. Bovendien zullen ze steeds de herkomst van het staal moeten aantonen en lopen ze het risico van strafheffingen tot wel tweehonderd procent.”
De Europese Commissie zal de gevolgen van de hogere heffingen op de Europese export analyseren. De staal- en aluminiumsector gaat immers heel breed. Het gaat van drankblikjes en machines tot landbouwmachines en tweewielers. Zelfs bepaalde cosmeticaproducten zouden aan deze tarieven onderworpen zijn.